Koninklijke Bibliotheek archiveert
deze website als "Digitaal Erfgoed"

De Hoge Bank van Driel | De 100 laatst geplaatst of gewijzigd

Overzicht van 100 actes.

1 ) 17-04-1490. Het dorp Driel sluit een erfrente af, onder vermelding van veel (alle?) functionarissen, zoals de schepenen in Driel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 12-2-2019.
Notum sit universis quod cum Alardus van Drijel Otto van Drijel Ego
Egonsz Theodericus Jansz vanden Ouden Hoernick, Theodericus die Ghyer, Johannes
Spierinck Henricus Ghijsbrechtsz et Johannes Buck Dircxsz tamquam scabini ...
Bron: Bossche Protocollen, inv. 1259, f. 147v.
Een dergelijke tekst staat ook inv. 1265, f. 92v. Daarin staan dezelfde schepenen, maar de tweede helft is anders.
Deze tekst is geen schepenakte, maar de vermelding van 8 schepenen rechtvaardigt deze opname. Let wel: er is een discrepantie met de twee schepenen in een akte van 24-02-1490. Dat kan meerdere oorzaken hebben.
Bron: Overigen
2 ) 25-11-1515. Akten van pachterkenning door Arien Noest, successievelijk Arnt Henrickszone, van een stuk land in de Luttel Eng te Driel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-2-2019.
Wij Art Jansz van Hincxstum ende Hermen die Bie Hermensz. scepen in Driel tughen
dat Dirck Goessensz. als saeckwout ende Henrick Goessensoen als borgen hebben geloeft
heer Arien Noest tot behoeff des abts priors ende ghemeijnen convents van sunte
Pauwels t'Uyttrecht enen gouwen leeuwe off XLIIII nijer brabantscher
stuver voer den leeu voorsz. goet ende geve off ander goet payment daer voir inge-
lijcker weerden op sunte Lamberts dach naestcomende ende negen ende veertich
jaer lanck daer naestvolgennde elcx jaers der jaren voorss. enen gouwen leeuwe
als voorss. steet off payment dair voir als voorss. is den voorss. heer Arien Noest tot
behoeff des abts priors ende convents voorss. op Sunte Lamberts dach tot onsen lantrecht
the betalen van lanthuer lant dat gelegen is inden gericht van Driel in
den Luttel Engh. In orconde onser letteren gegeven int jaer ons Heren dusent
vijffhondert ende vijfftien op Sunte Katherinen dach joffer
datering: Katharina Jonkvrouw = 25-nov.
Zie ook op 14 juli 1563.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 297
3 ) 27-03-1357. Schepenen: Johannes filius Johannis Verwini/Berwini? en Goeswinus Storm
Ingevoerd of laatste wijziging op: 2-2-2019.
Universis presencia visuris Nos Johannes filius Johannis Verwini/Berwini? et Goeswinus Storm scabini in
Drijell notum facimus protestantes quod veniens coram nobis Goeswinus dictus Wolff filius Johannis
vendidit et optulit pro centum librarum denariorum legalium eidem ut fatebatur persolutis duo jugera terre
sitis in jurisdictione de Oensll super novam pascuam inter Goeswinum predictum et heredes Wilhelmi
de Nuwelant Walteri Domino Goeswino Storm presbytero in allodio sine censu et aggere hereditarie pos-
sidendam Et dictus Goeswinus Wolff dicte terre renunciavit promittens facere renunciare omnes qui dicte
terre de jure renunciare tenentur Promittens eciam warandiam facere dicto domino Goeswino super
dicta terra per annum et diem ut juris est adversus omnes juri comparere volentes Et deponere omne
plegium quod voirplicht dicitur de eadem Inde est Goeswinus de Arkell fideiussor Quo facto
domunis Goeswinus predictus reddidit terram predictam Goeswino Wolff predicto in annuo et hereditario
censu possidendam? pro quatuor libra.... annui hereditarij census denarium legalium grosso regis Turoniense
pro sedecim denariorum? computato aut alio bono pagamento in valore equali singulis annis In die
beati Petri apostoli ad cathedram domino Goeswino predicto perpetue persolvendam Qui? census si quolibet
anno in dicto termino solutus non fuerit extunc pena duorum? solidorum? denariorum dicte monete omni
die dicto censui supercrescet Quam penam una cum censu prefato dominus Goeswinus sepedictis? ex terra
prenotata potest recuperare ipsi diucius noluerit exspectare Nostrarum testimonio litterarum Datum
anno domini Mº CCCº quinquagesimo septimo feria secunda post annunciationem beate Marie virginis
Datum: maandag na 25 maart 1357.
Transfix.
Aanhangend: 18-11-1376
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f. 66 / s. 106)
4 ) 07-04-1348. 2½ morgen lands te Drijel door Arnoldus Vos opgedragen ten behoeve van hertog Reinald.
1 charter
Ingevoerd of laatste wijziging op: 2-2-2019.
Universis presentia visuris nos Theodericus Bollic filius Johannis Theodericus filius Godefridi et
Gerardus filius Johannis Starken scabini in Driell notumfacimus protestantes, quod constitutus
coram nobis Arnoldus dictis Neude filius Vos vendidit et optulit pro centum libris denariorum
legalium eidem ut fatebatur persolutis duo iugera et dimidium iuger terre sitis in iurisdictione
de Dryel super Vliedert inter Hadewigen de Kuyc ab uno latere et heredes Petri dicti
Wellekens ab alio latere Egoni filio Vos ad opus dominum Reynaldi domini nostri ducis Ghelrie
in allodio sine censu et aggere hereditarie possidendam et Arnoldus dictis Neude predictis terre
predicte renunciavit promittens facere renunciare omnes qui terre predicte de iure renunciare te-
nentur promittens eciam warandiam facere Eghoni predicto ad opus dominum Reynaldi predicti super
terra predicta per annum et diem ut juris est adversus omnes juri comparere volentes et deponere
omne plegium quod voerplicht dicitur de eadem Nostrarum testimonio litterarum Datum anno domini Mº CCCº
quadragesimo octavo die septimo mensis aprilis
in het boek "Gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van Gelderland, door onuitgegevene oorkonden, opgehelderd en bevestigd door Is. An. Nijhof, tweede deel.", uitgegeven 1833, op p.34, wordt deze oorkonde omschreven als:
"No. 32. Twee en een halve morgen lands op de Vliedert, onder Driel, geregtelijk opgedragen ten behoeve van Reinald hertog van Gelre. 7 april 1348.
Anno Domini M. CCC. quadragesimo octavo, die septimo mensis Aprilis.
De oorspronkelijke perkamenten brief, No. 670, is bezegeld door drie schepenen van Driel, in groene was."
---
Oorspronkelijk met 3 zegels, waarvan de eerste verloren is.
Theodericus, filius Godefridi, schepen in Dryel (Driel)
Gerardus filius Johannis Starken, schepen in Dryel (Driel)
beiden genoemd in collectie zegels, horen bij dit charter
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 670
5 ) 25-12-1528. Gerefaes van Driel verkoopt het dagelijks schoutambt van Driel aan Willem van Driel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 20-1-2019.
Egen Dirck Arisz, Egen Dirck Ghijsbertsz, quod Gerefaes van Drijell vendidit et obtulit het dagelijcxe schout ampt, ende heeft gelooft the waren opden derden penninck, vuijtgescheijden het sestedeel, dat gelooft hij to waren opden derden penninck ende dijes sall hij hantreijcken een hantschrift van heer Goossen van Drijell, Willem van Drijell. Ende volchden immediate nae dije vsz. acte noch een ander, tusschen dselvige parthijen, ende voor deselve schepenen gepasseert, int eijnde vanden welcke stonde Actum anno XXVIII opden heijligen korsdach
Bron: afschrift in ORA Driel, inv. 973, folio 260v
Bron: Overigen
6 ) 10-09-1567. Akten van pachterkenning door Arien Arienszone en [Steins] Corneliszone van hofsteden ten zuiden van de Cromstege te Driel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 12-1-2019.
Wij Arnt van Tuijll ende Johan Geritsz scepenen in Driell tuijgen dat voir ons comen is
Arien Ariensz ende heeft geloeft den eerweerdigen heren heer Dirrick Loij Arntsz kellenaer
der abdien van Sunt Pauwels binnen Utrecht tot behoiff des abts ende abdien voirsz.
twee gulden elcken gulden voir twintich stuver Brab. geevalueert ende eenen volwasschen
cappuyn ofte twee der voirsz. s..... dair voir op Sunt Lamberts dach anno achtendesestich
ende dair nae noch seven iaren aen malcanderen geduerende alle iaer ...
... etc, etc ...
... Ende dit voir tghebruijck van eenre hoffstat die Dirrick Thomasz
te gebruijcken plach inden gerichte van Driel gelegen then zuijden aen die Cromstege ende voirt
die abt vursz. rontsomme naest gelegen mit voirwaerden toegedaen dat Arien voirsz. ...
.. etc, etc ...
Inne oirkonden onser letteren gegeven Inne den iaere ons heren duijsent vijffhondert sovenende
sestich opten thienden dach tsmaentz september
Met 2 beschadigde zegels.
Inventarisnummers 313 en 314 worden onterecht gezamenlijk in 1 regest vermeld.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 313
7 ) 10-09-1567. Akte van pachterkennning door Jasper Peterszone van een hofstede achter in het Molenstraatje te Driel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 12-1-2019.
Wij Arnt van Tuijll ende Johan Geritsz scepen in Driell tugen dat voir ons comen is Jaspar Petersz
ende heeft geloeft den eerweerdigen heeren heer Dirrick Loij Arntsz kellenaer der abdien van sunt Pauwels
binnen Utrecht tot behoif des abts ende abdien voirsz. vijf carolus gulden elcken gulden voir twintich stuver
Brab. geevalueert gerekent op sunte Lamberts dach .... etc ...
.... ende dat voir tgebruijck van eene hofstat inden gerichte van Driell gelegen mitten
eenen einde aen den dijck streckende after aen t’moelen straetken Then zuijden Frans Jansz ende der abdien
goet voirsz then noirden gelegen ....
....
...... Inne oirkonden onser
letteren gegeven in den iaer ons heren duijsent vijfhondert seven ende sestich opten thiensten dach tsmaents septembris
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 319
8 ) 10-09-1567. Akte van pachterkenning door Jan Bock van een woning en jonge aanplant aan de Rhoden te Driel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 12-1-2019.
Wij Arnt van Tuijll ende Johan Geritsz scepenen in Driell tugen dat voir ons comen is Jan Bock
ende heeft geloeft den eerweerdigen heeren heren Dirrick Loij Arntsz kellenaer der abdien van sunt
Pauwels binnen Utrecht tot behoif des abts ende abdien voirsz. eenen carolus gulden voir twintich
stuver Brab. geevalueert den gulden gherekent op Sunt Marten in november anno achtendesestich ende
daer nae noch darthien jaeren aen malcander geduerende alle iaer eenen gulden ghelijck voirsz. staet op
Sunt Martens dach tot onsen lantrecht te betalen Ende dat voir tgebruijck van een gheseeth mit potinge
inden gerichte van Driell aenden Rhoden gelegen zoe Arien Cornelisz dat te gebruijcken plach mit voirwairden
dat Jan Bock voirsz. die voirsz. hoffstat verbeteren ende niet verargeren en sal ...
... etc, etc ...
... Inne oirkonden onsen letteren gegeven inne den jaers ins heren duijsent vijffhondert seven ende sestich
opten thienden dach tsmaentz september
Met het zegel van Johan Geritsz.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 320
9 ) 10-09-1567. Akte van pachterkenning door Lambert Loij Arntszone van een morgen land in de 's- Grevenweide te Driel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 12-1-2019.
Wij Arnt van Tuijll ende Johan Geritsz scepenen in Driell tuijgen dat voir ons comen is Lambert Loij Arntsz
ende heeft geloeft heren Dirrick Loij Arntsz kellenaer der abdien van Sunt Pauwels binnen Utrecht tot behoiff
des abts ende abdien voirsz. sess carolus gulden jairlix elcken gulden voir twintich stuver Brab. geevalueert
gerekent, ende thien der voirsz. stuveren, waer aff den iersten termijn verschinen sal op Sant Marten in november
anno achtendesestich ende daer nae noch seven iaeren aen een volgende op alle Sant Marten in november sess carolus
gulden ende thien stuver als voirsz. jairlix tot onsen lantrecht te betalen als voer die huere van eenen mergen
lants inden gerichte van Driel in Sghreven weij gelegen Ende off Lambert voirsz. op alle Sant Marten voirsz.
jairlix niet en betaelde, ofte op alle korsdagen daer naestvolgende, zoe is Lambert voirsz. vervallen tot behoiff des
abts ende conventz voirsz. van die bruijckweere des naevolgende iaers ende effen wael die pachten te betalen
van beijde jaeren ...
.... etc ....
... Inne den iaer ons heren duijsent vijffhondert sevenendesestich opten thiende dach
tsmaentz september
Met beide zegels, waarvan die van Johan flink beschadigd.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 318
10 ) 10-09-1567. Akte van pachterkenning door Marten Claeszone van een hofstede aan de dijk te Driel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 11-1-2019.
Wij Arnt van Tuijll ende Johan Geritsz scepenen in Driel tuijgen dat voir ons comen is Marten Claesz ende
heeft geloeft den eerweerdigen heren heren Dirrick Loij Arntsz kellenaer der abdien van Sunt Pauwels
binnen Utrecht tot behoiff des abts ende abdien vursz. eenen carolus gulden voir twintich stuver Brab.
geevalueert gerekent den gulden op Sunt Lamberts dach anno achtendesestich ende daer naee twee ende twin-
tich jaeren aen malcanderen geduerendealle iaer eenen gulden gelijck voirsz. staet op Sunt Lamberts dach
tot onsen lantrechtte betalen Ende dat voir tghebruijck van eenre hofstat mit potinge inden gericht van
Driel aenden dijck gelegen naestgelegen then zuijden then noirden ende then westen der abdien ....? voirsz.
welcke hoffstat Henrick Hubertsz plach the gebruijcken mit voirwaerden dat Marten voirsz. die voirsz. hoff-
stat verbeteren ende niet verargeren en sal ende generleij potinge daer aff trecken en sal ...
.... etc ...
.... Inne oirkonden onser letteren gegeven inne den iaer ons
heren duijsent vijffhondert sevenendesestich opten thienden dach tsmaentz september
Met beide zegels.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 315
11 ) 10-09-1567. Akten van pachterkenning door Arien Arienszone en [Steins] Corneliszone van hofsteden ten zuiden van de Cromstege te Driel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 11-1-2019.
Wij Arnt van Tuijll ende Johan Geritsz scepenen in Driell tuijgen dat voir ons comen is Steijns
Cornelisz ende heeft geloeft den eerweerdigen heren heren Dirrick Loij Arntsz kellenaer der abdien van
Sunt Pauwels binnen Utrecht tot behoiff des abts ende abdien voirsz. vijffendedartich stuver Bra-
bants geevalueert op Sant Lamberts dach naestcomende ende daer nae noch vierthien jaeren aen malcanderen
geduerende alle iaer vijffendedartich stuver ghelijck voirsz. staen op Sunt Lamberts dach tot onsen lantrecht
te betalen ende dit voir tghebruijck van eene hoffstadt die Arien Bakensz in hueren plach te hebben
naestgelegen then zuijden die Cromstege ende voirt den abt voirsz. rontsomme Mit voirwaerden dat
Seintz {sic} voirsz die voirsz. hoffstat verbeteren ende niet verargeren en sal ...
... etc .... zoe sal Steins voirg.
den dorren boom vuijt mogen werpen ende in de plaetz van dieen eenen wasselicken ende beteren boom
leveren Ende Steins voirg. geloefden oick mede die hoffstat voirg. niet te versetten noch te verstellen
buijten wyl ende consent des abts ende conventz voirsz. ...
... etc, etc .....
.... Inne oirkonden onser letteren gegeven Inne den iaer ons heren duijsent vijfhondert seven
ende sestich opten thienden dach tsmaentz september
Zware beschadiging in de rechterboven hoek.
Met 2 beschadigde zegels.
Inventarisnummers 313 en 314 worden onterecht gezamenlijk in 1 regest vermeld.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 314
12 ) 14-07-1563. Akte van pachterkenning door Jan van Lith Jacobszone van vijf hond land te Driel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2019.
Wij Egen Egensz ende Lambert Loij Artsz scepenen in Driell tuijgen dat voir ons gecomen is Johan van Lith Jacopsz
ende heeft geloeft den eerweerdigen heeren Geraert vander Nijekerck abt des convents van Sunt Pauwels
binnen Utrecht twee Phls. gulden elcken gul. voirsz. voir vijffendetwintich stuver Brab. geevalueert gherekent
op Sunt Mertens dach in november alsmen sal schriven duijsent vijffhondert sesendesestich ende dair nae noch
negen iaeren achtereen geduerende alle iaer twee Phls. gul. ghelijck voirsz. staen tot onsen lantrecht te betalen
Ende dit voir idt ghebruijck van vijff hont lantz zoe groet ende cleine die gelegen zijn in den gericht van
Driell op die Worden zoe hij Johan voirsz. nu tegenwoirdich ghebruijckt ende oick naestlantgelegen is zuijdtwaert ende
Sterck Aertsz noirdwairt off zoe wie met recht all omme naest den voirsz. lande gelegen mach sijn ....
.... etc, etc ...
.... In oirkonde onser letteren gegeven int
iaer ons heeren duijsent vijffhondert drieedesestich opten vierthiensten dach der maent julij
Met beide zegels.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 312
13 ) 14-07-1563. Akte van pachterkenning door Henrick Arienszone van 14 hond land in "Die cleyn Ypperackeren" te Driel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2019.
Wij Egen Egensz ende Lambert Loij Artsz scepenen in Driell tuijgen dat voir ons gecomen is
Henrick Ariensz ende heeft geloeft den eerweerdigen heeren Gerardt vander Nijekerck abt
des convents van Pauwels binnen Utrecht seventhien carolus gul. elcken gul. voirsz.
voir twintich stuver Brab. geevalueert gherekent op Sint Martens dach in november
alsmen sal schriven duijsent vijffhondert vierendetsestich ende dair nae noch negen jaeren achter
een geduerende alle iaer seventhien carolus gul. ghelijck voirsz. staen op Sunte Martens dach
in novemb. tot onsen lantrecht te betalen Ende dit voir idt gebruick van vierthien hont
lants gelegen in den gerichte van Drijell in die Clein Ypperackeren ....
... ende Arien Artsz zijnen vader zelige die laestmael in hueren gehadt heeft ...
... etc ...
.... Int jaer ons heeren duijsent vijffhondert drieendesestich opten
vierthiensten dach julij
Met zegel van Lambert.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 309
14 ) 14-07-1563. Akte van pachterkenning door Geertken, weduwe van Claes Reyerszone, van de kamp land "Bartrumpscamp" te Driel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2019.
Wij Egen Egensz ende Lambert Loij Artsz scepenen in Driel tuijgen dat voir ons gecomen is Geertken
wedue Claes Reijersz zelige met oiren gecoren mombair ende heeft gelooft den eerweerdigen
heeren Geraert vander Nijekerck abt des convents van Sunte Pauwels binnen Utrecht
negen ende twintich carolus gulden elcken gul. voir twintich stuver Brab. geevalueert
gherekent op Sunt Martens dach in november alsmen sal schriven duijsent vijffhondert
vyerendesestich ende dair nae noch negen iaeren achtereen gheduerende alle iaer negen ende
twintich carolus ghelijck voirsz. staen op Sunte Mertens dach in novemb. tot onsen lantrecht
te betalen Ende dit voir idt ghebruick van eenen camp lantz gelegen in den gericht van
Driel genoempt Bartrumps camp alzoo Claes Reijersz zelige die laestmael in hueren
gehadt heeft ....
... etc, etc ...
... In oirkonde onsen letteren gegeven int jaer ons heeren duijsent vijf
hondert drieende sestich opten vierthiensten dach julij
Zegels af
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 311
15 ) 14-05-1563. Akte van pachterkenning door Arien Arienszone namens Johan Arntszone van het proosdijhuis met hof en zaailand te Driel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 8-1-2019.
Wij Johan Geritsz ende Dirrick Egen Andriesz scepen in Driell tuijgen dat voir ons comen is
Arien Ariensz van Haeften ende heeft geloift Johan Arntsz tot behoiff den eerweerdigen heeren heeren
Gerardt vander Nijekerck abdt des abdien van Sunt Pauwelz binnen Utrecht tot sijnen behoiff ende
tot behoiff der abdien voirsz. vierendedartich carolus gulden, ...
voir tghebruijck der proestdien huijs ende hoff mitten seijlande dair aen gelegen mit voirwairden
dat Arien voirsz. die heininge teinden sijn iaeren sal laten in sulcken vuegen als hij die vonden heeft
ende die eeschen ende willigen knoten te weeten dat hij .... etc ...
... ende oick sal Arien tvoirsz. huijs dicht van dack halden buijten schade des abts
ende abdien voirsz. Oick is hier inne bescheiden dat Arien voirsz. den voirsz. hoff sal verbeteren ...
.... Ende Arien geloeffden oick mede tvoirsz. huijs ende hoff mitten lande dair aen
gelegen niet te versetten ...
... etc ....
... Ende Jan Arntsz
als rentmeister inder tijt des abts ende convents voirsz. geloeffden van weegen den abt ende convent
voirsz. die voirsz. thien jaeren die huer van rechts weegen te waren ende off Arien ontwairt worden die
ontwaringe sal staen ter discretie van vier goeder mannen aen elkce sijde twee ...
.. etc ...
... Inne oirkonden onser letteren gegeven inne den iaers ons heren duijsent vijfhondert drieende
sestich opten vierthiensten dach tsmaentz meij
Zegels af.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 310
16 ) 15-09-1533. Akte van in tijnsgeving aan Jacob die Haes Aertszone van een hofstede tussen de Maas en tot op de dijk te Driel. Concept
Ingevoerd of laatste wijziging op: 8-1-2019.
Wij Herman die Bije ende Jacop die Cock scepen in Driell tugen dat voer ons comen is heer Gerit Elbertsz vander Nijekerck conventuaell priester ende kellenaer dess convents ende abdien van Sunte Pauwels binnen Utrecht volmechtich dess abdts ende gemeijn convents nae vermoegen eens volmechtich brieffs besegelt met dess convents segell den welcken wij scepenen vsz. gesien ende gelesen hebben endeheeft uijtgegeven in enen erffliken thijs voer twe gouden Phs. gulden goet van goude gerecht ende swaer van gewicht off ander goet gevalueert Boergoens paijment ... etc... een geseet gelegen inden gericht van Driell met timmeringe heindinge ende poetinge soe dat zellige Aert die Haes ende Jan Reijersz in hueren beseten hebben gelegen tussen dess abdts voerg. erffenisse zuitwaert ende noertwaert streckende tot den oever toe vanden Maesen met den enen eijnde ende met den anderen eijnde aen ende op den dijck met den dieck daer tegen gelegen Soe breet die voersz. hoffstat is, Jacop die Haes Aertsz van welcken erffthijns den yersten pacht aff verschinen sall op Sunte Lamberts dach ...
... etc, etc ....
Anno etc XXXIII op die octavis nativitatis Marie den XV dach septembris.

Op de achterzijde (eigenlijk de omslag) staat gekrabbeld:
Predicti qd Jacop vsz. gelooft Jan die Sterck tot behoeff sijnen
suster als dat hij sijn suster dat vsz. goet halff sall ..at... ...olgen
doch dat sij mede betalen sall quo supra {1}
1. "als boven", dus datum als de akte.
Deze concept tekst is op gewoon papier geschreven, niet op perkament, en onbezegeld.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 305
17 ) 13-07-1563. Akten van pachterkenning door Loyck Gijsbertszone, successievelijk Jan Bartenszone van negen morgen land "De Monnikshof" en twee morgen land "Op den Ham" te Driel, 1533, 1563.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 5-1-2019.
Wij Egen Egensz ende Lambert Loij Artsz scepen in Driell tuygen dat voir ons comen is Jan
Bartensz ende heeft geloeft den eerweerdigen heeren Geraert vander Nijekerck abt des convents van
Sunte Pauwels binnen Utrecht vijftich Philippus gul. elcken gul. voirsz. voir vijfendetwintich stuver
Brab. geevalueert gherekent op Sunt Mertens dach in novembris alsmen sal schriven duysent vijffhondert
vijfende sestich ende daer nae noch negen iaeren achtereen geduerende alle iaer vijftich Phls. gul. ghelijck voirsz.
staen op Sunt Mertens dach in novembris tot onsen lantrecht te betalen Ende dit voir idt ghebruijck
van negen mergen lantz in alsulcker groitten die gelegen zijn in den gerichte van Driel ter plaetsen genaempt
Monninckx hoeve ende noch van twee mergen in den selve gerichte gelegen opten Ham Ende off Jan
Barten vursz. op alle Sant Merten daghe voirsz. niet en betailde ofte op alle heijlighe korsdaghe
dair naistvolgende zoe sall Jan Bartensz voirsz. vervallen weesen vander hueren ...
... etc ...
Die superscriptie Driell loven wij goet In oirkonde onser letteren gegeven int iaer ons heeren duijsent
vijfhondert drieedesestich opten darthiensten dach julij
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 303
18 ) 11-08-1533. Akten van pachterkenning door Loyck Gijsbertszone, successievelijk Jan Bartenszone van negen morgen land "De Monnikshof" en twee morgen land "Op den Ham" te Driel, 1533, 1563.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 5-1-2019.
Wij Hermen die Bie ind Jacop die Cock schepen in Driell tuijgen dat voir ons gecomen is Loich Gisbertsz
ind heeft geloeft heren Gerit vander Nijekerck priester ind conventuaell ind kelner des conventz ind abdie van Sant
Pauwels binnen Utrecht sesindtwintich Phus. gulden of valoir dair voir dairmen tUtrecht enen Phus gulden
mede betaelen mach Sant Merten tocomende alsmen schrijft vifinddartich ind negen jair dair nae op alle Sant
Marten in novembris sessindtwintich Phus gulden vursz. jairlix to betaelen als vander huyre van negen mergen
lantz soe groet ind cleyn die gelegen sijn tot Driell gnampt Monnickxhoiff ind desgelijx van twe mergen opten Ham
tot Driell ind off Loich vursz. op alle Sant Marten vursz. jairlix nyet en betaelden off op alle korsdach dair
naestvolgende soe in Loich vursz. vervallen tot behoiff des abtz ind conventz vursz. van die bruyckweer des
naistvolgende jairs ind is evenwael die pachten the betaelen ...
.... etc ...
.... In oirkont onss litteren Gegeven inden jair ons heren duysent
vifhondert drieinddartich des anderen daiges nae Sant Lauwrens to weten die rasuyren Sant Marten tocomende
ind Marten in novembri sesindtwintich Geschiet ind gegeven als boven
Zie ook op 13-7-1563.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 302
19 ) 15-09-1533. Akte van pachterkenning door Loyck Gijsbertszone, Jan, Rutger, Evert en Gijsbert Loij van 27 morgen "in de Sellick", 30 morgen "In die molenackeren, Schoeninck, ende Wullinxhoevell", 12 morgen "Monniksvliert", anderhalve morgen "Op de Gheerde", drie morgen "In dat leeghebroeck".
Ingevoerd of laatste wijziging op: 5-1-2019.
Wij Herman die Bie ende Jacop die Cock scepen in Driell tugen dat voer ons gecomen sijn Loijch Gijsbertsz Jan Loijen Rutger Loijen Evert Loijen ind Gijsbert Loijen
ind hebben geloeft als principaell saickwolde gesamenderhant ind een voer all heren Gherit Elbertsz vander Nijkerck conventuaell ind kelnaer der abdijen
van Sant Pauwels binnen Utrecht tot behoeff des abtz ind conventz voersz. hondert ende thien gouden overlensche Rijnsche koervoerster gulden goet van goude
ind gerecht van gewicht gemunt ende geslagen voer datum van desen op Sant Mertens dach inden wynter die komen sall anno vijff ende dartich ind negen jaer daer naest
volgende alle jaer hondert ende thien golden gulden als voirsz. sijn tot onsen lantrecht the betalen off then minsten opten heijligen korssdach nae Sant Mertens dach voirsz.
jaerlix waell betaelt the weesen als van lanthueren van soeventweyntich mergen lantz inden gericht van Driell gelegen inden gericht Sellick Noch van dartich
mergen genaemt die Molen Ackeren Schymminck? ende Wullinxhoevell Noch van twelff mergen genaempt Monincks Vliert Noch anderhalven mergen op de Geerden
Noch drie mergen in det Leechbroeck elcx deel in sulcker groeten soe dat daer myt recht gelegen is Noch zullen die saickwolden betalen ind gheven dese thien jaer
lanck duerende Onsser Liever Vrouwen altair tot Veltdriell een malder weijts ende eenen Hoernsch gulden ...
... etc ...
.... Ind off Loijch storff binnen den thien jaeren voersz. soe sall die abt ind convent enygen? van Loijchs
zonen die hem dat best believen sall die huere voert wuijth laten halden in vorwaerden als sijn vader dat gebruijct hadde Voertsz off geboerden dat
die saeckwolden enyge puncten in desen scepenen brieffe geschreven nyet en h..den off nae en gingen soe verwiell Loijch Ghijsbertsz rechte? voerts van deser
hueren ....
.... etc ...
... die transliniatie gericht loeven ende approberen wij goet Inne orcont onser litteren gegeven Inden jair ons heren dusent
vijffhondert drieinddertich den viffthienden dach smaents septembris
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 301
20 ) 13-09-1521. Akten van pachterkenning door Willem Loij van Driel Lambertszone, van 27 morgen "in de Sellick", 30 morgen "In die molenackeren, Schoeninck ende Wullinxhoevell", 12 morgen "Monniksvliert", anderhalve morgen "Op de Gheerde", drie morgen "In dat leeghebroeck", en 14 hond op Bruchem te Driel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 5-1-2019.
Wij Aert Janssoen van Hinxstum ende Jacop die Cock scepen in Driell tugen dat voer ons
comen is Willem Loij genaemt van Drijell Lambertssoen ende heeft geloeft heer Arien Noest prie-
ster tot behoeff dess abts in? gemeine convents van Sunt Pauwels tot Utrecht vijff ende soeven-
tich gouden overlenssche Rijnsche koervorster gulden goet van goude ende gerecht van gewijcht
off ander goet paijment daer voer in geliker weerde op sunte Mertens dach inden wynter die
coemen sall int jaer onss heren dusent vijffhondert vijff ende tweyntich Ende negen jaeren daer
naestvolgende ....
... etc ....
... als van lanthueren van soeven ende tweijntich mergen gelegen inden gericht van
Drijell inden Sellick noch van dartich mergen genaemt Inde Moelenackeren Schimminck ende Ullinxs
hoevell Noch twelff mergen genaemt Moninxs Vliert, anderhalven mergen Op den Gheerde, drije
mergen in dat Leeghe Broeck, noch veertien hont gelegen op Broeckem, elxs deels in alsulcke groetten
alst op elliker plecken met recht gelegen is, beheltelick oeck dat Willem voersz. sall betalen oeck alle jaer
dese voersz. tien jaeren gedurende een malder weijts tot Onsen Vrouwen altair tot Veltdrijel ende enen
Hoerns gulden oick tot behoeff dess altaers voirsz. gaende uijt Jan Danelssoens hoffstat buten dess
abts ende convents voirsz. schaede, noch met voerwaerde dat Willem voersz betalen sall alle verschot ende
gelde dat den mergentaels aen geet ...
... etc ....
.... In orconde onsen litteren gegeven int jaer
onss heren dusent vijffhondert een ende tweyntich op dess heiligen cruis avont exaltacionis
Zegels af.
Zie ook op 30 mei 1529.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 299
21 ) 30-05-1529. Akten van pachterkenning door Willem Loij van Driel Lambertszone, van 27 morgen "in de Sellick", 30 morgen "In die molenackeren, Schoeninck ende Wullinxhoevell", 12 morgen "Monniksvliert", anderhalve morgen "Op de Gheerde", drie morgen "In dat leeghebroeck", en 14 hond op Bruchem te Driel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 5-1-2019.
Wij Aert Janssoen van Henxstum ende Willem Loij genaemt van Driell Lambertssoen scepen in Driell tugen dat ick
Willem voersz. heb geloeft den erwerdigen heren heren Matheus van Goch abdt tot Sunte Pauwels tot Utrecht
als dat ick hem alle jaer sall betalen sinen vollen pacht van sinen guederen die ick tegem hem verpacht heb gelieck die
in enen scepenen brieff van Driell die daer aff gemaect is bescreven staen binnen der Stat van Utrecht met golden
overlensche Rijnsche koervorster gulden ....
... etc ...
... voert noch hier en boeven sullen oick huerbrieven gericht en coepbrieven oeck insettinge brieven
die mijn heer die abdt van mij heeft in werden bliven soe lange die huere dueren sall Die superscripsi is loeven wij goet
In orconde onssen letteren gegeven int iaer onss heren dusent vijffhondert negen ende tweyntich op Sunte Petronellen
avont
Zie ook op 13 sept. 1521.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 300
22 ) 17-12-1553. Akte van verpachting aan Arien Gosenszone namens zijn vrouw Hilliken van een hofstede bij de kapel te Ovendorp onder Driel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 4-1-2019.
Wij Jacop die Cock ende Aert Lambertsz scepen in Driell tugen dat voer ons comen is Aert Aertsz die Duijster als
rentmester des abtzs van Sunte Pauwels tUtrecht ende heefft uutth namen ende van wegen des eerwerdigenn
heeren Geraert vander Nijkerck abt van Sunte Pauwels tUtrecht voersz. wederomme verhuert ende
verpacht Arien Gosensz als mombaer zijnre huijsfrauwe Hilliken een dochter naegelaten van zelige Dirck
Jacopsz te weten alsulcken hoffstat met potinge gelegen tot Driel aen die Capelle tot Ovendorp daer
Dirck Jacopsz selige plach te wonen vijff ende tweijntich jaeren lanck duerende ingaende terstont na Dirck
Jacopsz voerz. jaren, des siaers om negen Hollantsche gevalueerde gulden tweijntich gevalueerde stuver
voerden gulden the betalen Sunte Mertens dage inden wynter .... etc ....
...
gegeven inden jaer ons heren dusent vijffhondert ende drie ende vijfftich des sonnendaichs voer Sunte Thomas
dach
Zegels: alleen nog een brokstukje van Jacop die Cock.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 306
23 ) 25-06-1565. Akte van belofte van rentmeester Johan Artszone Duyster tot inning en overdracht aan abt Gerrit Elbertszone van der Nijekerk van de pacht uit de abdijgoederen te Driel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 4-1-2019.
Wij Jacop die Kock ende Merten Jansz scepenen in Driell tuijgen
dat voir ons coemen is Johan Artsz Duijster ende heeft geloeft
den weerdigen heeren heeren Gerardt vander Nijekerck abt
Sunt Pauwels tUtrecht dat he als rentmr. toe manen
sall binnen Driell dat den eenen pacht vuijt den anderen te? keert?
sal worden Ind of dair boeven? ennige pachten beiaerden dat
he die beiaerden pachten opleggen ind betalen sal daer he
rentmr. aff is off mijn heere dabt sall sulx aen Johan
Artsz tot allen tijden te weeten wat nu Lamberti ind
Martini anno vierendesestich inde Petri ad cathedram anno vijendesestich verschenen
is sal he betalen nu te korsmis anno sesendesestich voll op
ind soe voirt jairlix van jair tot jair duerende soe lank Jan
Artsz sijn weerden rentmeester is off mijn heer dabt mach
sulx vuijtpanden aen Johan Artsz tot allen tijden als heeren?
verwonnen schult sonder pantkeringe dair tegen te doin Ind
des sal mijn heer dabt Johan Artsz tot sijnen gesinnen mit
segell ind brieff die he behoeft alle behulp ind bijstant doin
die mijn heer heeft Die superscriptie ad cathedram loven
wij goet Inne oirkonde onser letteren gegeven innen den iaere
ons heeren duijsent vijffhonder vijfendesestich des anderen daechs
nae sunt Johan babtisten dach
Met het zegel van Jacop die Kock.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 24
24 ) 14-07-1563. Akten van pachterkenning door Arien Noest, successievelijk Arnt Henrickszone, van een stuk land in de Luttel Eng te Driel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 3-1-2019.
Wij Egen Egensz ende Lambert Loij Arntsz scepenen in Driell tuygen dat voir ons comen is
Arnt Henricksz ende heeft geloeft den eerweerdigen heren Gerardt vander Nyekerck
abt des convents van Sunt Pauwels binnen Utrecht twee Phls. gulden elcken gulden voirsz.
voir vijffendetwentich stuver Brab. geevalueert gherekent op Sunt Lamberts dach alsmen
sal schriven duijsent vijffhondert sesendesestich ende dair nae noch vierendetwintich iaeren
achtereen gheduerende alle iaer twee Phls. gul. ghelijck voirsz. staen tot onsen lantrecht
te betalen Ende dit voir idt gebruyck van een stuck lantz gelegen inden gerichte van Driell
inden Lutten Eng in alsulcke groetten dat gelegen is ende sijn vader zelige tselve gebruicken
plach Ende off Arnt Henricksz voirsz. op alle sunt Lamerts daghe niet en betailde
zoe sal he vervallen weesen vander voirsz. hueren tot behoiff des abts ende convents
voirsz. ende van die bruickweere des naistvolgende iaers ende evenwael die pacht te betalen
van beyden iaeren ende noch evenwaell vervallen weesen vander heelre hueren zoe veere idt
den abt ende convent belieft Ende Arnt Henricksz voirsz. sal allen verschot vanden lande voirsz.
ende vrij gelt betalen, die vijffendetwintich voirsz. iaeren lanck ghedurende idt zy nieuwer off
aude weerck? hoemen dat noemen mach vuijtgenomen des heeren schattingen dair idt convent
op gesath worde Inde die ....? iaeren sullen staen tot discretie des abts voirsz. Ende die
abt voirsz. geloefden Arnt Henricksz voirsz. die huere voirsz. die vijffendetwintich iaeren
voirsz. van rechts weegen to waren Ende off Arnt Henricksz voirsz. ontwairt worden die
ontwaringe sal staen tot discretie van vier goeder mannen aen elcken sijde twee Inne
oirkonden onser letteren gegeven Inne den iaere ons heren duysent vijffhondert drieende-
sestich opten vierthiensten dach julij
Zie ook op 25 nov. 1515.
Zegels af.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 298
25 ) 19-03-1515. Akte van pachterkenning door Thijs Jan Mercelis van een huis en hofstede gelegen tussen de openbare weg en een steeg te Ovendorp.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 3-1-2019.
Wij Art Jansz van Hincxtum ende Hermen die Bie Hermensz scepen in Driel tugen dat
voir ons comen is Thiis Jan Mercelisz ende heeft geloeft heer Arien Noest tot behoeff des
abs priors ende gemeyn convents van sunte Pauwels tUyttrecht twee gouwen overlensche Rynsche
gulden goet van gouwe gerecht ende swaer van gewicht goet ende geve off ander goet
payment daer voir in geliicker weerden op sunte Lamberts dach naestcomende ende negen
ende darttich jaer daer naestvolgende elcx jaers der jaren vsz. twee gouwen gulden van ghe-
wicht als voirsz. staen op sunte Lamberts dach den vsz. heer Arien tot behoeff des abs
priors ende convents vsz. tot onsen lantrecht te betalen van hueren een huijs ende hoffstat mit alle
hoirre tymmeringh potingh ende tobehoeren gelegen inden gericht van Driel tot Ovenderp tusschen
die gemeyn steegh aen deen siide ende Henrick Sandersz aen dander siide streckende vander
straten totter stegen toe mit voerwaerden voert toegedaen als dat Thiis vander hoffstat vsz.
geenre haude? potingh noch tymmeringh aff trecken en sal mer altiit te verbeteren ende nyet the
verergeren Oeck sunt voerwaerden wes boem wes Thiis uytgeworsen? heeft op der voirsz.
hoffstat dat hij daer ander weder sal setten in die stat In orconde onser letteren Gegeven int
jaer ons heren dusent viiffhondert ende viifftien des manendages naeden sonnendach letare
Jherusalem
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 295
26 ) 25-08-1473. Akte van verhuur door proost Jan Raven aan Thonijs Alaertszone van een hofstede te Ovendorp.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 3-1-2019.
Wij Henrick die Bije Hermans soin ende Ghijsbert Hack scepen in Driel tughen dat voir ons comen is heren Jan Raven proefst der
cappellen van Driel ende heeft van namen ende van weghen des proefsts die altoes inder tijt siin sall proefst der cappellen voirsz. verhuert
ende uytgegheven een hofstat geleghen inden gericht van Driel tot Ovenderp tusschen Yden die wijff was Mathijs Rutgersz aen deen sijde
oestwaert ende Thoniis Alaerts soin aen dander sijde Thoniis Alaertsz voirsz in eenre jaerlicxer hueren the besitten voir twe gouden
overlensche Riinsche gulden goet ende gheve off ander goet paijment in gelijcker weerde dair voir ende twe pont goets was op sunte Lam-
berts dach naestcomende ende vijftich jaer lanck daer naestvolghende elcx jaers der jaren voirsz. voir twe gouden Riinsche gulden ende
twe pont was als voirsz. siin off paijment dair voir als voirsz. is jaerlicx op sunte Lamberts dach na thiinsrecht the betalen den proefst
die altoes inder tijt sal sijn proefst der cappellen voirsz. voir die huere der hofstat voirsz. Ende vorwoirde eest dat die proefst inder tijt voirsz.
... vlek ... ende pacht der tweer Riinsche gulden ende twe pont was voirsz. jaerlicx alle dese jaren lanck voirsz. ....? sal moghen verhalen
uytten huyse mit alle siinre tymmeringe ende potinge dat tess tijt inder voirsz. hofstat getymmert ende gepoet steet ende namaels getymmert
ende gepoet werden sal Voert soe geloefde heren Jan Raven als proefst voirsz. den voirsz. Thonijs die hofstat voirsz. the waren alle dese
voirsz. jaren lanck teghen alle die ghene die then recht comen willen voir die huere ende pacht der tweer Riinsche gulden ende twe
pont was voirsz. mer vorwoirde eest dat Thonijs voirsz. off yemont anders van siinre weghen op dat eynde der hofstat voirsz. ther
cappellen waert niet tappen off ennige ander oneerbair herberge hauden sal sonder argelist ende dat hij dair tymmeringe noch potin-
ge afftrecken en sal binnen off theinden desen jaren voirsz. Hij en sal yerst alle sine voirledene pachten ende .....? wael betaelt
hebben In orconde onss litteren Gegeven int jaer ons heren M CCCC drieendetseventich des sonnendachs nae ons lieven vrouwen dach assumptio
Met het zegel van Gijsbert Hack.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 292
27 ) 04-12-1463. Akte van verhuur door proost Jan Raven aan Jan die Raet Dircxsoon van een hofstede met de hoeven en opwassen tot de Maas toe te Ovendorp
Ingevoerd of laatste wijziging op: 2-1-2019.
Wij Jan Scorcap Jans soin ende Mercelis Raven scepen in Driel tughen dat voir ons comen is heren Jan Raven als proefst inder
tijt der cappellen van Driel ende heeft van namen ende van weghen des proefsts die altoes inder tijt siin sal proefst der cappellen
voirsz. verhuert ende uytgegheven een hofstat mit hoiren zoeslaghen totten Mazen toe ende mit allen hoiren toebehoiren geleghen
inden gericht van Driel tot Ovenderp tusschen Berthout die Luwe aen deen sijde boven ende Peter die Raet Dircxsz aen
dander sijde Jan die Raet Dircx soin in eenre jaerlicxer hueren te besitten voir enen gouden Reynaldus Arnemsriinsgulden
goet ende gheve off ander goet paijment in gelijcker weerde dair voir ende een pont goets was
...
... In orconde onss litteren Gegeven int jaer
ons heren M CCCC drieendetsestich op sunte Berbaren dach der ........
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 289
28 ) 25-07-1467. Akte van verhuur door proost Jan Raven aan Hendrik Meeussoon, de messemaker, van een hofstede te Ovendorp gelegen tussen de kapelhof van de kapel en het goed van de proost van Oudmunster, 1461 okt. 19; met akte van overdracht aan Adriaan Goedert Janssoon, 1467 juli 25
Ingevoerd of laatste wijziging op: 1-1-2019.
Wij Bauken die Sterck Jans soin ende Gherit Sanders soin scepen in Driel tughen dat voir
ons comen is Heinrick Meeuws soin die mesmaker ende heeft overgegheven ende opgedraghen
den brieff daer desen teghenwoerdighen brieff doirsteken is ende alle tgehaut des briefs
als daer in gescreven steet Adriaen Goedert Jansz soin the hebben ende the besitten Ende
Heinrick Meeusz voirsz. verteech opten brieff ende op tgehaut des briefs voirsz. tot behoeff
Adriaens voirsz Ende hij geloefde oick van siinre weghen alle voirplicht aff the doen
vanden selven In orconde onss litteren Gegeven int jaer ons heren M CCCC sevenendetsestich op
sunte Jacops dach apostel
Met het zegel van Bauken die Sterck.
Transfix.
Hangt aan: 19-10-1461
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 291
29 ) 19-10-1461. Akte van verhuur door proost Jan Raven aan Hendrik Meeussoon, de messemaker, van een hofstede te Ovendorp gelegen tussen de kapelhof van de kapel en het goed van de proost van Oudmunster, 1461 okt. 19; met akte van overdracht aan Adriaan Goedert Janssoon, 1467 juli 25.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 1-1-2019.
Wij Goisswiin van Driel ende Aert Eghens soin scepen in Driel tughen dat voir ons comen is heren Jan Raven als
proefst inder tijt der cappellen van Driel ende heeft verhuert ende uijtgegheven een hofstat geleghen inden ghericht
van Driel tot Ovenderp tusschen den cappellenhoff der cappellen voirsz. aen deen sijde zuidtwt. ende erfnisse des proefsts van
Audemunster tUytrecht aen dander sijde Heinrick Meeuw soin die mesmaker in eenre jaerlicxer hueren the besitten voir
een gouden Vranckrijcsche kroen goet ende gheve off ander goet paijment in gelijcker weerde dair voir ende een halff pont
goets was op sunte Lamberts dach naestcomende Ende vierendevijftich jaer lanck daer naestvolghende elcx jaers der
jaren voirsz. voir een gouden kroen ende een halff pont was als voirsz. steet off paijment dair voir als voirsz. is jaerlicx
op sunte Lamberts dach den proefst die altoes inder tijt siin sal proefst der cappellen voirsz. na thiins recht te betalen
Ende heren Jan Raven als proefst inder tijt voirsz. gheloefde den voirsz Heinrick Meeus die hofstat voirsz. alle dese jaren lanck
voirsz. the waren teghen alle die ghene die then recht comen willen voir die huere voirsz. In orconde onss litteren gegeven int jaer
ons heren M CCCC eenendetsestich des manendaechs nae sunte Lucas dach ewangelist
Transfix.
Aanhangend: 25-07-1467
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 291
30 ) 01-05-1463. Akte van verhuur door proost Jan Raven aan Peter die Raet Dircxsoon van een hofstede met geulen en opwassen, gelegen te Ovendorp-buitendijks tussen de dijk en de Maas.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 1-1-2019.
Wij Bauken die Sterck Jans soin ende Jan die Poirter Alaerts soin scepen in Driel tughen dat heren Jan Raven proefst
der cappellen van Driel heeft verhuert ende uytgegheven een hofstat mit allen hoiren kuylen ende zoeslaghen gelegen
inden gericht van Driel tot Overderp buyten dijcx tusschen Claes Rutgher Melis soin aen deen sijde ende Jan die
Raet Dircx soin aen dander sijde streckende vanden dijck totten Maze dyepen toe Peter die Raet Dircx soen in eenre
jaerlicxer hueren the besitten voir seven goede aude Vleemsche groet off ander goet paijment in gelijcker
weerde dair voir op sunte Lamberts dach naestcomende ende neghenendeveertich jaer lanck dair naestvolghende
elcx jaers der jaren voirsz. voir seven Vleemsche groet als voirsz. siin off paijment dair voir als voirsz. is jaerlicx
op sunte Lamberts dach den proefst die altoes inder tijt siin sal proefst der cappellen voirsz. tot onsen lantrecht the
betalen Ende Peter die Raet voirsz. geloefde heren Jan Raven proefst voirsz. tot behoeff des proefsts die altoes inder tijt
siin sal proefsts der cappellen voirsz. als dat hij den dijck die teghen dese voirsz. hofstat geleghen is den proefsts voirsz.
mit recht toebehoirende also dijcken ende verwaren sal alle dese jaren lanck voirsz. op siinen selfs kost ende
arbeyt dat den proefst inder tijt voirsz. dair bij ghenen schade noch hunder toe comen en sal in ennigher wijs
Oick so geloefde Peter die Raet voirsz. heren Jan Raven tot behoeff des proefsts inder tijt voirsz. dat hij die hofstat
mit hoiren kuylen ende zoeslaghen voirsz. teijnden desen voirsz. jaren ter stont vrij weder om brenghen sal aen handen
des proefsts inder tijt der cappellen voirsz. In orconde onss litteren gegeven int jaer ons heren M CCCC drieendetsestich op sunte
Philips ende sunte Jacops dach der apostelen
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 288
31 ) 07-07-1461. Schepenen: Aert Eghens soen en Roeloff Jans soen
Ingevoerd of laatste wijziging op: 30-12-2018.
Transfixa supra predicta

Wij Aert Eghens soen ende Roeloff Jans soen scepen in Driell tugen dat voir ons komen
is Henrick Gerits soen als wittafftige man ende momber Bertruyden sijns wijffs ende
heefft vertegen opten brieff daer desen tegenwoirdigen brieff doirsteken is ende op
alle 't gehaut des brieffsals daer in gescreven steet tot behoeff Demodeij die wijff
was Goeswijn Baerts erffljck te besitten. Ende Henrick Gerits soen voirss. geloeffde
oick van sijnre wegen ende van wegen sijns wijffs voirss. alle voirplicht aff te doen
vanden selven. In orkonde onser litteren. Gegeven int jair ons Heren M CCCC een
ende tsestich opten soevenden dach inder maent geheiten Julius.
Transfix.
Hangt aan: 25-02-1452
Aanhangend: 27-09-1463
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f. 119 / s. 199)
32 ) 25-11-1462. Akte van pachterkenning door Hendrik Meeussoon aan Jan Raven, proost van de kapel die de abdij te Ovendorp onder Driel bezit, van een hofstede te Ovendorp, gelegen tussen het goed van de proosdij van Oudmunster en een weg van de proost van de kapel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 30-12-2018.
Wij Sander Jacops soin van Veltdriel ende Gherit Jan Aertsz soin scepen in Driel tughen dat Heinrick Meeus soin heeft geloeft
heren Jan Raven proefst der cappellen van Driel tot behoeff des proefsts die altoes inder tijt siin sal proefst der cappellen voirsz.
acht gauden Arnoldus Arnemsgulden gemact int jaer ons heren M CCCC ende XXXIIII goet ende gheve off ander goet paijment in
gelijcker weerde dair voir ende een halff pont goets was op sunte Lamberts dach naestcomende ende vierendedarttich jaer
lanck daer naestvolgende elcx jaers der jaren voirsz. acht gouden Arnemsgulden als voirsz. siin off paijment dair voir als
voirsz. is ende een half pont was jaerlicx op sunte Lamberts dach den proefst inder tijt der cappellen voirsz. tot thijnsrecht
the betalen als vanden hueren van eenre hofstat geleghen inden ghericht van Driel tot Ovenderp in alsulcken groetten als die
mit recht geleghen is aldair tusschen erfnisse des proofsts van Audemunster tUytrecht aen deen sijde noerdtwaert ende
enen wech den proefst der cappellen voirsz toebehoirende aen dander sijde mit alsulcke vorwoirden toe ghedaen dat Heinrick
Meeus soin voirsz. binnen desen voirsz. jaren op dese hofstat voirsz. niet tappen off ennighe ander oneerbair herberghe hauden
en sal ... etc ....
.... etc .... Int jaer ons heren M CCCC tweendetsestich op sunte
Katherijnen dach
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 286
33 ) 02-10-1463. Akte van pachterkenning door Berthout die Luwe aan proost Jan Raven van een hofstede bij de Maas met de berm van de dijk en de opwassen te Ovendorp buitendijks, met aan weerszijden goed van de proost van de kapel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 30-12-2018.
Wij Mercelis Raven ende Bauken die Sterck Jans soin scepen in Driel tughen dat Berthout die Luwe heeft geloeft heren Jan Raven
proefst der cappellen van Driel tot behoeff des proefsts die altoes inder tijt siin sal proefst der cappellen voirsz. enen gouden
Joannes Beijers gulden goet ende gheve off veertien goede Phs. Burgoensche penningh geheiten witte stuvers voir datum des briefs
gemaect voirden gulden voirsz. off ander goet paijment in gelijcker weerde dair voir ende een halff pont goets was op sunte
Lamberts dach naestcomende ende neghenendevijftich jaer lanck dair naestvolghende elcx jaers der jaren voirsz. enen gouden
Beijers gulden als voirsz. steet off paijment dair voir als voirsz. is ende een halff pont was voirsz. jaerlicx op sunte
Lamberts dach den proesfsts inder tijt der cappellen voirsz. tot thiins recht the betalen als vanden hueren van eenre hofstat
dijckavelinge ende zoeslaghen streckende totten Mazen toe geleghen inden gericht van Driel tot Ovenderp buijten dijcs tusschen
erfnisse des proefsts der cappellen voirsz. aen beijden sijden dat tess tijt besit, aen deen sijde noerdtwaert Dirck Jacopsz van
Veltdriel ende aen dander sijde besit Peter bastert soin heren Aerts die Ghier ende Berthout die Luwe voirsz. geloefde den voirsz. heren
Jan Raven tot behoeff des proefsts inder tijt der cappellen voirsz. als dat hij den dijck teghen dese voirsz. hofstat dijckavelinge
ende soeslagen geleghen van Peter voirsz. totten Molendijcke toe alsoe hauden ende verwaren sal alle dese jaren lanck voirsz.
ennigher wijs Oick soe geloefde Berthout voirsz. den voirsz. heren Jan tot behoeff des proefsts inder tijt voirsz. als dat hij die
voirsz. goede als hofstat dijckavelinge ende zoeslaghen voirsz. theinden desen voirsz.jaren vrij ende los van siinre weghen weder om
brenghen sall aen handen des proefsts inder tijt der cappellen voirsz. In orconde onss litteren gegeven Int jaer onsen heren M CCCC
drieendetsestich des sonnendaechs nae sunte Baven dach
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 287
34 ) 10-09-1567. Akte van pachterkenning door Johan Arntszone van een stuk land te Veld-Driel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 29-12-2018.
Wij Arnt van Tuijll ende Johan Geritsz scepenen in Driell tuijgen dat voir ons comen is Johan
Arntsz ende heeft geloeft den eerweerdigen heeren heren Dirrick Loij Arntsz kellenaer der abdien
van Sunt Pauwels binnen Utrecht tot behoiff des abts ende abdien voirsz. sess carolus gulden elcken
gulden voir twintich stuijver Brabants gevalueert gerekent jaerlix waer aff den iersten termijn verschinen sal
op Sant Marten anno sevenendesestich ende daer nae noch seven iaeren aen een volgende op alle
Sant Marten in novembris sess carolus gulden als voirsz. jairlix tot onsen lantrecht te betalen als voir
die huere van een stuck lants zoe dat gelegen is inden gerichte van Driell in Velden Driell ackeren ende
off Johan Arntsz voirsz. op alle Sant Marten voirsz. jairlix niet en betaelde ofte op alle korsdagen daer
naestvolgende zoe is Johan Artsz voirsz. vervallen tot behoif des abts ende conventz voirsz. ...
...
... Inne den iaere ons heren duijsent vijffhondert sevenendesestich opten thienden
dach tsmaents septembris
Met zegel van Johan Geritsz.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 323
35 ) 09-02-1541. Egen Egensz. en Klaas Kerstensz. schepenen in Driel oorkonden.
Dirk Klaasz., Hendrik Ottensz. gehuwd met Yke d.v. Klaas dragen na verkoop over aan Willem Heinensz. de helft van 3 ½ morgen land in het gerecht van Driel ‘op die Hoentsaetse Voey’ (?). De koopsom bedraagt 100 pond gave penningen (‘hondert pont gever penningen’) en is betaald. Het land is dijk- en tijnsvrij. Mocht dit land later ‘ontwaert en affgewesen’ worden, dan betaalt de verkoper aan de koper 250 gouden Gelderse gulden rijders en 12 ½ van deze rijders ‘oft payment datter gelt voer is in gelyker weerde’.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 29-12-2018.
De twee zegels van de schepenen ontbreken.
N.B. de "Hoentsaetse Voey" in het regest zal waarschijnlijk de Rooijen zijn bij Hoenza-Driel.
Bron: Tafel van de Heilige Geest in 's-Hertogenbosch, regest nr. 3793.
Bron: Overigen
36 ) 10-09-1567. Akte van pachterkenning door Lambert Loij Arntszone van anderhalve morgen land "In de Vlut" te Driel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 29-12-2018.
Wij Arnt van Tuijll ende Johan Geritsz scepenen in Driell tuijgen dat voir ons comen is Lam-
bert Loij Arntsz ende heeft geloeft heren Dirrick Loij Arntsz kellenaer der abdien van Sant
Pauwels binnen Utrecht tot behoiff des abts ende abdien voirsz. vier carolus gulden elcken
gulden voir twintich stuijver Brabants gevalueert gerekent waer aff den iersten termijn verschinen sal
op Sant Marten in novembris vier carolus gulden als voirsz. jairlix tot onsen lantrecht te
betalen als voir die huere van anderhalven mergen lantz inden gerichte van Driell in die Vlirt {de Vliert?}
gelegen die meister Cornelis die Ghier in hueren heeft gehadt. Ende off Lambert voirsz. op
alle Sant Marten voirsz. jairlix niet en betaelde ofte op alle korsdagen daer naestvolgende zoe is
Lambert voirsz. vervallen tot behoiff des abts ende conventz voirsz. van die bruijckweere des
nastvolgende jaers ende effen waell die pachten te betalen van beijde jaeren ende noch effen
waell vervallen weesen vander heelre hueren, zoe vere idt den abt ende convent belieft. Ende
Lambert sal tverschot vanden voirsz. lande betalen die acht jaeren lanck tsij van nieuwe ofte
aude weercken .... etc ....
.... Inne den iaere ons heren duijsent vijffhondert soven ende sestich opten thienden
dach tsmaents septembris
Zegels af.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 321
37 ) 11-11-1562. Akte van pachterkenning door Thomas Crethier van 17 hond land in de Vliert te Driel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 29-12-2018.
Wij Cornelis de Ghier ende Lambert Aertsz schepenen in Driell tuijgen dat voir ons co-
men is Thomas Crethier ende heeft geloeft Jan Aertsz tot behoeff mijn heer d’abt van Sunte Pau-
wels tUtrecht veerthien g. Brabants valueert op Sunte Mertens dach toecomende in novembris ende
dair nae noch soeven iaeren lanck duerende alle iaer op Sunte Mertens dach voirsz. veerthien g.
als voersz. tot onsen lantrecht te betalen voir dat gebruijck van soeventhien hont lants op Driell
inden Vliert gelegen die voirsz. iaeren lanck duerende Ende Thomas voirg. geloeffden oick mede
dat lant voirsz. in die twee lesten iaeren niet te breken Inne oerconde onser letteren gegeven
inden iaere ons heeren duijsent vijffhondert twee ende tsestich op Sunte Mertens dach
Zegels zijn beschadigd.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 308
38 ) 08-09-1515. Akte van verpachting aan Gerrit Jacopszone van een hofstede te Ovendorp.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 29-12-2018.
Wij Art Jansz van Hincxstum ende Peter de Ghier scepen in Driel tugen dat voir ons comen is heer
Arien Noest als een procuratoer des eerweerdigen abts prior ende gemeynen convents van sunte Pauwels
tUyttrecht ende heeft van wegen des abts priors ende convents vsz. verhuert ende uytgegheven een hoffstat
geleghen inden ghericht van Dryel tot Ovenderp tusschen Roelof Mathiisz aen deen side boven ende
Hubert Jansz aen die ander sijde beneden Gerit Jacopsz in eenre jaerlixer hueren the besitten voer
twe gouden overlensche Riinsche gulden goet ende geve off ander goet paijment in geliicker weerde dair
voir ende twe pont goet was op sunte Lamberts dach naestcomende over een jaer ende negen ende veertich
jaer daer naestvolghende elcx jaers der jaren voirsz voer twe gouwen Rijnsche gulden ende twe pont
was als vsz siin off paijment dair voir als voirsz. is jaerlix op sunte Lamberts dach thiins recht
the betalen den vsz. heer Arien Noest tot behoeff des abts priors ende convents voisz. voir die huere der
hoffstat voirsz. Ende voerwaerde eest dat ...
....
Oeck eest voerwaerde dat Gerit Jacopsz vsz. off yemont anders van siinre weghen op dat eynde
der hoffstat voirsz. ther capellen waert nyet tappen off ennige andere oneerbaer herberge hauden
en sal ...
... In orconde onser letteren gegeven int jaer ons heren dusent viiffhondert ende
viiffthienn op onser liever vrouwen dach nativitas
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 294
39 ) 11-11-1476. Akte van verhuur door Arnt Egenszone, proost van de kapel van Driel, aan Jacob Merceliszone van een hofstede bij de Kapelweg te Ovendorp.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 28-12-2018.
Wij Aert vanden Pol Hillijnsz ende Egen Egensz scepen in Driel tugen dat voir ons comen is heren Aert Egensz proest der
capellen tot Driel ende van namen ende van wegen des proefsts der capellen voirsz ende heeft verhuert ende uijtgegeven een
hofstat gelegen inden gericht van Driel tot Ovenderp tuschen thijnsgoet Merten Hellen aen deen sijde zuidwaert ende eenen
gemeynen wech geheiten Capelwech aen dander sijde off tuschen den genen die mit recht lantgelegen sijn aen beyde
sijden streckende mit beyden eynde op die gemeyn steghen Jacop Mercelisz in eenre hueren the besitten voir eenen
gouden Engelsche nobell goet van goude ende gerecht van ghewichte off ander goet paijment in gelijcker weerden dair
voir op sunte Lamberts dach naistcomende en negen ende dartich jair lanck dair naistvolgende elcx jairs der jaren voirsz.
voir enen gouden Engelschen nobell als voirsz. is off paijment dair voir ....
... etc ....
.... Gegeven int jair ons heren dusent vyerhondert ses ende tsoventich op sunte Mertens dach inden wynter

N.B. de eerste schepen heette aanvankelijk 'Gerit Sanders Goiswijns soen' maar dat was gebaseerd op een foute transcriptie. In de naam van Aert blijkt ‘Pol’ weggevallen.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 293
40 ) 16-04-1553. Cornelis Jan (?) Sarsz. en Aert Aertsz.’ schepenen in Driel oorkonden.
Willem Heymensz. belooft aan Gerrit Willemsz. zijn zoon, dat als hij na zijn dood iets nalaat, dat hij dan 10 gulden brabants vooruit krijgt uitgekeerd. Gerrit mag de goederen ook gebruiken totdat zijn broers hem de 10 gulden hebben uitbetaald.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 23-12-2018.
De twee zegels van de schepenen zijn verdwenen.
Pasen viel in 1553 op 2 april en in 1554 op 25 maart. De datum van de oorkonde zijnde 16 april 1553 is dus volgens onze kalender 16 april 1553.
Bron: Tafel van de Heilige Geest in 's-Hertogenbosch, regest nr. 3871
Bron: Overigen
41 ) 09-07-1573. Aert Aert Egense en Johan Barten, schepenen van Driell, oorkonden, dat op verzoek van Otgen van Malssen, eenige personen verklaringen afleggen omtrent de levering van raapzaad door dezen Otgen naar Hedel.
Opten IX dach Julii anno 1573.
Oorspr. op papier (Inv. no. 5396), onderteekend door de oorkonders.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 23-12-2018.
Wij Aert Aert Egensz ende Johan Barten schepen in Driell doen kont ende cartifiseren
enen ijghelicken voer die gerechte waerheijt, hoe dat voer ons schepen voerg. gecompereert
ende erschenen sijn in properen persoenen enen genampt Wijlm Evertsz ende
enen genampt Reijnier Jansz allet mannen van goeder namen ende famen
inwoenders ende goede geboeren, nabueren in Driell, Ende hebben eendrachte-
lick bekent verclaert ende getuicht dorch gerichtelick versueck van Otgen
van Malsen ende myt den scholt gedacht sijnde, bij den eedt die hem den
scholt voirg. voer ons schepen .... etc ....
Bron: Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers, Huis Bergh (toegang 0214), inv. 5396; regest nr. 3176.
Afschrift zonder zegels.
Bron: Overigen
42 ) 26-11-1566. Afschrift van een verklaring voor schepen van Driel in 1566 over het loon van Mr. Adam van der Elst, secretaris van de Bank van Driel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 20-12-2018.
...
bijden ....
gesien ende? he .... .... hebben? een sing?...
dair in van .... .... de ..... ck folgents nabes.....
Alsoe tusschen Jan Geritsz cum suis ende Adam vander Elst secretaris in
Drijell verdragen was dat sijn schrijffloen soude staen tot er...kent?
des gerichts vermogen der vuijtspraken seggen dije schepenen ...
eendrechthelicken Dat Adam vander Elst nae auder gewoenten ...
rlijcken solares nemen sall, zoe mennich hooft, zoe mennich gelt ....
alsulcke schrijvers loen, sijn costen van rechten nae auder usantien .....
toirkonden? hebben dije schepenen onderteijkent opten sessendetwintichsten n......?
anno 1566 / Onder stondt gesc. Jan Gheritsz, Egen Egensz,
Merten Jansen, Aert Aert Egensz, Lambert Artsz, Thomas vanden Kretier
Dirck Ffonck / tuijgen alnoch voir schepenen vsz. dat dije signatuer off
codecilleken vsz. was gescr. bij eijgender Mr. Adams vander Elst handt
claer suijver onbesmeth ende ongevitreert? offte canceleert / oick als wij
anders ende? merken? konds mit eijgener schepenen handen boven verhaelt oiren name
geteijkent
ondertekening door E. Dircksz s. in D.
Bron: ORA Driel inv. 968, folio voor folio 1.
Boven en rechtsboven is afgevreten, waardoor het niet meer mogelijk is iets te maken van die tekst.
Ook de maand van de datering is verloren. Vermoedelijk stond er "novembris" maar dat is een gok.
Bron: Overigen
43 ) 04-05-1455. Schepenen: Marcelis en Bieken
Ingevoerd of laatste wijziging op: 18-12-2018.
Marge: Hagestauts erffen
Wij Jan Jansz ende Jan Geritsz schepen in Drijell tuijgen dat wij gevisiteert gesien ende overlesen hebben eenen schepenen schadeloos brijeff van Drijell staende gesigneert opten signaet vsz. bij zalige Ghijsbert Hacken secretarius der tijt was insererende ende inhaldende van woerde tot woerde gelijck volgentz hier nabescr. steet
Marcelis ende Bieken qd Aert Wouter Egensz promisit Gosen Hagestaudt perpetue indempnem servare die twee roeden dijckx int Scgreefgat? inter Egen Egensz beneden ende Aert Wouter Egensz alio Datum crastino Crucis anno vierhondert ende vijff ende vijftich.
In oirconde onser letteren gegeven inden jaere ons heeren duijsent vijffhondert ende acht ende vijftich opten elften dach der maent meije.
Is desen brijeff bij mijn onderscr. secret. gecopieert vuijt eenen schepenen vidimus brijef van Drijell in pargamenden ges. bijden gesworen secretaris inder tijt was tot Drijell hebbende twee vuijthangende pargamene steyrtten daer mit den iersten bezegelt ende den tweeden ongesegelt ende dat ten versoecke ende begherens van Aernt Schoock tot Boemel. Actum 27 octob. 95
met handtekening van E. Dircksz s. in Drijel
Toelichting: dit is afschrift van 27-10-1595 van een vidimus van 1558 van een akte van 1455.
Gijsbert Hack is de secretaris in 1455.
Marcelis en Bieken zijn de schepenen in 1455.
Jan Jansz en Jan Geritsz zijn de schepenen in 1558.

Bron: ORA Driel, inv. 969, folio 121.
Bron: Overigen
44 ) 11-05-1558. Schepenen: Jan Jansz en Jan Geritsz
Ingevoerd of laatste wijziging op: 18-12-2018.
Marge: Hagestauts erffen
Wij Jan Jansz ende Jan Geritsz schepen in Drijell tuijgen dat wij gevisiteert gesien ende overlesen hebben eenen schepenen schadeloos brijeff van Drijell staende gesigneert opten signaet vsz. bij zalige Ghijsbert Hacken secretarius der tijt was insererende ende inhaldende van woerde tot woerde gelijck volgentz hier nabescr. steet
Marcelis ende Bieken qd Aert Wouter Egensz promisit Gosen Hagestaudt perpetue indempnem servare die twee roeden dijckx int Scgreefgat? inter Egen Egensz beneden ende Aert Wouter Egensz alio Datum crastino Crucis anno vierhondert ende vijff ende vijftich.
In oirconde onser letteren gegeven inden jaere ons heeren duijsent vijffhondert ende acht ende vijftich opten elften dach der maent meije.
Is desen brijeff bij mijn onderscr. secret. gecopieert vuijt eenen schepenen vidimus brijef van Drijell in pargamenden ges. bijden gesworen secretaris inder tijt was tot Drijell hebbende twee vuijthangende pargamene steyrtten daer mit den iersten bezegelt ende den tweeden ongesegelt ende dat ten versoecke ende begherens van Aernt Schoock tot Boemel. Actum 27 octob. 95
met handtekening van E. Dircksz s. in Drijel
Toelichting: dit is afschrift van 27-10-1595 van een vidimus van 1558 van een akte van 1455.
Gijsbert Hack is de secretaris in 1455.
Marcelis en Bieken zijn de schepenen in 1455.
Jan Jansz en Jan Geritsz zijn de schepenen in 1558.

Bron: ORA Driel, inv. 969, folio 121.
Bron: Overigen
45 ) 1568. Schepenen: Jan Gerritsz en Jan Barthensz
Ingevoerd of laatste wijziging op: 13-12-2018.
Bij certificatie van Jan Gerritsz ende Jan Barthensz schepenen tot GrootDriell daer inne zij certificeren dat voir huer gecomen is Goesen Baekensz ende heefft bij eede bekant / dat hij van Robbert van Heerdt amptman ontfangen hadde IX £ / ende dat van bier broet ende andere verteerde costen heer Peter Goossens tsijnen huijse verteert hadde / soe Lo.r {?} alsoe hier voiren fo. XXII indie eerste partie van desen heer Peters guederen ontfanck gemaect is / die de amptman halff geniet hoert daeromme dese IX £ halff te dragen
Omme den selven redenen gecorrigeert op IIII £ X st.
Dit staat in de marge naast een inschrijving dat heer Peter bier en brood gehaald had bij Goessen Baekensz tot Rossem.
Bron: Gelderse Rekenkamer, inv. 5508, folio 28 in de marge.
De rekening beslaat 1567-1568 dus het jaartal van deze aantekening is (nog) niet zeker.
Bron: Overigen
46 ) 19-02-1544. Akte van afstand van rechten op een uiterwaard onder Driel door joffer Dirck. weduwe van Aert die Cock Diels aan Walraven van der Elst.
Claes Karatensz. en Dirck Jan, Lambertsz., schepenen te Driell, oorkonden, dat joffer Dirck, weduwe van Aert die Cock Diels, aan Walraven van der Elst een uiterwart onder Driell heeft overgedragen. Dinsdaichs voir Zinte Petersdach ad Cathedram
Oorspr. (Inv. no. 250). Met uithangend beschadigd zegel van Kerstensz. in bruine was en een verloren zegel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 22-11-2018.
Wij Claes Korstensz ende Dirck Jan Lambertsz scepenen in Driell tugen dat voir
ons comen is joffer Dirck naegelaten wedue Aert die Cock Duls myt oiren
gecoren mombair ende heeft vertegen op een uuterweertken gelegen inden gericht
van Driell opten Roiden oostwt. naestgelegen Dielis Morinck westwart
Walraven vander Elst zuytwart totte diepen vander Masen toe ende noortwt.
totter halven killen toe Aert Egensz tot behoeff Walraven vander Elst
voirsz. erffelicken the besitten ende joffer Dirck voirsz. geloofde van oirent
wegen alle voirplicht aff the doen vanden selven Ende heeft joffer Dirck
myt oiren gecoren mombaer voirsz. oick mede vertegen op hoir gerechticheijt
des weertkens voirsz. gelijck als Aert die Cock Duls hoir man seliger heeft
gecoft tegens Ghijsbert Claesz Aert Egensz voirsz. tot behoeff Walravens
voirsz. erffelicken the besitten Ende gelooffde oick mede alle voirplicht van
horent wegen aff the doen vanden selven In oirconde onser litteren gegeven
Int jair ons heeren duijsent vijffhondert ende vier ende veertich des dins-
daichs voir sunte Peters dach in cathedram
Nb. Het regest bevat fouten.
Schepenen: Claes Korstensz en Dirck Jan Lambertsz.
Diels moet zijn: Duls.
Bron: Nationaal Archief, Familiearchief Pauw van Wieldrecht, toegang 3.20.43, inv. 250. Regest nr. 12.
Bron: Overigen
47 ) 31-03-1510. Egen Dircxsz. en Egen Egensz., schepenen te Driel, oorkonden dat Henrick Dielisz., als man en voogd over zijn vrouw Thijskens Jacopsdr. van Driel overgedragen heeft aan Henricx van Driel Jacopsz., een waard, gelegen in het gerecht van Driel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 21-11-2018.
Wij Egen Dircxsz ende Egen Egensz scepen in Driel tugen dat voir ons comen is Henrick
Dielisz als witteftige man ende mommer sijns wiifs Thiiskens Jacops dochter van Driel ende
heeft vertegen op enen wert gelegen inden gericht van Driel opten Roijen buten diicx mit allen
sijnre potinge gewin ende verlies tusschen Ot Bolixsz {Bolcxsz?} ende Jan Scorcaps oestwart ende Rutger
die Cock westwart streckende vanden Oygraeff totten diepen toe vander Masen ende dat alsoe
ver als Henrick Dielisz als mommer siins wiifs vsz. dair toe gerecht is tot behoeff Henricx
van Driel Jacopsz erffliicke the besitten Ende Henrick Dielisz voirsz. geloefden van siinre
wegen ende van wegen siins wiifs voirsz. alle voirplicht aff the doen vanden selven
In oirconde onser letteren gegeven Int jair ons heren dusent vijffhondert ende thien des dinsdages
na den sonnendach als men singet in de heyliger kercken judica.
Met het geschonden zegel van de eerste oorkonder en het gave zegel van de tweede oorkonder in groene was.
Bron: Nationaal Archief; archief van de familie Repelaer, 1496-1940, 1.10.70; inv. nr. 460; regest nr. 2
Bron: Overigen
48 ) 1564. Schepenen: Jacop die Cock, Dirck Egensz, Dirck Egensz ende Arnt Arnt Egensz
Ingevoerd of laatste wijziging op: 17-10-2018.
Mem.? verordineert to Bomel te comen / Vuern
Cock, Tuijl, Hoichwauwen, Driel {1} Jacop die Cock
Dirck Egensz {2}, Dirck Egensz {3} ende Arnt Arnt Egensz

1. De eerste 4 zijn schepenen in Tuil, de 4 daarna zullen schepenen in Driel zijn.
3+4. Dirck Egen Andriesz + Dirck Egen Dirck Ghijsbersz
Bron: een korte notitie in ORA Tuil, inv. 1242, f. 15v
Bron: Overigen
49 ) 30-04-1533. Schepenen: Art die Ghier en Egen Dirck Egensz {1}
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-10-2018.
Schepen mgr Jan die Sterck of Tefelen ind Hillen Jansz
qd Gerit Petersz procurator mgr. Henrick van Rossem gericht
in Theeus Artsz of Aelbert Artsz of wie met recht besitter
is van een huijs ind hofstadt to Horwijnen ind van III g.
XX st. current thijns ind van peen nae inhalt sbrieffs Actum
aº XXXII op dinxdach ante Willibrordi Daer nae Art
die Ghier ind Egen Dirck Egensz {1} qd Gerit vsn. tamquam procurator
vursn. coip gedaen coipman Goissen van Over Actum aº XXXIII
den XXVII aprilis opdracht coram eisdem den XXVIII aprilis
Insettonge den XXIX aprilis opdracht den XXX aprilis coram
eisdem scabinis

Marge:
frater meus decanus
in Dryell pro litteras
et jure? schriptum? ....et?
in protocollo Dryllano
1. Mogelijk is dit een verschrijving voor "Egen Dirck Arrissz".
Deze tekst van de Bank van Driel is opgetekend in ORA Tuil, inv. 1239, f. 10v
Transfix.
Hangt aan: 05-11-1532
Bron: Overigen
50 ) 05-11-1532. Schepenen: Mgr. Jan die Sterck of Tefelen en Hillen Jansz
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-10-2018.
Schepen mgr Jan die Sterck of Tefelen ind Hillen Jansz
qd Gerit Petersz procurator mgr. Henrick van Rossem gericht
in Theeus Artsz of Aelbert Artsz of wie met recht besitter
is van een huijs ind hofstadt to Horwijnen ind van III g.
XX st. current thijns ind van peen nae inhalt sbrieffs Actum
aº XXXII op dinxdach ante Willibrordi Daer nae Art
die Ghier ind Egen Dirck Egensz qd Gerit vsn. tamquam procurator
vursn. coip gedaen coipman Goissen van Over Actum aº XXXIII
den XXVII aprilis opdracht coram eisdem den XXVIII aprilis
Insettonge den XXIX aprilis opdracht den XXX aprilis coram
eisdem scabinis

Marge:
frater meus decanus
in Dryell pro litteras
et jure? schriptum? ....et?
in protocollo Dryllano
Deze tekst van de Bank van Driel is opgetekend in ORA Tuil, inv. 1239, f. 10v
Dinsdag voor Willibrordi = dinsdag voor 7 nov. 1532.
Transfix.
Aanhangend: 30-04-1533
Bron: Overigen
51 ) 27-01-1533. Schepenen: Egen Dirck Arrisz, Hermen de Bie, Jacop van Lith, Aert? Lambertsz, mgr. Jan Sterck, Egen Dirck Gijsbertsz, Egen [de] Gier en Arnt die Cock
Ingevoerd of laatste wijziging op: 8-10-2018.
Nae aenspraick Egonis Kuijck in Herman van Geijsteren?
Ruerende goet dair Kuijck inne gerechticht zude?
zijn ex parte uxoris ende nae antwoert Hermens
voersz. wijsen wij scepenen Egen van Cuijck
in Hermen van Gestells? goet zoe diep ...? voirsz ex
parte uxoris dair inne bestorven Ind nae den lantrecht
dair he gerechticht is ....? dat ter tijt

Juridica aº XXXIII den XXVII Januarij Egen Dirck
Arrisz Hermen de Bie Jacop van Lith Aert? Lambertsz
mgr. Jan Sterck Egen Dirck Gijsbertsz Egen Gier Arnt die
Cock
Dit is een klad tekst in ORA Driel, inv. 44. Plaatselijk lastig leesbaar en er is in gekrast.
Bron: Overigen
52 ) 11-02-1444. Akte, gepasseerd voor schepenen van Driel, waarbij Alyt weduwe van Jacops van Veltdryel Jan Ravens soin en haar kinderen Jan Tengnagel, Sander, Dirc en Marijen (vertegenwoordigd door haar man en momber Engbert die Kock) de in de akte uit 1414 genoemde goederen overdragen aan de priester Jan Morinc ten behoeve van het onderhoud van de rector van het altaar van het Heilige Kruis in de kapel te Velddriel, onder beding dat Lijsbetten, weduwe van Jans Marcelus soins, gedurende haar leven uit de jaarlijks te ontvangen cijns een lijftocht van 2 Arnhemse guldens zal krijgen.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 21-9-2018.
Wij Jan Aert Eghensz. soin ende Brant Heijnricx soin scepen in Drijel tugen dat voir ons comen siin Alijt die wijf was Jacops van Veltdrijel Jan Ravensz. mit hoiren gecoren mommer Jan Tengnagel, Sander ende Dirc des voirs. Jacops van Veltdrijels kinder ende Engbert die Kock als mommer ende witaftige man siins wijfs Marijen, des voirsz Jacops dochter ende hebben gegeven ende opgedragen puerlic ende simplic omme gods wille ende omme zalicheit wille der zijelen des voirs. Jacops van Veltdrijel die brieve dair desen tegenwordigen brief doirstoken is ende alle tgehaut der brieve als dair in gescreven steet, alsoe ver als als zij elck dair toe gerecht siin ende beheltlic oic Lijsbetten die wijf was Jans Marceliis soins hoirre lijftuchten aen twe Arnemsguldens syairs hoir leven lanck ende niet langer te bueren vanden tijnns die inden principalen brief gescreven steet dair desen brief doirsteken is heren Jan Morinc priester als rectoer inder tijt eens altairs dat overmits Jacop van Veltdriel voirsz. gesticht is inden kercken van Drijel tot die eere gods ende des heijlichs cruijs tot behoef des ewichs rectoers des altoes {1} voers. die altoes inder tijt sal siin erflic te besitten Ende Alit mit hoiren gecoren mommer Jan Tengnagel, Sander, Dirc ende Engbert die Kock voirs. vertegen op die brieve ende op tghehaut der brieve voirs. Sij geloefden dair op doen te vertien alle die ghene die van hoirre weghen dairop mit recht vertien sullen Sij geloefden oic te waren van hoirre weghen heren Jan Morinc voirs. tot behoef des ewichs rectoers in der tijt des altairs voirs. die brieve ende tgehaut der brieve voirs. jair ende dach als recht is tegen alle die ghene die then recht comen willen ende van hoirre weghen alle voirplicht af te doen vanden selven Voirt geloefde Alijt die wijf was Jacops van Veltdrijel voirs. den voirs. heren Jan tot behoef des ewich rectoers inder tijt des altairs voirs. als dat sij Andrijes des voirs. Jacops soin ende Agnesen des voirs. Jacop dochter mit hoiren gecoren mommer sal doen vertien als sij comen siin tot hoiren mondigen dagen of bynnen enen vierdel iairs dair nae op die brieve ende op tgehaut der brieven voirs. tot behoef des ewichs rectoers inder tijt des altairs voirs. ende dat sij dan oic geloiven sullen van hoirre weghen alle voirplicht af te doen vanden selven beheltlic in allen punten voirs. der voirs. Lijsbetten hoirre lijftuchten aen den twe gulden syayrs voirs. hoir leven lanck te bueren van den ciins voirs. geliic dair af voirs. steet. Die superscriptie 'voers. die altoes' approberen ende loven wij. In orconde onser letteren gegeven int jair ons heren M CCCC ende XLIIII opten yllefsten dach in der maent geheiten februari
1. Dit is een verschrijving. Hier staan de 3 woorden boven geschreven die aan het eind van het stuk worden 'geapprobeerd'. Er zal moeten staan "... des altairs voers. die altoes inder tijt ..."
Transfix.
Hangt aan: 04-11-1434
Bron: Archief van de parochie St. Martinus te Kerkdriel, 1414 - 2002, inv. 131-4
53 ) 04-11-1434. Akte, gepasseerd voor schepenen van Driel, waarbij Lijsbet, weduwe van Jans Marcelis soins, de in de akte uit 1414 genoemde goederen verkoopt aan Jacop van Veltdryel Jan Ravens soin.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 20-9-2018.
Wij Ude van Tefelen ende Hylliin dye Ghyer Peters soin scepen in Drijel tugen dat voir ons comen is Lijsbet die wijf was Jans Mercelis soins mit hoiren gecoren mommer ende heeft vercoft ende opgedragen voir hondert gulden goet ende gheve die sij ghijede dat hoir betaelt siin die brieve dair desen tegenwordigen brief doirsteken is ende alle tgehaut der brieve als dair in gescreven steet Jacop van Veltdrijel Jan Ravens soin erflic te besitten Ende Lijsbet mit hoiren gecoren mommer voirs. verteech opten brieve ende op tghehaut der brieve voirs. ende geloefde dair op doen te vertijen alle die ghene die van hoire weghen dair op mit recht vertijen sullen Ende geloefde oic te waren van hoire weghen Jacop voirs. die brieve ende tgehaut der brieve voirs. jair ende dach als recht is tegen alle die ghene die ten recht comen willen Ende van hoirre weghen alle voirplicht af te doen van den selven In orconde onser litteren gegeven int jair ons heren M CCCC ende vijer ende dartich des donresdages nae alre zijelen dach
Transfix.
Hangt aan: 19-09-1430
Aanhangend: 11-02-1444
Bron: Archief van de parochie St. Martinus te Kerkdriel, 1414 - 2002, inv. 131-3
54 ) 15-06-1432. Jacop van den Velde Dirck Scoercappenzoin en Gerit Jans Stercksz, schepenen in Driell oorkonden, dat Jacop en Aert, zonen van Jan Smeets Jacopszoin aan Jan Aert Nouden soin t.b.v. het gasthuis te Hoensaet 1 1/2 Lb thijns 's jaars op Paaschdag heeft beloofd uit timmering en poting te Driell in de Pepert aan de Weyde tusschen de erfgenamen van Goisswijn Jan Sterckensoin en die van Aert Gielissoin.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 20-9-2018.
Wij Jacop vanden Velde Dirck Scoercappen zoin ende Gerit Jans Sterckss.
scepen in Driell tugen dat voir ons comen zijn Jacop ende Aert zonen
Jan Smeets Jacopszoin ende hebben gelooft Jan Aert Noudensoin tot
behoeff des gasthuyss gelegen binnen inden gericht van Driell tot
Hoensaet off tot behoeff der gasthuys meesteren die altoes indertijt sijn
zullen gasthuysmeesters des gasthuys voirss. thijns anderhalff
pont gever penninge wolckoer{?} elck pont voirss. weert zijn sall negen
goede oude butdreger off ander goet payment in gelijker werde daer
voir opten paeschdach naestcomende. Ende dair nae voir alle jare
anderhalff pont gever penninge als voirschreven zijn erffelicx thijns off
payment dair voir als voirschreven. jaerlicx opte paeschdach den hasthuys
voirschreven off den gasthuys meijsteren indertijt voerschreven euwelicken the
betalen. Ende the heffen ende the bueren uyt eenen geseet mit allen
zijner tymmeringe ende potinge gelegen inden gericht van Driell voirschreven
in die Pepert aen die weijde tusschen erffgenamen Goisswijn Jan
Sterckensoin aen d'een sijde ende erffgenamen Aert Gielis soins aen d'ander
sijde. Welcken thijns voirschreven off hij alle jair opten termijn der beta-
linge voirscreven nyet betaelt en were, soe soude daer op dan wassen
ende gaen alle weken naestvolgende een peen van eene halven Vlaem-
sche groten welcke peen tzamen mytter thijns voirschreven dat gasthuys
voirschreven off die gasthuys meisteren indertijt voirscreven uyt alle den voirscreven
guede zullen mogen verhalen wanneer dat zij's nyet langer en zullen
willen beijden. Ende Jacop ende Aert zoinen Jan Smeets voirscreven ge-
loeffden den voirscreven thijns Aert Nouden zoin tot behoeff des gasthuys
voirscreven ofte tot behoeff der gasthuys meisteren indertijt voirscreven den
thijns myt zijnen peene voirscreven euwelicke the waren tegen alle die gene
die then rechte comen willen uyt alle den goede voirscreven als geseet tymme-
ringe ende potinge voirscreven. In oirconde onser litteren. Gegeven int jaer ons Here
M CCCC thwee ende dartich opten bloken pinxtdach.

marge: Item I 1/2 pont gever penningen
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9 (f. 1) - Regest nr. 7
55 ) 19-09-1430. Akte, gepasseerd voor schepen van Driel, waarbij Melis Marcelus soin, Banke Marcelus soin en Alyt Marcelus dochter de in akte uit 1414 genoemde goederen verkopen aan Lysbetten, weduwe van Jans Marcelus soins.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 20-9-2018.
Wij Jacob van den Velde Dirc Scorcappen soin ende Heijmeric Peters Ghyeren soin scepen in Drijel tugen dat voir ons comen siin Melis Mercelis soin Bauken Mercelis soin ende Alijt Mercelis dochter mit hoiren gecoren mommer ende hebben vercoft ende opgedragen voir twentich pont ghever penninge die sij ghieden dat hen betaelt siin den brief dair desen tegenwordigen brief doirsteken is ende alle tgehaut des briefs als dair in gescreven steet alsoe ver als sij elck dair toe gerecht siin Lijsbetten die wijf was Jans Mercelis soins erflijcken te besitten Ende Melis, Bauken ende Alit mit hoiren gecoren mommer voirs. vertegen opten brief ende op alle tgehaut des briefs voirs. Sij geloefden dair op doin te vertijen alle die ghene die van hoire weghen dair op mit recht vertijen sullen Sij geloefden oic te waren van hoire weghen Lijsbetten voirs. den brief ende tgehaut des briefs voirs. jair ende dach als recht is teghen alle die ghene die ten recht comen willen Ende van hoirre weghen alle voirplicht af te doen vanden selven. In orconde onser litteren gegeven Int jair ons heren M CCCC ende dartich op sente Lamberts dach
Transfix.
Hangt aan: 20-05-1414
Aanhangend: 04-11-1434
Bron: Archief van de parochie St. Martinus te Kerkdriel, 1414 - 2002, inv. 131-2
56 ) 20-05-1414. Vier getransfigeerde akten met betrekking tot een erfelijke cijns door Jacobus van Velddriel verbonden aan het altaar van het Heilige Kruis in de kapel te Velddriel, 1414, 1430, 1435, 1444.
Akte, gepaseerd voor schepenen van Driel, waarbij Rutgher Hainrix zoen twee stukken land in het gerecht van Driel op de Quelschesteghe, groot respectievelijk een morgen en dertien hond, verkoopt aan Jan Marcelus zoen en die stukken vervolgens weer in gebruik krijgt tegen een erfcijns.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 20-9-2018.
Wij Sander Eghens zoen ende Deric Jan Sterken zoen scepen in Drijel tughen dat quam voer ons Rutgher Heimrix zoen vercoft ende droech op om vijftich gulden ghever penninghen alshij lide dat hem betaelt siin enen merghen lands die gheleghen is inde ghericht van Driel optie Quelschesteghe {1} tusschen die heren van Sente Pouwels van Utrecht aen deen zide ende Engbert Cloet {2} of wie dair mit recht dair lantgheleghen is aen dander zide. Voert dertien hont lands gheleghen aldaer tusschen die heren van Sente Pouwels van Utreccht voirs. aen deen zide ende erfghenamen Jan .....? Heimrix zoen aen dander zide Jan Marceliis zoen in enen eijghendom sonder ciins ende sonder dijck erflijc te bezitten Ende Rutgher voirs. verteghe op dit voirs. lant gheloeft de eerst wairscap te doen Jan Marceliis zoen voirs. vanden selven lande voirs. jair ende dach als recht is ende teghen hem allen die then recht comen willen ende af te doen alle voerplicht vanden selven Hier af soe siin Eghen zoen Rutghers voirs. ende Arnt Heimrix zoen sijn broeder Rutghers voirs. wairborghen onghesceijden Doe dit gesciet was doe gaf weder Jan voerscr. Rutghers voirs. dit voers. lant in enen erfenis te bezitten voer enen gouden enghelschen nobel moneten des coninx van Enghelant goet van goude ende zwaer van ghewicht of paijment dair voir in gheliker werde erfciins jairlijx eweliken opten paeschdach naest comende Jan voirs. hem eweliken te betalen welc ciins voirs. of hii jaerlijx inden voirs. termiin der betalinghen niet betaelt? ende were so salder dan alle weken dair naest volghende enen pene van enen botdregher goet ende gheve opten voirs. ciins wassen welken pene te samen mitten voirs. ciins Jan voirs. verhaelen mach uten voirs. lande wannere dat hiis niet langher en sal willen beijden. In orkonde onser litteren ghegheven int jaer ons heren M vierhondert ende veertien des sonnendaghes nae ons heren hemelvaerts dach
1. of: Puelschesteghe
2. of: Cloec
N.B. De eerste waarborg komt voor op de schatting van ca. 1419 als: Eghen Rutger Heijnen z.
Transfix.
Aanhangend: 19-09-1430
Bron: Archief van de parochie St. Martinus te Kerkdriel, 1414 - 2002, inv. 131-1
57 ) 09-01-1583. Egen Dirck Egen Dircks zoon en Henrick Ghysberts zoon, schout te Herwenen, schepenen van Dryell, oorkonden, dat Maricken en Annicken, dochters van wijlen Egen Egenss., aan Johan ... anderhalf schaar weiland onder Dryell, genaamd "vrije sekere ijsere schaeren", buitendijks, op de achterste waard, verkocht hebben, 1583 januari 9. Zie 10 Mrt. 1525 (=101). 1 charter
N.B. Oorspronkelijk. Met het licht geschonden zegel van de tweede oorkonder. Dat van de eerste ontbreekt.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 18-9-2018.
Wij Egen Dirck Egen Dircksz ende Hanrick Ghijsbertsz scholt tot Horwenen schepenen in Drijell
tuijgen dat voir ons commen sijn Mariken ende Annicken beijde Egen Egensz nagelaten dochteren
ellick mit sijnen gekoeren momber ende hebben vercoft ende opgedragen voir hondert pont gever
pennongen die zij ghijeden dat oir betaelt sijn anderhalf scharen weijden genampt vrije sekere
ijsere schaeren gelegen inden gerichte van Drijell buijten dijcks opten achtersten weyrt mit
allet recht ende privilegie zelliger joffrauw Cocks dije in oiren leven bezeeten ende dijenende
sonder ennigen affbrueck te noch toe bezeeten ende geweijt heeft Johan Alartsz dijck ende
thijns vrij in eenen eijgendom erffelijcken to hebben ende to besitten Ende dye vercoperssen
mit oiren gekoeren mombare verthegen tot behoif des copers ... etc ...
...
ende allen voircommer ende voirplicht aff to doen vanden selleven ende dat vuijt drije stucken lantz
ongeveyrlijck vier mergen lantz groot sijnde .... .... inden
gerichte van Drijell vursz. buijten dijcks op den Nijewen Camp, Dirck Arntsz mit een
leen stuck noirdwaert, dije Haer westwaert den runnende Maez stroem oistwaert off zoo
wye dair mit recht naist ende allomme gelegen mach sijn ende voirt alle oire guederen ten
lantrecht Ende het is to weeten dat Wauter Egensz sestalff hondt lantz inde vursz. vier mergen
lantz is besittende Allet mit conditien ... etc ...
...
... Inne oircunde onser letteren gegheeven inden jaere ons heren duijsent vijffhondert
drije ende tachtentich op den negenden dach januarij
Deze akte staat ingeschreven in ORA Driel inv. 968 folio 1v, maar daar is de bovenkant vergaan en onleesbaar.
Bron: Diverse charters/diverse aanwinsten, inv. 196
58 ) 31-01-1568. Akte waarbij het Regulierenconvent te Bommel aan Dirrick Egen Derrickss de helft van 12 morgen genaamd de Christmeercamp te Driel in de Vliert verkoopt, 1568. Getransfigeerd. Met akten van consent van Kanselier en Raden van Gelderland (dorsaal) en van de prior van Windesheim, 1568 januari 31. 2 charters, getransfigeerd
N.B. Aanwinst 1970, overgedragen door RA Noord-Brabant. Zie verslag. Zie ook 1554 nov. 20.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 18-9-2018.
Wij Egen Egensz ende Adam vander Elst scepen in Driell tuijgen dat voir ons
comen sijn heren Wijlhem van Boxtell prior then Regulieren binnen Boemell ind
heer Johan Aelbertsz supprior des selffer conventz ind hebben mit voerraet ind consent
des Gantzen Capittels ind Conventz voirsz capittualiter voir ons vergadert ind sich betuijcht
gheven ind mit octroije wyll ind consent Co. Ma.t id selff ons volsegelt dair aff ver-
toont gesien ende horen lesen hebben Oick mit scriftelicke placet in Latijn ghes. onder
den prior van Wijnsem als prior superior hant ghes. alssmen ons seechde dat wij oick
gesien ende horen lesen hebben, vercoft ende opgedragen voir vijfhondert pont gever pennongen
diese gieden dat hem betaelt sijn de helft van twelf mergen lantz inden gericht van Driell
inde Vliert gelegen genaempt Christinen camp te weeten de sijde naest den Vliersswech gelijck
zoe die pater? tot Driell die gebruijct die gebruijct {sic} heeft Boven lant gelegen Sante
Catharinen altair to Driell Beneden Aernt Jansz van Hencxthum Then noirden die
natuerlicke kinderen des heren Bodewijen? ende mitten eenen einde streckende opten
Vliersswech off zoe wie mit recht naestlantg. sijn Dirrick Egen Dirricksz dijck
vrij ind sonder thijns erffelicken to besitten Inde die prior supprior mit wyll des Gantzen
Convent voirsz. hebben op tlant voirsz. vertegen Ind geloeffden te doin verthien allen die mit
recht dair op verthien sullen Inde tot onsen lantrecht tlant voirsz. to waren als recht is
tegens allen then rechten comen wyllen Ind allen voircommer inde voirplicht aff te doin vanden
selven Ind die prior ins suppprior van weegen des Gantzen Conventz voirsz. gelooffden
mede hier van octroije ind placet te versorgen van Co. Ma.t ind den prior van Win-
desem als prior superior des Conventz voirsz. alzoe dat Dirrick Egensz voirsz. deses aff-
coepz to vollen versorcht ind bewaert sijn sullen Inne orconde onsen letteren gegeven inne
den iaere ons heren duijsent vijffhondert achtendesestich opten lesten dach tsmaents januarij
Co. Ma.t = Koninklijke Majesteit
De verwijzing naar 20 nov. 1554 betreft de Bank van Zaltbommel; die akte staat niet hier en lijkt geen relatie hebben met deze akte.
N.B. zie ook:
Archieven van de stad Zaltbommel (RAR toegang 3020), inv. 582.
Nederlandsch Archief voor kerkelijke geschiedenis, deel V (1845), blz. 243 e.v..
Bron: Diverse charters/diverse aanwinsten, inv. 171
59 ) 10-03-1525. Peter die Ghyer en Egen Dirck Gisbertssen, schepenen van Driell, oorkonden, dat Aert die Cock, Ariaen Duals zoon, aan Johan van Kessell 1.3 van de achterste Coerenwert van Driell, buitendijks, verkocht heeft, bewaard met een recht van het altaar van het heilige kruis, 1525 maart 10. 1 charter
N.B. Oorspronkelijk. Met de geschonden zegels van de beide oorkonder.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 17-9-2018.
Wij Peter die Ghijer ende Egen Dirck Gisbertsz scepen in Driell tugen dat voir ons comen is Aert
die Cock Ariaen Duls soen ende heeft vercoft ende opgedraegen voer vijff hondert pont gever penningen
goet ende geve die hij ghijede dat hem betaelt sijn dat een dordendeel vanden afftersten Coerenwert
met alle sijnder poetynge ende toebehoeren ende met allen sinen gewyn ende verlies ende is gelegen inden gericht
van Driell bueten diexs beheltelick den heiligen cruis altaer sijn gerechtichheit tussen den Niencamp?
der kercken vinckel? den vorsten Coerenwert daer rundomme gelegen off tussen allen den genen die met
recht rondtomme gelegen sijn Johan van Kessel in enen eijgendom sonder dieck ende sonder thijns ....
... etc ...
... In orconde onssen letteren gegeven int
jaer ons heren dusent vijffhondert vijff ende tweijntich den tienden dach martij
Bron: Diverse charters/diverse aanwinsten, inv. 101
60 ) 27-04-1527. Arendt de Ghyer en Jan die Sterck van Teffelen, schepenen van Dryell, oorkonden, dat Gerefaes de Ghyer aan Johan van Kessell zeven scharen weiland buitendijks op den achtersten Corenwert onder Dryell verkocht heeft, 1527 april 27. 1 charter
N.B. Oorspronkelijk. Met het geschonden zegel van de eerste oorkonder. Dat van de tweede oorkonder ontbreekt.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 17-9-2018.
Wij Aerndt de Ghijer ende Jan die Sterck van Teffelen scepen in Drijell tugen dat voer onss comen
is Gerefaes de Ghijer ende heeft vercoft ende opgedragen voer drije hondert gulden Brabamts ende veertich gulden
Brabants tweyntich stuver Brabants soe die op data deess tegenwoerdigen brijeffs inder stat van sHartogen-
bossche genge ende geve sijn off ander goet paijment daer voer in geliker waerden die hij ghijede dat hem
betaelt sijn soeven schaeren weijden gelegen inden gericht van Drijell buten dijxs opten afftersten Corenwert
tussen allen den genen die all omme met recht naestlantgelegen sijn, met heindingen poetingen ende
toebehoeren voert met gewyn ende verlies Johan van Kessell in enen eijgendom sonder dieck ende
sonder thijns erffelick the besitten Ene Gerefaes de Ghijer voerscr. verteech op dese soeven schaeren
.... etc ...
... In orconde onsen litteren gegeven int jaer onss heren dusent vijffhondert soeven ende tweijntich
den soeven ende tweijntichsten dach der maent van april
Met het zegel van Aerndt de Ghijer.
Bron: Diverse charters/diverse aanwinsten, inv. 103
61 ) 01-10-1553. Jacop die Cock en Dirck Jan Lambertsz schepenen in Driel oorkonden dat Lambert Bakensz voor 100 pond de doorstoken rentebrief d.d. 22 sept. 1551 heeft verkocht aan Claes Corstensz.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 17-9-2018.
Wij Jacop die Cock ende Dirck Jan Lambertsz scepen in Driell tugen dat voer ons comen is Lambert
Bakensz ende heefft vercofft ende opgedragen voer hondert pont gever penningen die hij
ghieden dat hem betaelt sijn den brieff daer deesen tegenwoerdigen brieff doersteken is ende
allet ingehalt des brieffs als daer inne gescreven steet Claes Korstensz erffelicken the hebben
ende the besitten Ende Lambert voerscr. verteech opten brieff ende op allet ingehalt
des brieffs voerscr. hij gelooffde daer oick mede op the doen vertijen alle die ghene die met
recht daer op vertijen sullen ende alle voorcommer ende voerplicht aff te doen vanden selven
Inne oirconde onsser litteren Gegeven inden jaere ons heeren duijsent vijffhon-
dert ende drie ende vijfftich opten yersten dach der maent octobris
Hierbij de getransfigeerde transportbrief d.d. 21 mei 1622, waarin Johan Hanricksz en Hanrick van Bommell schepenen in Driel oorkonden, dat Catalyna de Bye wed. van Mr. Johan Dircksz de rentebrieven voor 10 pond heeft overgedaan aan Lysbet Willems.
Geschenk van Völcker van Soelen (aanwinst 1921 XXIII.6). De zegels af.
Regest: uit de aantekeningen van Mr. Rueb, nr. 56.
Transfix.
Hangt aan: 22-09-1551
Bron: Diverse charters/diverse aanwinsten, inv. 1101-2
62 ) 22-09-1551. Claes Korstensz en Jan Jan Sarss schepenen in Driel oorkonden dat Cornelis Jan Sarss drie Kar. guldens thijns heeft geloofd op sunte Lambertsdach aan Lambert Bakensz uit huis en hofstad te Driel tot Uutwijck tussen N. Jan van Malsen en Z. Dirck Claesz, met een boetebeding van 1,5 stuivers per week achterstand.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 17-9-2018.
Wij Claes Korstens ende Jan Jansz Sarss scepen in Driell tugen dat voer ons comen is Cornelis Jan Sarss
ende heefft geloofft Lambert Bakensz thijns drie keijsers carolus gulden tweyntich stuver Brabb.
nae der valuatie van Brabant voerden gulden voersz. op sunte Lamberts dach toecomende ende soo
voert jaerlicx opten voersz termijn dach euwelicken the betalen den voersz. Lambert Bakensz the
heffen ende the bueren uuth huijss ende hoffstat gelegen inden gericht van Driell tot Uutwijck
noortwaert Jan van Malsen ende suytwaert Dirck Claesz .... etc ...
.... Inne
oirconde onser litteren Gegeven inden jare ons heren duijsent vijffhondert
ende eenen vijfftich op sunte Mauritius dach
Geschenk van Völcker van Soelen (aanwinst 1921 XXIII.6). De zegels af.
Regest: uit de aantekeningen van Mr. Rueb, nr. 56.
Transfix.
Aanhangend: 01-10-1553
Bron: Diverse charters/diverse aanwinsten, inv. 1101-1
63 ) 13-03-1555. Akte waarbij schepenen van Driel getuigen dat Adam en Goert van der Elst de nalatenschap van hun ouders in gebruik genomen hebben, 1555. 1 charter
N.B. Aanwinst 1960.17.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 17-9-2018.
Wij Dirck Jan Lambertsz ende Aert Aertsz scepen in Driell tugen dat wij daer bij aen den over
geweest zijn daer mester Adam ende Goert vander Elst gebruederen als erffgenamen hoer selige
vaders ende moeders hem int gebruijck gegeven ende aengevangen hebben hoer gerechtich-
heijt van eenen gehelen uuterwerdt gelegen inden gericht van Driell opten Roden
Noch aengefangen ende hem int gebruijck gegeven in sess mergen lants gelegen inden
voersz. gericht van Driell int Leech Broeck oick hoer gerechticheijt, Noch drie mergen
lants soe groot ende cleijn die gelegen sijn inden gericht van Driell aengevangen ende hem
int gebruijck gegeven geheel allet nae vermelden ende luijt hoerder scepen brieven
daer van wesende Inne oirconde onsser litteren gegeven inden jaere ons heren dusent
vijffhondert ende vijff ende vijfftich den darthienden dach der maent martij
Bron: Diverse charters/diverse aanwinsten, inv. 1373
64 ) 23-03-1530. Aert Janszoon van Henxtum en Egen Dirck Ariss., schepenen van Driell, oorkonden dat Aert die Haes aan Jan die Sterck van Teffelen ten behoeve van Johan van Kessel twee scharen weiland onder Driell op de achterste Corenwert verkocht heeft, 1530 maart 23 (des Woensdages post Oculi). Zie 1525, 10 maart = 101. 1 charter
N.B. Oorspronkelijk. Met de zegels van de beide oorkonders.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 16-9-2018.
Wij Aert Janssoen van Henxstum ende Egen Dirck Arissen scepen in Driell tugen dat voer
onss coemen is Aert die Haes ende heeft vercoft ende opgedragen voer twe hondert pont
gever penningen goet ende geve die hij ghijede dat hem betaelt sijn twe schaeren weijden
met gewyn ende verlies poetinge heindinge ende toebehoeren gelegen inden gericht van
Driell bueten diexs opten afftersten Corenwert tussen allen den genen die allomme
met recht naestlantgelegen sijn Jan die Sterck van Teffelen tot behoeff Johans
van Kessel in enen eijgendom sonder dieck ende sonder thijns erffelicken Ende Aert die
Haes voersz. verteech op dese vercoffte weijde met hoeren toebehoeren .... etc ...
....
... In orconde onsen letteren gegeven int jaer onss heren dusent
vijffhondert ende dartich dess woensdaeges post Oculi
Met beide zegels.
Bron: Diverse charters/diverse aanwinsten, inv. 107
65 ) 07-03-1529. Peter van Oever en Wilhem Loye, genaamd van Driell, Lambertss., schepenen van Driell, oorkonden, dat Jan die Sterck van Teffelen aan Thys Korstenss. ten behoeve van Johan van Kessell 4 kalverscharen onder Driell op den achtersten Coerenwert heeft verkocht, 1529 maart 7. 1 charter
N.B. Oorspronkelijk. Met de zwaar geschonden zegels van de beide oorkonder.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 16-9-2018.
Wij Peter van Oever ende Willem Loije genaemt van Driell Lambertsz scepen in Driell tugen
dat voer ons coemen is Jan die Sterck van Teffelen ende heeft vercoft ende opgedragen voer vijff-
tich pont gever penningen goet ende geve die hij ghijede dat hem betaelt sijn vier kalver schaeren
gelegen inden gericht van Driell bueten diexs opten afftersten Coerenwert met gewyn ende verlies
poetinge heijndinge ende toebehoeren welck vier calver schaeren gelegen sijn tussen allen den genen
die alomme met recht naestlantgelegen sijn Thijs Korstensz tot behoeff Johans van Kessel
in enen eijgendom sonder dieck ende sonder thijns erffelick the besitten ... etc ...
...
... In orconde onsen letteren gegeven int jaer onss heren
dusent vijffhondert negen ende tweijntich den soevenden dach inden merte
Bron: Diverse charters/diverse aanwinsten, inv. 106
66 ) 15-03-1542. Herman die Bie en Freryck van der Steghen schepenen in Driel oorkonden dat honderd [fout] personen hebben verklaard dat van de schippers van Rossem te Hedel geen tol werd gevraagd en dat zij slechts de roeyertoll betaalden.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 16-9-2018.
Wij Herman die Bie end Frerijck vandr Steghen scepen
in Driel certificeren voir die gherechte waerheijt hoe
dat op datum van hueden voir ons gekompareret sijn in
hoirder eijgen personen end dat doir gerychtelick versueken
der heermeraeden des dorps van Rossem Gerit Jansz
Albert Goirtsz Goessen Gorisz Peter Artsz Jacop Jansz van Hel
inwoenende nabueren des kersspel van Rossem mannen
van goeder eeren end famen weerdych ghetuijchenisse
van hem toe geven end hebben getuijch ende geaffirmeert
bij hoer man waerheijt end beswoiren als hijr nae
bescreven staet Gherit Jansz een man vier off vijffenses-
tych iaeren die mennygen tijt met sijnen vader nae
bij hem selver gevaeren heeft end van hem noch
van sijnen vader bij sijn weetenheijt toe Heedel toll
geeijst is dan roeder toll van Rossemssen guderen
Albert Goirtsz als van den alsten bynnen Rossem tuijcht
als dat hij dat hij dies niet en heeft hoiren seggen dan
nu bynnen vert.....ch of drie weeken gheschijt
Goessen Goerisz Peter Artsz die met alden scippers
gevaren hebben Gerit Goirtsz saliger Jan Gerit saliger
en hebbens niet gehort off geweeten dat hem
anderen toll geeijst is Jacop Jansz als nu inder
tijt die scipper affirmeert dat van hem ghe-
nen toll geeijst is dan roeijer toll buijten dan bynnen
drie weeken gedaen is End wantmen die wair-
heijt getuijchenisse behoirt toe geven sonderlingen
almen dair gerychtelick toe versoecht woirt soe heb-
ben wij voirsz dat getuijch end met beswoeren voir
scholt van Rossem end voir scepen voirsz. End want men
die waerheijt getuijchchenisse hoert toe gheven sonder-
lingen alsmen die goettenlick gesynnenenden is soe hebben
wij doer doechtelick begheerten der heemeraden
voirsz. onssen segel beneden op spatium van desen gedruckt
Geschijt int iaer ons heeren dusent vijffhondert
tweeenfeertych den vijftynsten dach meert
Regest is uit de aantekeningen van Mr. Rueb, nr. 56 (is fout)
Bron: Familie Van Randwijck 3, inv. 790
67 ) 22-01-1450. Akte waarbij Jan van Rossem heer Jansz., heer tot Zoelen, de veerstad tussen veer en de veerstad van Vauderick boven en beneden het veer en de veerstad van Opijnen en die van Heerewaarden en Oensel aan Walraven van Haeften verkoopt, 1450. 1 omslag
N.B. Gecoll. afschrift uit dezelfde tijd, en een modern afschrift, benevens een certificatie van Peter Jansz. en zijn zoon Gijsbert en anderen over het gebruik van het veer te Heesselt, 1517.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-9-2018.
Wij Egen Eghens soen ende Brant Hanricks soen scepen in Drijel tugen dat voer ons comen is Jan van Rossem heren Jans zoen here tot Zoelen heeft vercoft ende opgedragen voer drije hondert gouden aude scilde munten des conincks van Vrancrijcks goet ende geve dije hij ghijede dat hem betaelt sijn, Dat voerstat ende voer ende alle alsulcke recht als daer toe hoert ende van audt toe gehoert mach hebben dat gheleden is tusschen dat voer en voerstat van Vauderick boven Ende beneden dat voer ende voerstat tot Opijnen, soe dat tusschen den ghericht van Vauderick ende van Opijnen aen een sijde, Ende den gericht van Herwaerden ende den ghericht van Oensel aen dander sijde aldaer gelegen is Ende gheen ander recht en sal wesen daer over te waren in voerstats rechts off anders dat desen veir off veerstat dat Walraven voerss. aldus gecoft ende betaelt heeft {1}. Dat den voer tegen ganghen mach Dat geheijten is dat Rossemste ende Hecelste veerstat met sulker aen waert allet ghericht van Rossem doer tot verten? orber? inder tijt sonder argelist, Walraven van Haeften voerss in enen eijgendom sonder dijck ende sonder thijns erffliken te besitten Ende Jan van Rossem heren Jans zoen voerss. gheloefde Walraven van Haeften voerss Dit veer ende veerstat voerss. the waren van sijnre wegen jair ende dach als recht is tegen alle dije gene die then recht comen willen Ende van sijnre wegen alle woerplicht aff te doen vanden selven Woert soe heeft Jan van Rossem Goeswijns soen weertegen op dyt voer ende veerstat als voerss. is Ende gheloefde dat Walraven van Haeften voerss. eerffliken ende eweliken the waren in alle all sulcken rechten ende ghewoenten ende auden heercomen ghelijck als hij ende sijn vader ende sijn auder vaderen dat heerghebracht hebben ende alle voercommer aff te doen als recht is Inder enyngen van Drijel ende inden ghericht van Rossem met wolre waerscappen In orkonden onsen heren gegeven int iaer ons heren M CCCC ende wijftich des donredaeghs nae sinte Agnetis dach der heiliger joncfrouwen

Collationatum est presente copia cum suis origi-
nalibus litteris et concordat de verbo ad verbum
quod protestatur Jo. Leonis notarius
1. Er is waarschijnlijk een stuk tekst verdwenen want Walraven is nog niet eerder genoemd.
NB. Zoals uit het Latijnse naschrift blijkt is de tekst een notariele kopie bij het origineel. Het origineel ontbreekt echter. De indruk bestaat dat bij het kopiëren fouten zijn gemaakt, zowel in sommige woorden als dat er waarschijnlijk een deel van de tekst ontbreekt. Het regest zegt "uit dezelfde tijd" maar ook dat valt te betwijfelen.
Bij dit archiefstuk bevindt zich een latere transcriptie, waarin ook fouten zijn gemaakt.
Bron: Familie Van Randwijck 1, inv. 825
68 ) 30-05-1540. Akte waarbij Gherit Peetersz. aan jonker Johan van Rossem, heer tot Bruyckhuysen, een executiebrief op de goederen van Herbert de Cock q.q. en van Frans en Hubert van Culenborch, onder Driel in het kerspel Hurwenen gelegen, overgeeft, 1540 2 charters. N.B. Met de executiebrief, 1540.
Herman die Bie, Willem Loei Lambertsz, meyster Jan die Sterck, Jacop van Lith en Dirck Jan Lambertsz schepenen in Driel oorkonden dat Gherit Peetersz is gericht in de goederen van Herbert die Cock voor diens overleden vrouw en als erfgenaam zijnder overleden dochter, en van Frans en Hubert van Culenborch na te zijn verkocht door jonker Johan van Rossum heer tho Bruyckhuysen.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-9-2018.
Wij Herman die Bie ende Willem Loei Lambertsz meyster Jan die Sterck Jacop van Lith Dirck Jan Lambertsz schepenen
inne Driell tuygen dat wij daer over geweest hebben daer Gherit Peetersz nae ingehaut zijnre schepenen
gerichtsbrieve ende coop-brieve van Driell ruerende van goederen Herberts die Cocks mombaer zijnre huijsfrauwen
zeliger ende erffg. zijnre dochter zeliger, Ffrans van Culenborch ende Hubert van Culenborch, ingeset
is overmits den gesworen richter ons heeren van Gelre in Bommelreweerdt nae onse vonnisse tot
allen recht in alle die guederen Herberts, Ffrans ende Huberts vurscr. dat inder enonge van Driell
ende inder kerspelen van Horwenen gelegen is daer wij schepenen overstaen tuijghen ende
wijsers over zijn welcke guederen vurscr. joncker Johan van Rossum heer tho Bruyckhuysen Gherit Petersz
vurscr. vercoft ende opgedragen heeft gelijck als die schepene brieven dat volcomenlicker begrepen
ende inhouden die wij daer op gemaect gesien hebben Ende die richter vurscr. verboet voerts een
yegelicken den aenvanck vanden guederen vurscr. op sijn lijff ende op sijn goet dat nyemants
zijn handen daer aen en sluege? noch hem des en onderwonde hij en dede dat van wegen Gherit
Petersz vurscr. off hij en dede dat myt enen beteren rechte, beheltelicken oick enen gelicken sijns goets
recht. Die superscriptie van Rossum loven wij goet Inne oirconde onsser litteren Gegeven inden jare ons
heren duijsent vijffhondert ende veertich den dartichsten dach des maents maij
Met de zegels der oorkonders 1, 3, 4 en 5. (1. als De Bye, met 3 bijen en helmteken drie naar elkaar her. re. buigende ...?; 3. manskop; 4. in twee rijen geschakeerde linkerschuinbalk; 5. Chatillon met een vos, Rs. DIRCK IAN LAMBERT SOIN).
Het tweede regest is uit de aantekeningen van Mr. Rueb, nr. 56.
Transfix.
Aanhangend: 01-06-1540
Bron: Familie Van Randwijck 1, inv. 1128
69 ) 01-06-1540. Akte waarbij Gherit Peetersz. aan jonker Johan van Rossem, heer tot Bruyckhuysen, een executiebrief op de goederen van Herbert de Cock q.q. en van Frans en Hubert van Culenborch, onder Driel in het kerspel Hurwenen gelegen, overgeeft, 1540 2 charters
N.B. Met de executiebrief, 1540. Getransfigeerd.
Herman die Bie en meyster Jan die Sterck schepenen in Driel oorkonden dat Gherit Petersz voor 10 pond de doorstoken verwinbrief d.d. 30 maart 1540 heeft verkocht aan Johan van Rossum heer tho Bruyckhuysen.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-9-2018.
Wij Herman die Bie ende meyster Jan die Sterck schepenen inne Driell tuijgen dat voer
ons comen is Gherit Peetersz ende heeft vercoft ende opgedragen voer thien pont
ghever penningen die hij gieden dat hem betaelt sijn den brieff daer desen te-
genwoerdigen brieff doergesteken is ende alle tgehauts des brieffs als daer in
gescreven steet joncker Johan van Rossum heer van tho Bruyckhuysen erffelicken
the besitten Ende Gherit Peetersz vurscr. tot behoeff joncker Johans vurscr.
hij geloeffden van zijnre weghen oick alle voerplicht aff te doen vanden
selven Inne oirconde onssen litteren gegeven inden iare ons heeren duijsent
vijffhondert ende veertich den iersten dach in junio
Met de zegels der oorkonders.
Tweede regest is uit de aantekeningen van Mr. Rueb, nr. 56.
Transfix.
Hangt aan: 30-05-1540
Bron: Familie Van Randwijck 1, inv. 1128
70 ) 06-04-1558. Akte waarbij de familie De Gier aan Johan van Rossem, bastaard, ten behoeve van Jan van Rossem, zoon van wijlen Johan, den zoon van Johan, heer tot Broeckhuysen, 10 hont land te Rossum op de Twee Mergen aldaar, overdraagt. 1 charter.
Dirck Egenssz en mester Cornelis de Gier schepenen in Driel oorkonden dat Wouter Jansz als man van Arijken Peter sGieren en mr. Cornelis vnd. als momber der kinderen van Robbert de Gier, te weten uit diens eerste huwelijk Stynken, voor wie Jacob die Cock mede consenteert als alde vader en Lyn, Metken en Alith Robben uit het tweede huwelijk, voor wie Lys Hacken als alde moeder voor 200 pond 10 hont land hebben verkocht te Rossem op de Twee Mergen aldaar op Ghoon weyde tussen O. Henrick Jacopsz Schocbant, Z. joffer Oeyde en N. Jonge Johan van Rossums soen aan Johan van Rossum bastaard t.b.v. wijlen Jongen Johan van Rossum zoon te Broickhuysen soen ook genoemd Jan van Rossum
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-9-2018.
Wij Dirck Egensz ende mester Cornelis de Gier scepenen in Driell tugen dat voer ons comen sijn
Wouter Jansz als mombaer Arijken Peter sGieren sijner huijsfrauwen, ende ick mester Cornelis
voersz als mombaer Robbert de Giers kijnder te weten Stijnken Robberts voerdochter daer
consenteerdt Jacob die Cock mede voer als alde vader, ende Lijn Metken ende Alith Robben
nae kijnderen daer consenteerden mede voer Lijs Hacken als alde moeder, ende hebben vercoft
ende opgedragen voer twe hondert pondt gever penningen die zij gieden dat hem betaelt
zijn thien hont lants ....
.....
Met de zegels der oorkonders (1. drie balken, waarvan de bovenste beurtelings gekanteeld; 2. drie gieren 2-1)
Tweede regest: uit de aantekeningen van Mr. Rueb, nr. 56.
Het wapen van Dirck Egensz wordt (foutief gedateerd) beschreven in: Wapenalbum Bommelerwaard, P.v.d.Zalm: 2007, Nr. egon/ 864 (website Regionaal Archief Rivierenland, url: https://regionaalarchiefrivierenland.nl/archieven?mivast=102&mizig=210&miadt=102&micode=3508&milang=nl&mizk_alle=schepen%20driel&mibj=1100&miej=1600&miview=inv2)
Bron: Familie Van Randwijck 1, inv. 761
71 ) 09-05-1449. Schepenen van Driel, Ude van Tefelen en Mercelis Cameren, oorkonden, dat broer Henrik Frank Stapelszn, convers van Mariëndonk, verkocht heeft aan Everard, prior klooster, voor 50 pond: akte van 1442 juli 15 (regestnr 702), waardoor deze was gestoken.
Kopie in groot cartularium (inventarisnr 120) pagina 54.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 10-9-2018.
Sequitur litteram transfixa hunc prime littere. subp. suppri... rechts: 54

Wij Ude van Tefelen ende Mercelis Cameren in Driel tugen dat voirss voir ons comen is brueder Henrick
Vranck Stapels zoon convers des cloesters van Sunte Mariendonck buten Huesden ende heeft vercoft ende opgedragen
voir L pont ghever penninge die hij ghiede dat hem betaelt zijn den brieff daer desen tegenwoerdigen brieff
doersteken is ende alle 't gehaut des briefs als dair in gescreven staet heren Everaet prior des cloesters voirss.
tot behoeff sijns selfs ende des convents des selven cloesters voirss. erflick te besitten. Ende brueder Henric voirss.
verteech opten brieff ende op 't gehaut des briefs voirss. Hij geloefde daer op doen te vertijen alle die ghene
die van sijnre wegen dair mit recht op vertien sullen. Hij geloefde oec te waren van sijnre wegen heer
Everaet prior voirss. tot behoef sijns selfs ende des convents voirss. den brieff ende 't gehaut des briefs voirss.
jaer ende dach als recht is tegen alle die gene die then recht comen willen. Ende van sijnre wegen alle voir-
plicht aff te doen vanden selven. In alsulker manieren ende met sulker voirwaerden toe gedaen dat een
vanden monnicken off bruederen woonachtich inder tijtt inden cloester voirss. mit guede wittaftigen bethoen
volmechtich van den prior ende convent voirss. den thijns mit sinen peen die inden principalen brieff
gescreven staet daer desen brieff doorsteken is na ingehaut des brieffs voirss. mit allen recht sal
mogen innen ende winnen jaerlix. In orconde onser litteren. Gegeven int jaer ons Heren M CCCC ende XLIX opten
negende dach in meije etc
Scan 78
Transfix.
Hangt aan: 15-07-1442
Bron: Kloosters Mariënkroon en Mariëndonk in Heusden, 1245 - 1631, inv. 120 (f. 41) - Regest nr. 826
72 ) 19-02-1468. Opdragt voor schepenen van Driel van 11½ hont lands aldaar, ten behoeve des hertogs, 1468 februari 23 (1468. des dinxdaechs na St. Petersdach apost. ad Cathedram). 1 charter
N.B. 0001 Graven en hertogen van Gelre, graven van Zutphen.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 10-9-2018.
Wij Sander Jacops soin van Veltdriel ende Henrick Brants soin scepen in Driel tughen dat voir ons comen is
Henrick Willem Stouten soin ende heeft vercoft ende opgedraghen voir hondert gouden gulden goet ende gheve
die hij ghiede dat hem betaelt siin twelleftalff hont lants geleghen inden ghericht van Driel int Driel-
sche broick tusschen die erfgenamen Dirck Jansz vanden Eynde aen d'een sijde westwaert ende erfnisse des
prijors ende convents des Regulier cloesters bijder stat van Zautbomel geleghen aen d'ander sijde Jan Teets
Gherits soin in enen eyghendom sonder dijck ende sonder thiins erflijck the besitten Ende Heinrick Willems
soin voirsz. verteech op dit lant voirsz. hij geloefde daer op doen the vertijen alle die ghene die daer op
mit recht vertijen sullen hij geloefde oick the waren Jan Teets voirsz. dit lant voirsz. jaer ende dach als
recht is teghen alle die ghene die then recht comen willen ende alle voirplicht aff the doen vanden
selven In orconde onssen litteren Gegheven int jaer ons heren dusent vierhondert ende achtendetsestich des vrij-
daechs nae sunte Valentijns dach
Met beide aanhangende zegels, welke gescand online staan.
Transfix.
Aanhangend: 23-02-1468
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 786
73 ) 23-02-1468. Opdragt voor schepenen van Driel van 11½ hont lands aldaar, ten behoeve des hertogs, 1468 februari 23 (1468. des dinxdaechs na St. Petersdach apost. ad Cathedram). 1 charter
N.B. 0001 Graven en hertogen van Gelre, graven van Zutphen.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 10-9-2018.
Wij Sander Jacops soin van Veltdriel ende Eghen Eghens soin scepen in Driel tughen dat voir
ons comen is Jan Teets Gherits soin ende heeft vercoft ende opgedraghen voir hondert gouden gulden
goet ende gheve die hij ghiede dat hem betaelt siin den brieff daer desen teghenwoerdighen brieff
doirsteken is ende alle tgehaut des briefs als daer in gescreven steet Gheeman Schoen tot behoeff
ons ghenedighen heren hertoghe van Gelren ende van Gulick ende greven van Zutphen erflijck the
besitten Ende Jan Teets voirsz. verteech opten brieff ende op tgehaut des brief voirsz. hij geloefde
daer op doen the vertijen alle die ghene die van siinre weghen daer op mit recht vertijen
sullen hij geloefde oick the waren van siinre weghen Gheeman Schoen tot behoeff ons ghenedigen
heren voirsz. den brieff ende tgehaut des briefs voirsz. jaer ende dach als recht is teghen alle die
ghene die then recht comen willen ende van siinre weghen alle voirplicht aff the doen vanden
selven In orconde onssen heren Gegheven int jaer ons heren M CCCC achtendetsestich des diinxdaechs nae sunte
Peters dach apostel ad cathedram
Met beide aanhangende zegels, welke gescand online staan.
Transfix.
Hangt aan: 19-02-1468
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 786-2
74 ) 01-05-1556. Afschrift van 1771, in "gemoderniseerde" spelling.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 7-9-2018.
Wij Aart van Tuijl en Cornelis Jan Saers schepen in Driel tuijgen dat voor ons comen zijn de ge-erfdens van den uijterweert en hebben gelooft gelijkelijk te maken en te onderhouden een iegelijk tegen zijn erf den kaijdijk van den hogen dijk af totter sluijsen toe. nog geloven de gemeijne erve die opten selven uijterweerdt ge-erft zijn den kaedijk van der sluijse af totten maasdijk toe nederwaarts te onderhouden op al sulken breette en hoogte als die van de nabeschreven heemrade of hare nacomelinge gekeurt zal worden nu of hiernamaals, ende dat deselven daar toe verordieneert zijnde dat eijnde zullen mogen bestede te maken om de minste penninck en dat te setten op de selvige die op geenen kaedijk en leggen parts parts gewijse en iegelijk na advenant. Nogh so isset voorwaart oft geviel dat daar een nieuwe sluijs gemaakt wierde of eenige coste aan de sluijs gelegt werde Geloven de gemeene erve die op den uijterweert ge-erft leggen binnen desen caijdijck parts parts gelijk te gelden en te betalen en overgegeven wie sulks niet en betaalden sal men uijt mogen panden met den scholtus of den landbode en dieselve daar toe verordieneert zijnde sullen den kaijdijk mogen keuren, alsoo hoog en breet als haar dat nut en oorbaar dunkt, en soo wie dan sijn kaijdijk soo niet gemaakt en heeft op eenen sekeren tijdt gelijk daar toe verordineert zijnde, dat gekeurt hebben sullen dieselvige dat mogen besteden om den minsten penn. ende twee fout mogen uijtpande als boven hier toe zijn geordieneert Arien Aarts Johan Gerrits Cornelis Jans Aert de duijster en Johan Gerrits braef begeert tot behoef den geenen diese nodigh sullen weesen. de superscriptie mijnst loven wij goet. in oirconde onser letteren gegeven inden jare ons Heeren Duijsent vijf hondert sesenvijftigh opten 1 dagh s maents maij
Bron: Archief van de Boven-Drielse Uiterwaard (1556) 1771 - 1885 en de Buitenpolder de Boven-Drielse Uiterwaard 1890 - 1964, 1771 - 1964 (RAR, toegang 3096), inv. 1 Register van de Boven - Drielse Uiterwaard, 1771-1885
Bron: Overigen
75 ) 23-11-1485. Aert Aert Egensz soin en Jan Spierinck van Wel schepenen in Driell oorkonden, dat de gezworen bode in Boemelrewert 17 h. lands heeft laten veilen op 17 Sept. (op sunte Lamberts dach bisscop) van Wouter Heymericxsz of wie ook, in Driell op de Gheerden, tusschen N. het H. Geestaltaar in de kerk te Driel, W. het gericht van Hedell en O. Wouter Heymericxsz voornoemd, wegens een thijns van 4 gouden overl. rijnsgld. 's jaars, schuldig aan Henrick die Bruyn en Jan Scoercap als gasthuismeesters, waarop het na afkondiging t.b.v. de gasthuismeesters Henrick die Bruyn en Claes Claes Sterckensz is verkocht aan Egen Claes Egenszsoin.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 2-9-2018.
Wij Aert Aert Egenss soin ende Jan Spierinck van Wel scepenen in Driell tugen dat voir
comen is die gesworen bode ons heeren van Gelre in Boemelreweert ende heefft gegiet
dat hij gemaent heefft van wegen des gasthuyss des dorps van Driell Wouter Heij-
mericxss. off zoe wie dat met recht besitter is van soventien hont lants gelegen
inden gericht van Driell op die gheerden tusschen erffenis des Heijligen Geest
altair gesticht in der kercken van Driell op zijde noortwaart ende 't gericht van Hedell
aen d'ander zijde streckende mitten eenen eijnde oostwaart op Wouter Heijmericxss.
voirsc. ende mitten anderen eijnde opt gericht van Hedell voirss. van thijns drie
gouden overlensche rijnsche gulden goet ende geve ende van peen die daer op met
recht gewassen ende gegaen is die den gasthuys voersc. onthouden is ende
nyet betaelt en is. Welcken thijns mit zijnre peen voirsc. men jaerlicx is
sculdich ende myt recht te betalen pleecht den gasthuys voersc. uut den
lande voerss. gelijck als die scepen brieff van Driell dat volcomelicker be-
grijpen ende inhouden die wij daer op gemaect gesien hebben. Daerna tugen
wij dat wij daer over geweest hebben daer Heijnrick die Bruyn Jansz. ende
Jan Scoercap Jacopss. als gasthuys mesters des dorps voirss. ende van namen
ende van wegen des gasthuys voerss. gericht sijn overmits den gesworen
richter ons heeren van Gelre in Boemelreweert tot allen recht in dit lant
voerz. dat inder enonge ende inden gericht van Driell gelegen is als voerden
thijns ende peen voerss. die den gasthuys voersc. onthouden is ende nyet betaelt
en is. Des vraichden ons die richter voersc. wat dat Henrick die Bruyn
ende Jan Scoercap als gasthuys meesters metten voerss. lande met recht sculdich
te doen weren. Daer op wijssden wij dat men dat lant voersc. verbieden
sall als recht is ende daer nae soe sullent Heijnrick ende Jan Scoercap als
gasthuysmesters voirsc. vercopen tot onser lantrecht. Dit gesciede int jaer
ons Heeren duysent CCCC LXXXV op Sunte Lamberts dach bisscop. Daer nae
wij scepenen voirsc. tugen dat voir ons comen is die gesworen bode voersc. ende heefft
gegiet dat hij verboden heefft als recht is drie sonnendaiche ter rechter
missen tijt inder kercken van Driell dat lant voersc. dat inden gericht van
Driell gelegen is dat dat the vercopen wert overmits Henrick die Bruyn ende
Jan Scoercap als voerden thijns voersc. ende peen voerss. die den gasthuys voorss.
onthouden is ende nyet betaelt en is. Daer na tugen wij dat voer ons comen is
sijn Henrick die Bruyn ende Claes Claes Sterckenss. als gasthuys mesters des
gasthuys voersc. ende van namen ende van wegen des gasthuys voersc. ende hebben
vercoft na alle formen ende manieren gelijck als ons lantrecht eijscht ende wijst
dit lant voersc. dat inden gericht van Driell gelegen is ende dat aldaer inder kerc-
ken van Driell verboden is als recht is ende datmen aldaer sculdich is ende met recht
te betalen pleecht verbieden Egen Claes Egenss soin voerden tijns ende pene voorss.
te hebben ende the besitten beheltelicken den gasthuys voirsc. zijns thijns.
ende peens voersc. ende sijnre scepen brieffe van Driell daer op gemaect voersc. hem
den voersc. thijns ende peen nae ingehout dier scepen brieve voersc. vanden
toecomende termijnen daer mede noch te mogen innen ende winnen, die rasuer
't gericht ende die superscriptie is approberen ende loven wij. In oirconde onser
litteren. Gegeven int jaer ons Heeren duyssen vierhondert LXXXV op
Sunte Clemens dach paus.
Transfix.
Aanhangend: 24-11-1485
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9 (f. 9v) - Regest nr. 29
76 ) 21-05-1566. Schepenakte van Driel betreffende een geschil tusschen den rentmeester Peter de Groot en Everardt Pannecoeck over de pacht van het schoutambt Driel, 1566. 1 charter.
N.B. Voorheen 0243 Charterverzameling, inv.nr. 2191.
Over deze zaak, die aan den momber zou worden voorgelegd, zijn geen andere stukken bewaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 27-8-2018.
Nae eischen coop Peter die Groot als rentmeister Co. Ma. onser aller gnedichsten heren op Egen
Egensz ende Thomas vanden Kretier als borghen Everardts Pannecoeck beruerende sijnre commissien
des richter ampts halven in Boemelreweert van zekere onbetaelde verschenen pennongen ende bij zekere
voir voirgebrachte exceptien ....
....
.... Verclaren wij Johan Geritsz Dirck Egen Andriesz Egen Egensz Merten Jansz Arnt
Arnt Egensz Lambert Loij Arntsz Thomas vanden Kretier ende Dirck Ffonck scepenen in Driell
mit gevolch den scepenen van Zuylichem ende mit goeden voirberaet der scepenen van Tuijll ende Deill
dat Peter die Groot als rentmeister int eisschen van desen coop supersederen opschoirten ende in still
stant laten staen sal ter tijt toe dese saicke voir mijn heren canceler ende raden bijden mombairs vuijt
....endich gemaict sal sijn Dat geschiet sijnde sullen die scepenen dair en teinden doin nae rechts behoeren
Die transliniatie ‘voir’ loven wij goet. Inne oirkonden onser letteren gegeven inne den iaere ons heren
duijsent vijfhondert sessendesestich opten eenendetwintichsten dach der maent meij
Bron: Geldersche Rekenkamer (toegang 0012), inv. 1006.
Bron: Overigen
77 ) 23-06-1566. Schepenen: Johan Geritsz en Lambert Arntsz
Ingevoerd of laatste wijziging op: 23-8-2018.
Wij Johan Geritsz ende Lambert Arntsz scepen in Driell tuijgen dat voir
ons comen is heren Bernaerdt van Driell Goeswijnsz priester mit sijnen
gecoren mombair ende heeft vercoft ende opgedragen voir hondert pont gever
pennongen die hij giede dat hem betaelt sijn die daghelixe heerlicheijt ende
gerichte van Driell mit sijnen toebehoeren vrij van allen last ende commer die
dair nu ter tijt op is ofte naemaels comen mocht Johan van Driell Wijllemsz
sijnen neve erffelicken to hebben ende to besitten ende dat doir zeekere scriften?
gerecht.... ende oirsaicken die heren Bernaerdt voirsz. bevonden heeft den
voirsz. Johan van Driell toestaenden Ende heren Bernaerdt voirg. verteech
tot behoiff Johan van Driells voirsz. op die heerlicheijt mitten gerichte voirsz.
hij geloeffden oick mede daer op te doen vertien allen den gheenen die met
recht dair op verthijen sullen end oick mede euwelicken mit volre¬ wair-
scappen tot onsen lantrecht to waren als recht is tegens allen des then
rechten comen wyllen Ende allen voircommer ende voirplicht aff te doen vanden
selven Ende alnoch geloeft heren Bernaerdt voirsz. den voirg. Johan van
Driell euwelicken tot onsen lantrecht te hantreijcken ende to leveren alle
brieffen ende bescheijt mentionerende ende aengaende die heerlicheijt ende
gerichte van Driell voirsz. tot allen tijden als Johan van Driell voirsz. den
voirsz. heren Bernaerdt dat eijschend ende gesinnende is Inne oirkonde onder
letteren gegeven Inne den iaer ons heren duijsent vijffhondert sessende
sestich opten drieendetwentichsten dach tsmaents junij
Zegels af.
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 5652 (nr. 1690/37)
78 ) 15-06-1567. Schepenen: Johan Gerardtsz en Egen Egensz
Ingevoerd of laatste wijziging op: 23-8-2018.
Wij Johan Gerardtsz ende Egen Egensz scepen in Driell tuijgen dat
voer ons comen is Lambert van Driell Wijllemsz ende heeft ver-
coft ende opgedragen voer hondert pont gever pennongen die hij
giede dat hem betaelt sijn dat daghelixse gericht ende scholt
ampt van Driell met allen sijnen toebehoren Johan van Driell
erffelicken to hebben ende te besitten met conditien toe gedaen dat
Lambert voersz. dese opdracht altijt bij sijne leven sal mogen vera-
lieneren ende wederroepen alst hem gelieven sall Inne oirkonde
onser letteren gegeven Inne den jaer ons heren duijsent vijffhondert
seven ende sestich opten vijfthiensten dach tsmaents junij
Met zegel van Johan Gerardtsz.
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 5652 (nr. 1690/37)
79 ) 09-03-1548. Schepenen: Claes Korstensz en Cornelis Jan Sarsz
Ingevoerd of laatste wijziging op: 23-8-2018.
Wij Claes Korstensz ende Cornelis Jan Sarsz scepen in Driell tugen dat voer ons comen is Alert van
Driell Alertsz ende heefft vercofft ende opgedragen voer hondert pont gever pennongen die hij giede
dat hem betaelt zijn / Inden yersten die heerlickheijt van Driell / ende alle zijn actie ende toeseggen
hij daer van heefft ende vercrigen mach tot eniger tijt Noch vercofft ende opgedragen alle zijn
gerechticheijt die hij heefft inder kercken van Driell / Noch vercofft ende opgedragen alle zijn ge-
rechticheijt ruerende op die selve percelen der selver actien ende gerechticheijden als voersz. to
weten oick mede alle actien ende toseggen van alle brieven slaende op die selve goederen ende actien
voersz. ende noch voerts in {1} alles gheens daer hij inne gerechticht mochte worden inder enonge van
Driell ende inden gericht van Driell / heer Berndt van Driell {... gewist ...} erfflicken te hebben ende te
besitten Ende Alert van Driell voerscr. verteech op alle die selve actien ende goederen gerechtich-
eijden ende brieven als voerscr. tot behoeff heren Berndts voerscr. / hij gelooffden daer oick mede
op the doen vertijen alle die ghene die myt recht daer op vertijden sullen / hij gelooffden oick
mede den voerg. heren Berndt euwelicken te waren als recht is tegens alle den ghenen die
des then rechten staen ende comen willen Ende alle voerplicht aff te doen vanden selven
ende sall idt selve erven ende versterven tgeens voerscr. steet altijt opt naeste bloet ende gerechte
erffg. / Na dode heren Berndts voerscr. salt tselve erven ende versterven op Alert van Driell Gosensz
Ende na dode Alerts van Driel Gosewijnsz salt tselve als voerscr. erven ende versterven op Jacop des
voersz. Alerts van Driel Alerts zoen Ende na dode Jacops voerscr. salt erven ende succideren op des
voerg. heren Bernts naeste bloet ende gerechte erffgenamen die superscriptie In loven wij goet Inne
oircondt onser letteren gegeven int jaer ons heren dusent vijffhondert acht ende veertich den negensten dach mertij
1. superscript
Met beide zegels
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 5652 (nr. 1690/37)
80 ) 26-01-1546. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 16-8-2018.
Wij Aert Loij Lambertsz ende Dirck Jan Lambertsz scepenen
in Drijell tuijghen dat voer ons comen is die gesworen
bode ons heren van Ghelre in Boemelreweerdt ende
heefft gegiet dat heer Roeloff Morinck priester ende
pastoer tot Heedel den weet gedaen heefft ...
....
... dat nyemonts
gebruijcken en soude die goederen die toe te be-
horen plaghen heeren Roeloff Morinck voersz. dan
van weghen Jan Egensz als mombaer sijns wijfs
off yemont en mochte dat doen met eenen beteren
rechte, allet na luijt ende vermogen den insetsbrieff
daer van wesende In oerconde onser letteren gegeven
int jaer ons heren duijsent vijffhondert ende ses
ende veertich des anderen daechs na sinte Pouwels
dach bekeeringe
Transfix.
Hangt aan: 27-10-1528
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
81 ) 27-10-1528. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 16-8-2018.
Copia

Wij Aert die Cock Arien Dulsen ende meister Jan die Sterck
genaemt van Teefelen Jansz scepenen in Drijell tuijghen dat
voer ons comen sijn meister Roeloff Morinck ende Ghijsbert
Morinck meister Jan Morincks zoon ende hebben bekent
hoe sij beijde verleken sijn ende verenicht als van gefallen
geresen tuschen hem beijde voersz. als vanden versterfft
off makinge gesaet bij meister Jan Morinck voersz., soe
beruerende Ghijsbert Morinck voersz. van sijn selffs wegen
als van Lijsken sijnre suster zelliger gedachten Ende
vorder van alle gescillen ende differentien tot desen dae-
ghe toe geresen. Oeck uut oerzaken der ruerender
goeden achter gelaten bij zalige meister Jan Morincks vsz.
ende dat in manieren end econditien hier na bescreven. Inden
eersten dat meister Roeloff voersz. Ghijsbert Morinck sijnen
neve voersz. zal van stonde aen geloven ende daer om heefft
geloofft voer scepenen voersz. eenen jaerlixen thijns van
acht gouwen hertoch Phs. gulden ...
... etc, etc ...
...
ende daer mede ghijet ende bekent Ghijsbert Morinck voersz.
alle geloofften voer desen gesciet int heijmelick off
int openbaer doot ende te niet te sijn Ende vorder sceldet
quijte meister Roeloff sijnen oem voersz. ende oeck die erffgena-
men van zalige Ghijsbert Morinck die alde ende Mechtelt
Morincks soe van sijn selffs wegen als oeck van Lijsken sijnre
suster zaliger gedachten voersz, van allen toeseggen
op enige van hem allen ....
....
.... Ende daer onder
te waerborghe gestelt alle sijne guederen die hij heefft
inder bancken van Drijell. In oerconde onser letteren
gegeven Int jaer ons heren duijsent vijffhondert acht
ende twyntich op sunte Simonis et Jude apostelen avont

Den voersz. brieff is getransfixeert met drije transfixen
besegelt waer van die laeste transfixs brieff ende op-
drachts brieff mij aenclager den laesten aff is
Transfix.
Aanhangend: 26-01-1546
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
82 ) 01-09-1505. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Schepenen: Jan Baukensz de oude en Egen Dircksz.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 16-8-2018.
Copia
A
Wij Dirck de Ghier ende Roeloff Morinck scepenen in Zaltboemel
tuijghen dat wij inden signaet van Drijel gesien ende gelesen
hebben, eenen scepenen brieff affgehaelt wesende luijdende
van woerde the woerde, als hier na bescreven steet. Meister
Jan Morincks soonen Gherit ende Dirck. Jan Baukensz die
oude ende Egen Dircksz qd meister Jan heefft gemaeckt
sijnen zoonen {1} voersz. post mortem eius een hofstadt mitten
huijs, ende een schuer, ende eenen berch, in Horwijnen
geleghen, in tali quantitate als hij dat van sijnre moeder
gebuert heeft ende van sijnen bruederen ende suster gedeijlt
heefft. Noch vier mergen lants inden gericht voersz.
teghen die selve stege over ende is geheijten die Woerden
Tuschen meister Roeloff ende den selven Woerden Ende
meister Roeloff leet oeck naestlantgelegen metten Bullick
aen d’ander sijde, off tuschen etc. Condicio dat het een opten
anderen sal sterven Storff enich van hem beijden sonder
levende geboerte, .... soe zal dan dit goet voerscr.
weder sterven opten erven meister Jans voersz. Anno
vijfftienhondert ende vijf den        dach septembris. Dat
getal des daechs en hebben wij scepenen Roeloff
ende Dirck voersz, overmits datter een cladde jynts
op lach nyet kennen lesen Ende want wij scepenen lest
voersz. desen onsen vidimus hebben bevonden tho
accorderen met den signaet voersz., soe hebben wij
des t’oerconde der waerheijt Aernt die Bije gesworen
scrijver der stadt Zaltboemel, geconsenteert dit tho
scrijven ende te beteijkenen. Twelck ick Aernt die Bije
voersz. alsoe gedaen, ende hebbe mijnen gewoentlicken
hantscryft hier onder geset. Gesciet den eersten dach
julij anno vijfftienhondert een ende vijfftich
A d B s Z
1. N.B. elders in het procesdossier staat dat Gherit en Dirck bastaardkinderen zijn.
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
83 ) 21-09-1565.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-8-2018.
..... Item thijnsbrieve van twe keijser ca. gl. sulcx Jan Egensz aen Wolter Ariensz tot behoef van Flitsken Delfs wedue anno 1547 ipsa dominica quinquagesima tot huijs ende hofstadt gelegen innen den gerichte van Driel aende Cromsteech tusschen Cornelis Egensz oostwaert ende Gerit Jan Artsen westwaer gelegen gelooft heeft ende naerderhant opden St. Mathijs dach anno 1565 {1} bij Jan Elissen aen Aert Jansz van Henxtum ende bij d’erven van Willem ende Jan van Henxtum opden XIII Novembris jonxtleden aen mij almede getransporteert ...
Bron: ORA Driel, inv. 976, f. 195 (14-8-1648)
1. St Mathias apostel valt op 24-2-1565, maar waarschijnlijk gaat het om St. Matheus, 21-9-1565.
Transfix.
Hangt aan: 20-02-1547
Bron: Overigen
84 ) 04-05-1545. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-8-2018.
Wij Jacop die Cock ende Frederick vander Steghe scepenen in Drijell
tuijghen dat voer ons comen is Goris die Bruijn ende heeft vertegen
opten brieff daer desen tegenwoerdighen brieff doersteken is
ende op allet ingehouts sbrieffs als daer inne gescreven steet tot
behoeff Henrick Morinck erffelicken te hebben ende te besitten ....
...
... In oerconde onser litteren gegeven inden
jaere ons heeren duijsent vijffhondert ende vijff ende veertich des
anderen daechs na den heijlighen cruijs dach invencionis

Hier na volget den aenvanck brieff van Hanrick Korstensz ...
hoff op Horwenen {zie 21-09-1545}
Transfix.
Hangt aan: 24-03-1545
Aanhangend: 21-09-1545
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
85 ) 21-09-1545. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-8-2018.
Wij Frederick Verstege ende Peter die Ghier Petersz scepenen
in Drijell tuijghen dat voer ons comen is Hanrick Morinck
ende heeft aengevangen alle alsulke guederen als Hanrick
Korstensz the besitten ende the gebruijken placht, genaemt Hanrick
Korstensz hoff inden gericht van Horwenen, allet na luijt
ende vermogen der brieven die welck Goris die Bruijn
opgedraghen heefft ...
...
In oerconde onser litteren gegeven Inden jaer ons heren duijsent
vijffhondert ende sesendeveertich op sunte Mathijs dach
apostel
Transfix.
Hangt aan: 04-05-1545
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
86 ) 24-03-1545. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-8-2018.
Wij Egen Egensz, Herman die Bije, Aert de Ghier, Jacop die Cock
Aert Loij Lambertsz, Claes Korstensz, Frederick vander Steghe ende Jan
Egen Dirck Arisz scepenen in Drijell tuijghen dat wij daer
over geweest hebben daer Goris die Bruijn overmits den ghe-
sworen richter ons heeren van Ghelre in Boemelreweerdt na
ingehalt sijnen scepenen brieff van Drijel ruerende van eenre
hofstadt gelegen op Horwijnen bij onser vrouwen cappelle geheijten
Hanrick Korstensz hofstadt groet wesende twee merghen lants
met hoere bepotinghe ende hop die daer op is geleet, welke hostat
potinge mitten lande voersz. meister Roeloff Morinck priester ende
pastoer tot Heedel in handen gestelt heefft ende opgedragen
heefft den voersz. Goris die Bruijn, gelijck als dat den scepen
brieff van Drijell volcomelicker begrijpt ende inhelt ...
... etc ...
.... Inne oerconde onser litteren gegeven Int jaer
ons heeren duijsent vijffhondert ende vijffendeveertich den
vier ende twijntichsten dach martij ----- Ende is getransfix-
eert met eenen scepenen opdrachts brieff luijdende van
woerde te woerde als hier na volcht
Transfix.
Aanhangend: 04-05-1545
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
87 ) 29-11-1547. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-8-2018.
Wij Wilhem Loij Lambertsz genaemt van Drijell ende Goessen
Gorisz scepenen in Drijell tuijghen dat voer ons comen is
die gesworen bode ons heren van Ghelre in Boemelerweerdt
ende heefft gegiet dat hij den weet gedaen heefft van wegen
Hanrick Morinck, acht daech voer sunte Andries dach nement-
lick Willem Morinck Ghijsbert Morinck Jan Gorisz ende
Ghijsbertken vanden Poll als erffgenamen meister Roeloff Mo-
rincks zelliger memorien aengaende vanden aenvanck
Hanrick Morinck vsz. gedaen heefft op alle guederen op
Horwenen ... etc ...
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
88 ) 02-12-1546. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-8-2018.
Wij Frederick vander Steghe ende Goessen Gorisz scepenen in
Drijell tuijghen dat voer ons comen is Lambert Mathijsz
ende heefft vercofft ende opgedragen voer thien pont ghever
penninghen die hij ghieden dat hem betaelt sijn die brieven
daer desen teghenwoerdighen brieff doersteken is ...
...
... Tot behoeff Hanrick Morinck vsz.
....
Inden jaere ons heeren duijsent vijffhondert ende sesende
veertich opten derden dach nae sunte Andries dach
apostel ---- Ende hier na volcht dijen aenvancks brieff {zie 29-11-1547}
Transfix.
Hangt aan: 30-11-1546
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
89 ) 30-11-1546. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-8-2018.
Wij Frederick vander Steghe ende Goessen Gorisz scepenen in
Drijell tuijghen dat wij daer over geweest sijn, daer
Lambert Mathijsz na ingehaut sijnen scepen gerichts brieff
ende coep brieff van Drijel ruerende van goede meister
Roeloff Morinck hij affter getlaten heefft ende alle goets
Jan Gorisz Willem Morincks Ghijsbert Morincks ende Ghijsbertken
vande Pol als erffgenamen meister Roeloff Morincks vsz.
in geset is overmits den gesworen richter ...
...
... welke goederen voersz. Hanrick Morinckl vercofft
heefft ende opgedraghen den voersz. Lambert Mathijsz ...
... etc ...
.... In oerconde
onser litteren gegeven Inden jare ons heeren duijsent vijff
hondert ende ses ende veertich op sunte Andries dach des heijlige
apostels ------ Ende den anderen transfixs brieff is hou-
dende van woerde te woerde als hier na volcht
Transfix.
Hangt aan: 30-11-1546
Aanhangend: 02-12-1546
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
90 ) 30-11-1546. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-8-2018.
Wij Jan Egen Dirck Arisz ende Aert van Tuijl scepenen in Drijell tuijgen
dat voer ons comen is die gesworen bode ons heren van Ghelre in
Boemelreweerdt ende heeft gegiet dat hij gemaent heefft van wegen
Hanrick Morinck, Jan Gorisz Willem Morinck Ghijsbert Morinck
Ghijsbertken vanden Pol, als erffgenamen zellige meister Roeloff
Morinck als voert gebreck van hondert Phus. gulden sculden die
meister Roeloff voersz. nae sijnen doot beloofft heefft gehadt te betalen
tot onsen lantrecht, ende te boeren vanden gereetsten goede die hij
affter laten zal .... {zonder datum!}
Daer na tuijghen wij Frederick vander Stege ende Goessen Gorisssen
scepenen in Drijell dat wij daer over geweest hebben daer Han-
rick Morinck voersz. gericht is overmits den gesworen richter ons
heren van Ghelre in Boemelreweerdt tot allen recht in alles
goets meister Roeloff Morinck voersz. affter gelaten heefft Ende in
alle goets Jan Gorisz Willem Morinck Ghijsbert Morinck ende
Ghijsbertken vande Poll dat gelegen is inder enighe van Drijel
ende inden gericht van Horwijnen als voer tgebreck der hondert
Phs. gulden voersz ...
... etc ...
... Dit
gesciede int jaer ons heren duijsent vijffhondert ende sesende
veertich opten eersten dach in augusto {1-8-1546} Daer na wij Jan Egen
Dirck Arisz ende Aert van Tuijll scepenen in Drijel tuijgen dat
voer ons comen is, die gesworen bode voersz. ende heeft gegiet
dat hij verboden heefft als recht is drije sonnendaghen ter rechter
missen tijt inder kercken van Horwijnen alles goets meister Roeloff
Morincks hij affter gelaten heefft, ende alles goets Jan Gorisz
Willem Morinck Ghijsbert Morinck ende Ghijsbertken vanden
Pol, als erffgenamen meister Roeloff Morincks voersz. dat inden
gericht van Horwijnen geleghen is, dat dat te vercoepen
weere ... {zonder datum!}
... Daer na tuijghen wij Fre-
derick vander Steghe ende Goessen Gorisz scepenen in Drijel
dat voer ons comen is Hanrick Morinck voersz. ende heefft
vercofft na alle formen ende manieren gelijck als ons lant-
recht eijscht ende wijst, alles goets meister Roeloffs vsz.
ende alles goets Jan Goris Willem Morinck Ghijsbert Morinck
Ghijsbertken vanden Poll voersz. dat gelegen is inder
gericht van Horwijnen Ende dat aldaer inder kercken
van Horwenen voersz. verboden is ...
...
.... In oerconde onser litteren
gegeven inden jare ons heeren duijsent vijffhondert
ende ses ende veertich op sunte Andries dach des heijlige
apostels {30-11-1546} ----- Ende is getransfixeert met twee
brieven waer van den eenen is houdende van woerde te
woerde als hier na volcht
Transfix.
Aanhangend: 30-11-1546
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
91 ) 28-01-1511. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-8-2018.
Wij Aert Jansz van Henckstem ende Egen Dircksz scepen in Drijell tuijgen
dat voer ons comen is heer meister Roeloff Morinck priester ende pastoer
der kerken van Hedel, ende heefft geloofft Ghijsbert van Ghent tot
behoeff Marien dochter mijns Aert Jansz voersz, thijns vierdal-
ven gouwen Phs. gulden
...
...
... Die superscripti voersz. loven
wij goet In oerconde onser letteren gegeven Int jaer ons
heren duijsent vijffhondert ende ellef des sonnendachs
na sunte Matheus dach ------ Ende dese brieff is getrans-
fixeert met eenen opdrachtsbrieff in welcke tvoersz.
vol verwin in specificatie Henrick Morinck opgedragen
is Ende is luijdende van woerde te woerde als hier na volcht
NB. Zondag na 21/9 = 28-1-1511
St Matheus valt in 1511 op een zondag! Klopt dit wel?
St Mathias valt op 24/2, Zondag erna is 2-3-1511.
Transfix.
Aanhangend: 18-07-1546
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
92 ) 18-07-1546. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-8-2018.
Wij Peter die Ghier Petersz ende Aert van Tuijll scepenen in
Drijel tuijghen dat voer ons comen is Jan Egen Dirck Arisz
ende heefft vercofft ende opgedraghen voer hondert gouden gulden
goet ende gheve die hij gieden dat hem betaelt sijn inden
eersten eenen thijns brieff daer desen teghenwoerdigen
brieff doersteken is ende allet ingehaut des brieffs als daer
inne gescreven steet Noch soe heefft Jan voersz. vercofft ende
opgedragen alle Alle gerichten, coepen insettings brieven
aenfancks brieve ende bestorincks brieve die gesproten
ende geresen sijn uuth den selven voersz. thijns brieff daer desen
teghenwoerdighen brieff doersteken is, op zellighe meister Roeloff
Morinck gelijck als die selvebrieven voerg. dat breeder ende
vorder inhalden, daer op gemaeckt sijnde Hanrick Morinck
erffelick te hebben ende the besitten Ende Jan voerscreven
verteegh opten voersz. thijns brieff ...
... etc ...
... Inden jaer ons heeren duijsent vijffhon-
dert ende sesende veertich den achtiensten dach
julij
Transfix.
Hangt aan: 28-01-1511
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
93 ) 04-02-1546. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-8-2018.
Wij Aert Loij Lambertsz ende Dirck Jan Lambertsz scepenen in
Drijell tuijghen dat wij daer over hebben geweest daer Jan
Egen Dirck Arisz na ingehout sijnen scepenen gerichts brieffe ende
coep brieve van Drijell ruerende van goederen meister Roeloff
Morinck, bestoert ende aengevangen heefft alle guederen voersz.
die sijn scepenen brieve vsz. begrijpen ende ingehouden ende die ergent
inder enonghe van Drijel ende inden gericht van Horwenen
geleghen sijn, welke goederen voersz Aert Egensz vercofft ende
opgedragen heefft den voersz. Jannen {1} gelijck als dat die
scepenen brieffen voersz. dat volcomeliker begrijpen ende ingehou-
den, die wij daer op gemaeckt gesien hebben. Inne oerconde
onser litteren gegeven Inden jare ons heren duijsent vijffhondert
ende sesendeveertich den vierden dach februarij

Hier na volcht den thijns brieff uut welcken tvoersz.
verwin off coep brieffen uut gesproten sijn {zie 28-1-1511}
1. Jan Egensz, zie 12-02-1545.
Transfix.
Hangt aan: 12-02-1545
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
94 ) 12-02-1545. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-8-2018.
Wij Herman die Bije ende Aert die Ghier scepenen in Drijell
tuijghen dat voer ons comen is Aert Egensz ende heefft vertegen
op die brieven daer desen teghenwoerdighen brieff doersteken
is Ende op allet ingehalt der brieven als daer inne gescreven
steet, tot behoeff Jan Egensz erffelicken the hebben ende the
besitten ... etc ...

Hier na volcht den aenvancks brieff ende bestoerincksbrieff {zie 4-2-1546}
Transfix.
Hangt aan: 10-02-1545
Aanhangend: 04-02-1546
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1533/31)
95 ) 10-02-1545. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 14-8-2018.
Wij Herman die Bije ende Aert de Ghier scepenen in Drijell tugen
dat wij daer over geweest hebben daer Aert Egensz na inge-
hauts sijnen scepenen gerichts brieff ende coep brieff van Drijell rue-
rende van goede heer Roeloff Morinck priester ingeseth is over-
mits den gesworen richter ...
... in alle goets heer
Roeloff Morincks voersz ...
... etc ...
... In oer-
conde onser litteren gegeven inden jaer ons heren duijsent
vijffhondert ende vijff ende veertich den thienden dach in
ffebruario – Ende den tweeden voersz. brieff was
luijdende van woerde te woerde als hier na volcht
Transfix.
Hangt aan: 10-02-1545
Aanhangend: 12-02-1545
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
96 ) 10-02-1545. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 14-8-2018.
{vervolg van 2-12-1544} Daer na wij Herman die Bije ende Aert die Ghier scepenen
in Drijell tuijghen dat voer ons comen is die gesworen bode
voersz. ende heefft gegiet dat hij verboden heefft als recht is
drije sonnendach ther rechter missen tijt inder kercken van Horwij-
nen alle goets heer Roeloffs voersz. dat inder eninghe van
Drijell ende inden gericht van Horwenen gelegen is, dat dat
the vercoepen weere ....
... In oerconde onser litteren gegeven inden jare
ons heren duijsent vijffhondert ende vijff ende veertich den thienden
dach februarij Ende is getransfixeert met twee brieven waer-
vanden eenen luijdende is van woerde te worde als hier na volcht.
Transfix.
Hangt aan: 02-12-1544
Aanhangend: 10-02-1545
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
97 ) 02-12-1544. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 14-8-2018.
Wij Aert die Ghier ende meister Jan die Sterck scepenen in Drijel
tuijghen dat voer ons comen is die gesworen bode ons heren van
Gelre in Boemelreweerdt ende heefft gegiet dat hij gemaent heefft
van weghen Jan Egensz als mombaer sijns wijffs, heer Roeloff
Morinck priester, pastoer tho Hedel van gebreck van vierdalven
gouwen Phs. gulden jaerlixs thijns, die heer Roeloff voersz.
den voergenaemden Jan Egensz sculdich was, in eene scepenen
brieff van Drijell, ....
.... Daer nae tuijghen
wij dat wij daer over geweest hebben Daer Jan Egensz mombaer
sijns wijfs vsz. gericht is overmits den gesworen richter ons heren
... tot allen recht in alles goets
heer Roeloffs voersz. dat gelegen is inder eninghe van Drijell
ende inden gericht van Horwijnen als voer tgebreck des thijns
voersz .... etc ...
... Dit gescieden inden jare ons heren
duijsent vijffhondert ende vier ende veertich den tweeden dach de-
cembris {zie vervolg op 10-2-1545}
Transfix.
Aanhangend: 10-02-1545
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
98 ) 25-05-1569. Schepenen: Egen Egensz en Adam vander Elst
Ingevoerd of laatste wijziging op: 11-8-2018.
C       Copie

Wij Egen Egensz ende Adam vander Elst scepenen
in Driel tuijgen dat voir ons comen sijn dese nabescr. deposanten
alle van goeden famen ende namen ende hebben met rechte daer toe
versocht ter instantie ende versouck Hillebrant die Ghier
als heemraet des kerspels voirsz. bij den eet die hem die
scoltz tot Driel gerichtelicken gestaeft heeft getuijcht
ende deposeert gelijck folgens naebescr. Inden iersten tuijchden
Joest Jansz aut ontrent achtendevijftich jaeren ende Henrick
Willemsz aut ontrent een ende vijftich jaeren eendrechtlicken
dat geleden ongeweerlicken thien ende die van thien of elf
jaeeren dat eener genaemt Wauter van Geffen sijn beesten
gaende op die Empelse weerden sijn gecomen
inden Regulierenss conventz van Saltboemel stick...
op oiren vuijterweert tegen Huesden Driel oever die
Maeze gelegen Ende die van den Regulieren
convent die beesten gescuth hebbende, hebbense
gebrocht oever die Maize tot Huesden Driel
eenre herberge den weert genaemt sijnde Jan van
Goer, ende dat die voirsz. deposanten riepen tegen die
vande Regulieren, dat sij die beesten opwaerts brengen
souden so souden sij se gemecklicker scepen, waer op
sij antwoorden ....en? want weeren sij van oiren weert
soe weeren sij vanden Drielsche gront, ende hebbense so met
grooten arbeijt inder schuijten gesleept ende also over
die Maeze in der voirsz. herberge gebrocht. Daniel
Jansz alt ontrent een ende vijftich jaeren tuijchden
in aller maten als boven, dan dat hij bij idt roepen
van den voirsz. deposanten niet geweest en is, ofte idt
overscepen niet gesien en heeft Doch tuijchden hij deponent
alnoch, dat nae den mael die vanden Regulieren vanden
schutten der beesten gecontenteert ------ sijn geweest, hij
deposant des selvige daechs tegen den avont vanden
geschutten beesten een koebeest weder om oever nae
Empel gefuert heeft Ende wantmen der waerheijt
getuijchgenisse behoort te geven daer to versocht sijnde
soe hebben wij scepenen voirsz. onsen segelen onder
op spatium van desen gedruct aº XVc negenendesestich
opten XXVe May

Dese copie gecollationneert zijnde tegen oire rechte originael mit
twe opgedruckten segelen bekrechticht Is daermit
accorderende
T Roos
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4962 (nr. 1569/12)
99 ) 03-03-1568. Schepenen: Arnt van Tuijl en Adam van der Elst
Ingevoerd of laatste wijziging op: 11-8-2018.
B        Copie

Wij Arnt van Tuijl ende Adam van der Elst schepenen
in Driel tuijgen dat voir ons comen sijn dese naebescr. deposanten
alle van goeder famen ende namen ende hebben met recht daer toe
versocht ter instantie ende versouck Arnt Arnt Egensz ende Johan
Arntsz als hemraeden des kerspels voirsz. Driel en bij den eet
dat hen die scholtz tot Driell gerichtelicken gestaeft heeft
getuijcht ende disponeert gelijck folgens naebescr. Inden
iersten tuijchden Jacop Jansz alt ontrent vijfendeveertich
jaeren, tuijchden dat geleden ongeweerlicken drie of vier
ende dartich jaeren dat hem well kennelick ende indechtich
was dat sijnen vader genaemt Jan Mercelisz een ingesetenen
des kerspels voirscr. heeft opten Regulieren convents weert
binnen Zaltboemel tegen Huesden Driel oever die Maeze
gelegen besating ofte arrest gedaen aen Empelse peerdden
oonsaecken? halven dat die van Empel van voirg. Johan
Marcelisz idt vierendeel weerdeel vanden thiende gecoft hadden opten
selvigen Regulierenssen weert Ende die voirg. van Empel
hebben Johan Marcelisz voirg. wael te wil ende te dank
betaelt ende dat doir die besating / Johan Geritsz alt ontrent
sestich jaeren, tuijchden dat he als schatbuerder des
kerspels ontrent achtien of negenthien jaeren geleden vanden
prior des Regulieen convents binnen Saltboemel ofte
oiren conventualen gebuert heeft alsulcke ongelden ende
schattonge gesaten was op des voirsz. conventz weert, tegen
Huesden Driel oever die Maeze gelegen in allen
manieren als anderen mitnabueren die ongelden ende
schattonge betaelt hebben, ende gelijck idt convent voirsz.
oeck betaelt heeft van oiren anderen guederen onder
den voirsz. kerspel gelegen Ende wantmen der waerheijt
getuijch behoort te geven daer toe versocht zijnde
soe hebben wij scepenen voirsz. onser segelen onder op
spatium van desen gedruct aº LXVIII opten dorden dach
smaentz Marty

Desen copie gecollationneert zijnde mit oiren
rechten originale, met tweeen groenen
opgedruckten zegelen bevestigt?
Accordeert Bij mij
T Roos
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4962 (nr. 1569/12)
100 ) 03-03-1568. Schepenen: Arndt van Tuijll en Adam vander Elst
Ingevoerd of laatste wijziging op: 11-8-2018.
A            Copie

Wij Arndt van Tuijll ende Adam vander Elst schepenen in
Driell tuijgen dat voir ons comen zijn die nabescr. deposanten
alle van goeder famen ende namen / ende hebben mit recht
daertoe versocht ter instantie und versouck Arnt Arnt
Egensz, ende Johan Arntsz als hemraden des kerspels voirsz.
Driel bijden eedt, die hen die scholts tot Driel gerichtelijcken
gestaefft heeft getuijcht, ende deposeert gelijck folgens
nabes. Inden iersten tuijchden Henryck Adriaensz alt omtrent
acht ende vijfftich jaeren, dat he van Malborch gebruijckt
heeft geleden ongeveerlijcken drie ende dartich oft vierendartich
jaeren zeekere thiende gnat. de Gemensche Thiende onder welcke
thiende he inden voersz. jaere vercoft heeft die thiende, van des
Regulieren Convents weerdt binnen Zaltboemell tegen Huesden Driell
over die Maze gelegen tot zijnre quooten toe eener gnat. Jan die Snijder
wonende op die Asmont? onder den gerichte van Empell, ende heeft hem
deponent tgewas vander thiende desselvigen jaers weel betaelt /
Oick affirmeerden Henryck Ariensz voersz. dat omtrent den jaere
van dryeendedartygh ofte vierendedartygh als voirsz. eener gnant
Michiel van Pameren, Egen de Gier, den auden richter, Egen Egensz
den auden ende Arnt Egensz getuijcht hebben then gerichtelijcken
versouck sijns deponants voirsz., dat den Regulieren weerdt tegen
Huesden Driel over die Maze gelegen weer Gelderschen grondt
Then anderden affirmeerden Henryck Ariensz voirgen. ende
Peter van Orthen alt omtrent achtendevijftich jaeren een-
drechtelijck dat oir weel kennelijck was, dat naeden Cleeffse
krijch, off naeden tractait voir Venlo, int jaer van twee ende
dryeendeveertigh, doe zeekere vier schattingen bijden Lantscapen oeverge-
geven waeren omtrent inden jaere soeven off acht ende veertich,
dat sij deponenten voergen. mitten auden Art Egensz ende mit
Nicolaes Reijersz diewelcke altehandt ter zielen gecomen zijn
als gecommitteerden inden naeme ende van weeghen den
gemeijnen nabueren des kirspels vursz. geordineert ende
gemaict hebben een claer schatboeck eenen yederen nae quantiteijt
sijns erfftaels, In welcken schatboeck den vursz. weert
gestalt is, ende vanden selvige weert t’voirsz. convent in die
vier voirsz. jaeren gecontribueert heeft, ende voirt tot
noch toe als van andere guederen t’voirsz. convent heeft
onder Driell voersz. / Ende wantmen der waerheijt getuijch
behoirt to geven daertoe versocht zijnde, Soe hebben wij
schepenen voirsz. onse segelen onder op spacium van
desen gedruckt aº LXVIII opten dorden dach smaents
Martij

Desen copie gecollationneert zijnde mit
oire rechte originael, met twee opgedruckte
zegelen bekrefftigt Is daermit bevonden
Accorderende Bij mij
T Roos
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4962 (nr. 1569/12)