De Hoge Bank van Driel | De 100 laatst geplaatst of gewijzigd

Overzicht van 100 actes.

1 ) 1568. Schepenen: Jan Gerritsz en Jan Barthensz
Ingevoerd of laatste wijziging op: 19-10-2018.
Bij certificatie van Jan Gerritsz ende Jan Barthensz schepenen tot GrootDriell daer inne zij certificeren dat voir huer gecomen is Goesen Baekensz ende heefft bij eede bekant / dat hij van Robbert van Heerdt amptman ontfangen hadde IX £ / ende dat van bier broet ende andere verteerde costen heer Peter Goossens tsijnen huijse verteert hadde / .... etc....
Bron: Gelderse Rekenkamer, inv. 5508, folio 28 in de marge.
De rekening beslaat 1567-1568 dus het jaartal van deze aantekening is (nog) niet zeker.
In de hoofdtekst staat dat het Goessen Baekensz tot Rossem betreft.
Bron: Overigen
2 ) 1564. Schepenen: Jacop die Cock, Dirck Egensz, Dirck Egensz ende Arnt Arnt Egensz
Ingevoerd of laatste wijziging op: 17-10-2018.
Mem.? verordineert to Bomel te comen / Vuern
Cock, Tuijl, Hoichwauwen, Driel {1} Jacop die Cock
Dirck Egensz {2}, Dirck Egensz {3} ende Arnt Arnt Egensz

1. De eerste 4 zijn schepenen in Tuil, de 4 daarna zullen schepenen in Driel zijn.
3+4. Dirck Egen Andriesz + Dirck Egen Dirck Ghijsbersz
Bron: een korte notitie in ORA Tuil, inv. 1242, f. 15v
Bron: Overigen
3 ) 07-04-1348. 2½ morgen lands te Drijel door Arnoldus Vos opgedragen ten behoeve van hertog Reinald.
1 charter
Ingevoerd of laatste wijziging op: 11-10-2018.
Universis presentia visuris nos Theodericus Bollic filius Johannis Theodericus filius Godefridi et
Gerardus filius Johannis Starken scabini in Driell notumfacimus protestantes, quod constitutus
coram nobis Arnoldus dictis Neude filius Vos vendidit et optulit pro centum libris denariorum
legalium eidem ut fatebatur persolutis duo iugera et dimidium iuger terre sitis in iurisdictione
de Dryel super Vliedert inter Hadewigen de Kuyc ab uno latere et heredes Petri dicti
Wellekens ab alio latere Egoni filio Vos ad opus dominum Reynaldi domini nostri ducis Ghelrie
in allodio sine censu et aggere hereditarie possidendam et Arnoldus dictis Neude predictis terre
predicte renunciavit promittens facere renunciare omnes qui terre predicte de iure renunciare te-
nentur promittens eciam warandiam facere Eghoni predicto ad opus dominum Reynaldi predicti super
terra predicta per annum et diem ut juris est adversus omnes juri comparere volentes et deponere
omne plegium quod voerplicht dicitur de eadem Nostrarum testimonio litterarum Datum anno domini Mº CCCº
quadragesimo octavo die septimo mensis aprilis
in het boek "Gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van Gelderland, door onuitgegevene oorkonden, opgehelderd en bevestigd door Is. An. Nijhof, tweede deel.", uitgegeven 1833, op p.34, wordt deze oorkonde omschreven als:
"No. 32. Twee en een halve morgen lands op de Vliedert, onder Driel, geregtelijk opgedragen ten behoeve van Reinald hertog van Gelre. 7 april 1348.
Anno Domini M. CCC. quadragesimo octavo, die septimo mensis Aprilis.
De oorspronkelijke perkamenten brief, No. 670, is bezegeld door drie schepenen van Driel, in groene was."
---
Oorspronkelijk met 3 zegels, waarvan de eerste verloren is.
Theodericus, filius Godefridi, schepen in Dryel (Driel)
Gerardus filius Johannis Starken, schepen in Dryel (Driel)
beiden genoemd in collectie zegels, horen bij dit charter
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 670
4 ) 30-04-1533. Schepenen: Art die Ghier en Egen Dirck Egensz {1}
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-10-2018.
Schepen mgr Jan die Sterck of Tefelen ind Hillen Jansz
qd Gerit Petersz procurator mgr. Henrick van Rossem gericht
in Theeus Artsz of Aelbert Artsz of wie met recht besitter
is van een huijs ind hofstadt to Horwijnen ind van III g.
XX st. current thijns ind van peen nae inhalt sbrieffs Actum
aº XXXII op dinxdach ante Willibrordi Daer nae Art
die Ghier ind Egen Dirck Egensz {1} qd Gerit vsn. tamquam procurator
vursn. coip gedaen coipman Goissen van Over Actum aº XXXIII
den XXVII aprilis opdracht coram eisdem den XXVIII aprilis
Insettonge den XXIX aprilis opdracht den XXX aprilis coram
eisdem scabinis

Marge:
frater meus decanus
in Dryell pro litteras
et jure? schriptum? ....et?
in protocollo Dryllano
1. Mogelijk is dit een verschrijving voor "Egen Dirck Arrissz".
Deze tekst van de Bank van Driel is opgetekend in ORA Tuil, inv. 1239, f. 10v
Transfix.
Hangt aan: 05-11-1532
Bron: Overigen
5 ) 05-11-1532. Schepenen: Mgr. Jan die Sterck of Tefelen en Hillen Jansz
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-10-2018.
Schepen mgr Jan die Sterck of Tefelen ind Hillen Jansz
qd Gerit Petersz procurator mgr. Henrick van Rossem gericht
in Theeus Artsz of Aelbert Artsz of wie met recht besitter
is van een huijs ind hofstadt to Horwijnen ind van III g.
XX st. current thijns ind van peen nae inhalt sbrieffs Actum
aº XXXII op dinxdach ante Willibrordi Daer nae Art
die Ghier ind Egen Dirck Egensz qd Gerit vsn. tamquam procurator
vursn. coip gedaen coipman Goissen van Over Actum aº XXXIII
den XXVII aprilis opdracht coram eisdem den XXVIII aprilis
Insettonge den XXIX aprilis opdracht den XXX aprilis coram
eisdem scabinis

Marge:
frater meus decanus
in Dryell pro litteras
et jure? schriptum? ....et?
in protocollo Dryllano
Deze tekst van de Bank van Driel is opgetekend in ORA Tuil, inv. 1239, f. 10v
Dinsdag voor Willibrordi = dinsdag voor 7 nov. 1532.
Transfix.
Aanhangend: 30-04-1533
Bron: Overigen
6 ) 27-01-1533. Schepenen: Egen Dirck Arrisz, Hermen de Bie, Jacop van Lith, Aert? Lambertsz, mgr. Jan Sterck, Egen Dirck Gijsbertsz, Egen [de] Gier en Arnt die Cock
Ingevoerd of laatste wijziging op: 8-10-2018.
Nae aenspraick Egonis Kuijck in Herman van Geijsteren?
Ruerende goet dair Kuijck inne gerechticht zude?
zijn ex parte uxoris ende nae antwoert Hermens
voersz. wijsen wij scepenen Egen van Cuijck
in Hermen van Gestells? goet zoe diep ...? voirsz ex
parte uxoris dair inne bestorven Ind nae den lantrecht
dair he gerechticht is ....? dat ter tijt

Juridica aº XXXIII den XXVII Januarij Egen Dirck
Arrisz Hermen de Bie Jacop van Lith Aert? Lambertsz
mgr. Jan Sterck Egen Dirck Gijsbertsz Egen Gier Arnt die
Cock
Dit is een klad tekst in ORA Driel, inv. 44. Plaatselijk lastig leesbaar en er is in gekrast.
Bron: Overigen
7 ) 11-02-1444. Akte, gepasseerd voor schepenen van Driel, waarbij Alyt weduwe van Jacops van Veltdryel Jan Ravens soin en haar kinderen Jan Tengnagel, Sander, Dirc en Marijen (vertegenwoordigd door haar man en momber Engbert die Kock) de in de akte uit 1414 genoemde goederen overdragen aan de priester Jan Morinc ten behoeve van het onderhoud van de rector van het altaar van het Heilige Kruis in de kapel te Velddriel, onder beding dat Lijsbetten, weduwe van Jans Marcelus soins, gedurende haar leven uit de jaarlijks te ontvangen cijns een lijftocht van 2 Arnhemse guldens zal krijgen.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 21-9-2018.
Wij Jan Aert Eghensz. soin ende Brant Heijnricx soin scepen in Drijel tugen dat voir ons comen siin Alijt die wijf was Jacops van Veltdrijel Jan Ravensz. mit hoiren gecoren mommer Jan Tengnagel, Sander ende Dirc des voirs. Jacops van Veltdrijels kinder ende Engbert die Kock als mommer ende witaftige man siins wijfs Marijen, des voirsz Jacops dochter ende hebben gegeven ende opgedragen puerlic ende simplic omme gods wille ende omme zalicheit wille der zijelen des voirs. Jacops van Veltdrijel die brieve dair desen tegenwordigen brief doirstoken is ende alle tgehaut der brieve als dair in gescreven steet, alsoe ver als als zij elck dair toe gerecht siin ende beheltlic oic Lijsbetten die wijf was Jans Marceliis soins hoirre lijftuchten aen twe Arnemsguldens syairs hoir leven lanck ende niet langer te bueren vanden tijnns die inden principalen brief gescreven steet dair desen brief doirsteken is heren Jan Morinc priester als rectoer inder tijt eens altairs dat overmits Jacop van Veltdriel voirsz. gesticht is inden kercken van Drijel tot die eere gods ende des heijlichs cruijs tot behoef des ewichs rectoers des altoes {1} voers. die altoes inder tijt sal siin erflic te besitten Ende Alit mit hoiren gecoren mommer Jan Tengnagel, Sander, Dirc ende Engbert die Kock voirs. vertegen op die brieve ende op tghehaut der brieve voirs. Sij geloefden dair op doen te vertien alle die ghene die van hoirre weghen dairop mit recht vertien sullen Sij geloefden oic te waren van hoirre weghen heren Jan Morinc voirs. tot behoef des ewichs rectoers in der tijt des altairs voirs. die brieve ende tgehaut der brieve voirs. jair ende dach als recht is tegen alle die ghene die then recht comen willen ende van hoirre weghen alle voirplicht af te doen vanden selven Voirt geloefde Alijt die wijf was Jacops van Veltdrijel voirs. den voirs. heren Jan tot behoef des ewich rectoers inder tijt des altairs voirs. als dat sij Andrijes des voirs. Jacops soin ende Agnesen des voirs. Jacop dochter mit hoiren gecoren mommer sal doen vertien als sij comen siin tot hoiren mondigen dagen of bynnen enen vierdel iairs dair nae op die brieve ende op tgehaut der brieven voirs. tot behoef des ewichs rectoers inder tijt des altairs voirs. ende dat sij dan oic geloiven sullen van hoirre weghen alle voirplicht af te doen vanden selven beheltlic in allen punten voirs. der voirs. Lijsbetten hoirre lijftuchten aen den twe gulden syayrs voirs. hoir leven lanck te bueren van den ciins voirs. geliic dair af voirs. steet. Die superscriptie 'voers. die altoes' approberen ende loven wij. In orconde onser letteren gegeven int jair ons heren M CCCC ende XLIIII opten yllefsten dach in der maent geheiten februari
1. Dit is een verschrijving. Hier staan de 3 woorden boven geschreven die aan het eind van het stuk worden 'geapprobeerd'. Er zal moeten staan "... des altairs voers. die altoes inder tijt ..."
Transfix.
Hangt aan: 04-11-1434
Bron: Archief van de parochie St. Martinus te Kerkdriel, 1414 - 2002, inv. 131-4
8 ) 04-11-1434. Akte, gepasseerd voor schepenen van Driel, waarbij Lijsbet, weduwe van Jans Marcelis soins, de in de akte uit 1414 genoemde goederen verkoopt aan Jacop van Veltdryel Jan Ravens soin.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 20-9-2018.
Wij Ude van Tefelen ende Hylliin dye Ghyer Peters soin scepen in Drijel tugen dat voir ons comen is Lijsbet die wijf was Jans Mercelis soins mit hoiren gecoren mommer ende heeft vercoft ende opgedragen voir hondert gulden goet ende gheve die sij ghijede dat hoir betaelt siin die brieve dair desen tegenwordigen brief doirsteken is ende alle tgehaut der brieve als dair in gescreven steet Jacop van Veltdrijel Jan Ravens soin erflic te besitten Ende Lijsbet mit hoiren gecoren mommer voirs. verteech opten brieve ende op tghehaut der brieve voirs. ende geloefde dair op doen te vertijen alle die ghene die van hoire weghen dair op mit recht vertijen sullen Ende geloefde oic te waren van hoire weghen Jacop voirs. die brieve ende tgehaut der brieve voirs. jair ende dach als recht is tegen alle die ghene die ten recht comen willen Ende van hoirre weghen alle voirplicht af te doen van den selven In orconde onser litteren gegeven int jair ons heren M CCCC ende vijer ende dartich des donresdages nae alre zijelen dach
Transfix.
Hangt aan: 19-09-1430
Aanhangend: 11-02-1444
Bron: Archief van de parochie St. Martinus te Kerkdriel, 1414 - 2002, inv. 131-3
9 ) 15-06-1432. Jacop van den Velde Dirck Scoercappenzoin en Gerit Jans Stercksz, schepenen in Driell oorkonden, dat Jacop en Aert, zonen van Jan Smeets Jacopszoin aan Jan Aert Nouden soin t.b.v. het gasthuis te Hoensaet 1 1/2 Lb thijns 's jaars op Paaschdag heeft beloofd uit timmering en poting te Driell in de Pepert aan de Weyde tusschen de erfgenamen van Goisswijn Jan Sterckensoin en die van Aert Gielissoin.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 20-9-2018.
Wij Jacop vanden Velde Dirck Scoercappen zoin ende Gerit Jans Sterckss.
scepen in Driell tugen dat voir ons comen zijn Jacop ende Aert zonen
Jan Smeets Jacopszoin ende hebben gelooft Jan Aert Noudensoin tot
behoeff des gasthuyss gelegen binnen inden gericht van Driell tot
Hoensaet off tot behoeff der gasthuys meesteren die altoes indertijt sijn
zullen gasthuysmeesters des gasthuys voirss. thijns anderhalff
pont gever penninge wolckoer{?} elck pont voirss. weert zijn sall negen
goede oude butdreger off ander goet payment in gelijker werde daer
voir opten paeschdach naestcomende. Ende dair nae voir alle jare
anderhalff pont gever penninge als voirschreven zijn erffelicx thijns off
payment dair voir als voirschreven. jaerlicx opte paeschdach den hasthuys
voirschreven off den gasthuys meijsteren indertijt voerschreven euwelicken the
betalen. Ende the heffen ende the bueren uyt eenen geseet mit allen
zijner tymmeringe ende potinge gelegen inden gericht van Driell voirschreven
in die Pepert aen die weijde tusschen erffgenamen Goisswijn Jan
Sterckensoin aen d'een sijde ende erffgenamen Aert Gielis soins aen d'ander
sijde. Welcken thijns voirschreven off hij alle jair opten termijn der beta-
linge voirscreven nyet betaelt en were, soe soude daer op dan wassen
ende gaen alle weken naestvolgende een peen van eene halven Vlaem-
sche groten welcke peen tzamen mytter thijns voirschreven dat gasthuys
voirschreven off die gasthuys meisteren indertijt voirscreven uyt alle den voirscreven
guede zullen mogen verhalen wanneer dat zij's nyet langer en zullen
willen beijden. Ende Jacop ende Aert zoinen Jan Smeets voirscreven ge-
loeffden den voirscreven thijns Aert Nouden zoin tot behoeff des gasthuys
voirscreven ofte tot behoeff der gasthuys meisteren indertijt voirscreven den
thijns myt zijnen peene voirscreven euwelicke the waren tegen alle die gene
die then rechte comen willen uyt alle den goede voirscreven als geseet tymme-
ringe ende potinge voirscreven. In oirconde onser litteren. Gegeven int jaer ons Here
M CCCC thwee ende dartich opten bloken pinxtdach.

marge: Item I 1/2 pont gever penningen
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9 (f. 1) - Regest nr. 7
10 ) 19-09-1430. Akte, gepasseerd voor schepen van Driel, waarbij Melis Marcelus soin, Banke Marcelus soin en Alyt Marcelus dochter de in akte uit 1414 genoemde goederen verkopen aan Lysbetten, weduwe van Jans Marcelus soins.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 20-9-2018.
Wij Jacob van den Velde Dirc Scorcappen soin ende Heijmeric Peters Ghyeren soin scepen in Drijel tugen dat voir ons comen siin Melis Mercelis soin Bauken Mercelis soin ende Alijt Mercelis dochter mit hoiren gecoren mommer ende hebben vercoft ende opgedragen voir twentich pont ghever penninge die sij ghieden dat hen betaelt siin den brief dair desen tegenwordigen brief doirsteken is ende alle tgehaut des briefs als dair in gescreven steet alsoe ver als sij elck dair toe gerecht siin Lijsbetten die wijf was Jans Mercelis soins erflijcken te besitten Ende Melis, Bauken ende Alit mit hoiren gecoren mommer voirs. vertegen opten brief ende op alle tgehaut des briefs voirs. Sij geloefden dair op doin te vertijen alle die ghene die van hoire weghen dair op mit recht vertijen sullen Sij geloefden oic te waren van hoire weghen Lijsbetten voirs. den brief ende tgehaut des briefs voirs. jair ende dach als recht is teghen alle die ghene die ten recht comen willen Ende van hoirre weghen alle voirplicht af te doen vanden selven. In orconde onser litteren gegeven Int jair ons heren M CCCC ende dartich op sente Lamberts dach
Transfix.
Hangt aan: 20-05-1414
Aanhangend: 04-11-1434
Bron: Archief van de parochie St. Martinus te Kerkdriel, 1414 - 2002, inv. 131-2
11 ) 20-05-1414. Vier getransfigeerde akten met betrekking tot een erfelijke cijns door Jacobus van Velddriel verbonden aan het altaar van het Heilige Kruis in de kapel te Velddriel, 1414, 1430, 1435, 1444.
Akte, gepaseerd voor schepenen van Driel, waarbij Rutgher Hainrix zoen twee stukken land in het gerecht van Driel op de Quelschesteghe, groot respectievelijk een morgen en dertien hond, verkoopt aan Jan Marcelus zoen en die stukken vervolgens weer in gebruik krijgt tegen een erfcijns.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 20-9-2018.
Wij Sander Eghens zoen ende Deric Jan Sterken zoen scepen in Drijel tughen dat quam voer ons Rutgher Heimrix zoen vercoft ende droech op om vijftich gulden ghever penninghen alshij lide dat hem betaelt siin enen merghen lands die gheleghen is inde ghericht van Driel optie Quelschesteghe {1} tusschen die heren van Sente Pouwels van Utrecht aen deen zide ende Engbert Cloet {2} of wie dair mit recht dair lantgheleghen is aen dander zide. Voert dertien hont lands gheleghen aldaer tusschen die heren van Sente Pouwels van Utreccht voirs. aen deen zide ende erfghenamen Jan .....? Heimrix zoen aen dander zide Jan Marceliis zoen in enen eijghendom sonder ciins ende sonder dijck erflijc te bezitten Ende Rutgher voirs. verteghe op dit voirs. lant gheloeft de eerst wairscap te doen Jan Marceliis zoen voirs. vanden selven lande voirs. jair ende dach als recht is ende teghen hem allen die then recht comen willen ende af te doen alle voerplicht vanden selven Hier af soe siin Eghen zoen Rutghers voirs. ende Arnt Heimrix zoen sijn broeder Rutghers voirs. wairborghen onghesceijden Doe dit gesciet was doe gaf weder Jan voerscr. Rutghers voirs. dit voers. lant in enen erfenis te bezitten voer enen gouden enghelschen nobel moneten des coninx van Enghelant goet van goude ende zwaer van ghewicht of paijment dair voir in gheliker werde erfciins jairlijx eweliken opten paeschdach naest comende Jan voirs. hem eweliken te betalen welc ciins voirs. of hii jaerlijx inden voirs. termiin der betalinghen niet betaelt? ende were so salder dan alle weken dair naest volghende enen pene van enen botdregher goet ende gheve opten voirs. ciins wassen welken pene te samen mitten voirs. ciins Jan voirs. verhaelen mach uten voirs. lande wannere dat hiis niet langher en sal willen beijden. In orkonde onser litteren ghegheven int jaer ons heren M vierhondert ende veertien des sonnendaghes nae ons heren hemelvaerts dach
1. of: Puelschesteghe
2. of: Cloec
N.B. De eerste waarborg komt voor op de schatting van ca. 1419 als: Eghen Rutger Heijnen z.
Transfix.
Aanhangend: 19-09-1430
Bron: Archief van de parochie St. Martinus te Kerkdriel, 1414 - 2002, inv. 131-1
12 ) 09-01-1583. Egen Dirck Egen Dircks zoon en Henrick Ghysberts zoon, schout te Herwenen, schepenen van Dryell, oorkonden, dat Maricken en Annicken, dochters van wijlen Egen Egenss., aan Johan ... anderhalf schaar weiland onder Dryell, genaamd "vrije sekere ijsere schaeren", buitendijks, op de achterste waard, verkocht hebben, 1583 januari 9. Zie 10 Mrt. 1525 (=101). 1 charter
N.B. Oorspronkelijk. Met het licht geschonden zegel van de tweede oorkonder. Dat van de eerste ontbreekt.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 18-9-2018.
Wij Egen Dirck Egen Dircksz ende Hanrick Ghijsbertsz scholt tot Horwenen schepenen in Drijell
tuijgen dat voir ons commen sijn Mariken ende Annicken beijde Egen Egensz nagelaten dochteren
ellick mit sijnen gekoeren momber ende hebben vercoft ende opgedragen voir hondert pont gever
pennongen die zij ghijeden dat oir betaelt sijn anderhalf scharen weijden genampt vrije sekere
ijsere schaeren gelegen inden gerichte van Drijell buijten dijcks opten achtersten weyrt mit
allet recht ende privilegie zelliger joffrauw Cocks dije in oiren leven bezeeten ende dijenende
sonder ennigen affbrueck te noch toe bezeeten ende geweijt heeft Johan Alartsz dijck ende
thijns vrij in eenen eijgendom erffelijcken to hebben ende to besitten Ende dye vercoperssen
mit oiren gekoeren mombare verthegen tot behoif des copers ... etc ...
...
ende allen voircommer ende voirplicht aff to doen vanden selleven ende dat vuijt drije stucken lantz
ongeveyrlijck vier mergen lantz groot sijnde .... .... inden
gerichte van Drijell vursz. buijten dijcks op den Nijewen Camp, Dirck Arntsz mit een
leen stuck noirdwaert, dije Haer westwaert den runnende Maez stroem oistwaert off zoo
wye dair mit recht naist ende allomme gelegen mach sijn ende voirt alle oire guederen ten
lantrecht Ende het is to weeten dat Wauter Egensz sestalff hondt lantz inde vursz. vier mergen
lantz is besittende Allet mit conditien ... etc ...
...
... Inne oircunde onser letteren gegheeven inden jaere ons heren duijsent vijffhondert
drije ende tachtentich op den negenden dach januarij
Deze akte staat ingeschreven in ORA Driel inv. 968 folio 1v, maar daar is de bovenkant vergaan en onleesbaar.
Bron: Diverse charters/diverse aanwinsten, inv. 196
13 ) 31-01-1568. Akte waarbij het Regulierenconvent te Bommel aan Dirrick Egen Derrickss de helft van 12 morgen genaamd de Christmeercamp te Driel in de Vliert verkoopt, 1568. Getransfigeerd. Met akten van consent van Kanselier en Raden van Gelderland (dorsaal) en van de prior van Windesheim, 1568 januari 31. 2 charters, getransfigeerd
N.B. Aanwinst 1970, overgedragen door RA Noord-Brabant. Zie verslag. Zie ook 1554 nov. 20.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 18-9-2018.
Wij Egen Egensz ende Adam vander Elst scepen in Driell tuijgen dat voir ons
comen sijn heren Wijlhem van Boxtell prior then Regulieren binnen Boemell ind
heer Johan Aelbertsz supprior des selffer conventz ind hebben mit voerraet ind consent
des Gantzen Capittels ind Conventz voirsz capittualiter voir ons vergadert ind sich betuijcht
gheven ind mit octroije wyll ind consent Co. Ma.t id selff ons volsegelt dair aff ver-
toont gesien ende horen lesen hebben Oick mit scriftelicke placet in Latijn ghes. onder
den prior van Wijnsem als prior superior hant ghes. alssmen ons seechde dat wij oick
gesien ende horen lesen hebben, vercoft ende opgedragen voir vijfhondert pont gever pennongen
diese gieden dat hem betaelt sijn de helft van twelf mergen lantz inden gericht van Driell
inde Vliert gelegen genaempt Christinen camp te weeten de sijde naest den Vliersswech gelijck
zoe die pater? tot Driell die gebruijct die gebruijct {sic} heeft Boven lant gelegen Sante
Catharinen altair to Driell Beneden Aernt Jansz van Hencxthum Then noirden die
natuerlicke kinderen des heren Bodewijen? ende mitten eenen einde streckende opten
Vliersswech off zoe wie mit recht naestlantg. sijn Dirrick Egen Dirricksz dijck
vrij ind sonder thijns erffelicken to besitten Inde die prior supprior mit wyll des Gantzen
Convent voirsz. hebben op tlant voirsz. vertegen Ind geloeffden te doin verthien allen die mit
recht dair op verthien sullen Inde tot onsen lantrecht tlant voirsz. to waren als recht is
tegens allen then rechten comen wyllen Ind allen voircommer inde voirplicht aff te doin vanden
selven Ind die prior ins suppprior van weegen des Gantzen Conventz voirsz. gelooffden
mede hier van octroije ind placet te versorgen van Co. Ma.t ind den prior van Win-
desem als prior superior des Conventz voirsz. alzoe dat Dirrick Egensz voirsz. deses aff-
coepz to vollen versorcht ind bewaert sijn sullen Inne orconde onsen letteren gegeven inne
den iaere ons heren duijsent vijffhondert achtendesestich opten lesten dach tsmaents januarij
Co. Ma.t = Koninklijke Majesteit
De verwijzing naar 20 nov. 1554 betreft de Bank van Zaltbommel; die akte staat niet hier en lijkt geen relatie hebben met deze akte.
N.B. zie ook:
Archieven van de stad Zaltbommel (RAR toegang 3020), inv. 582.
Nederlandsch Archief voor kerkelijke geschiedenis, deel V (1845), blz. 243 e.v..
Bron: Diverse charters/diverse aanwinsten, inv. 171
14 ) 10-03-1525. Peter die Ghyer en Egen Dirck Gisbertssen, schepenen van Driell, oorkonden, dat Aert die Cock, Ariaen Duals zoon, aan Johan van Kessell 1.3 van de achterste Coerenwert van Driell, buitendijks, verkocht heeft, bewaard met een recht van het altaar van het heilige kruis, 1525 maart 10. 1 charter
N.B. Oorspronkelijk. Met de geschonden zegels van de beide oorkonder.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 17-9-2018.
Wij Peter die Ghijer ende Egen Dirck Gisbertsz scepen in Driell tugen dat voir ons comen is Aert
die Cock Ariaen Duls soen ende heeft vercoft ende opgedraegen voer vijff hondert pont gever penningen
goet ende geve die hij ghijede dat hem betaelt sijn dat een dordendeel vanden afftersten Coerenwert
met alle sijnder poetynge ende toebehoeren ende met allen sinen gewyn ende verlies ende is gelegen inden gericht
van Driell bueten diexs beheltelick den heiligen cruis altaer sijn gerechtichheit tussen den Niencamp?
der kercken vinckel? den vorsten Coerenwert daer rundomme gelegen off tussen allen den genen die met
recht rondtomme gelegen sijn Johan van Kessel in enen eijgendom sonder dieck ende sonder thijns ....
... etc ...
... In orconde onssen letteren gegeven int
jaer ons heren dusent vijffhondert vijff ende tweijntich den tienden dach martij
Bron: Diverse charters/diverse aanwinsten, inv. 101
15 ) 27-04-1527. Arendt de Ghyer en Jan die Sterck van Teffelen, schepenen van Dryell, oorkonden, dat Gerefaes de Ghyer aan Johan van Kessell zeven scharen weiland buitendijks op den achtersten Corenwert onder Dryell verkocht heeft, 1527 april 27. 1 charter
N.B. Oorspronkelijk. Met het geschonden zegel van de eerste oorkonder. Dat van de tweede oorkonder ontbreekt.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 17-9-2018.
Wij Aerndt de Ghijer ende Jan die Sterck van Teffelen scepen in Drijell tugen dat voer onss comen
is Gerefaes de Ghijer ende heeft vercoft ende opgedragen voer drije hondert gulden Brabamts ende veertich gulden
Brabants tweyntich stuver Brabants soe die op data deess tegenwoerdigen brijeffs inder stat van sHartogen-
bossche genge ende geve sijn off ander goet paijment daer voer in geliker waerden die hij ghijede dat hem
betaelt sijn soeven schaeren weijden gelegen inden gericht van Drijell buten dijxs opten afftersten Corenwert
tussen allen den genen die all omme met recht naestlantgelegen sijn, met heindingen poetingen ende
toebehoeren voert met gewyn ende verlies Johan van Kessell in enen eijgendom sonder dieck ende
sonder thijns erffelick the besitten Ene Gerefaes de Ghijer voerscr. verteech op dese soeven schaeren
.... etc ...
... In orconde onsen litteren gegeven int jaer onss heren dusent vijffhondert soeven ende tweijntich
den soeven ende tweijntichsten dach der maent van april
Met het zegel van Aerndt de Ghijer.
Bron: Diverse charters/diverse aanwinsten, inv. 103
16 ) 01-10-1553. Jacop die Cock en Dirck Jan Lambertsz schepenen in Driel oorkonden dat Lambert Bakensz voor 100 pond de doorstoken rentebrief d.d. 22 sept. 1551 heeft verkocht aan Claes Corstensz.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 17-9-2018.
Wij Jacop die Cock ende Dirck Jan Lambertsz scepen in Driell tugen dat voer ons comen is Lambert
Bakensz ende heefft vercofft ende opgedragen voer hondert pont gever penningen die hij
ghieden dat hem betaelt sijn den brieff daer deesen tegenwoerdigen brieff doersteken is ende
allet ingehalt des brieffs als daer inne gescreven steet Claes Korstensz erffelicken the hebben
ende the besitten Ende Lambert voerscr. verteech opten brieff ende op allet ingehalt
des brieffs voerscr. hij gelooffde daer oick mede op the doen vertijen alle die ghene die met
recht daer op vertijen sullen ende alle voorcommer ende voerplicht aff te doen vanden selven
Inne oirconde onsser litteren Gegeven inden jaere ons heeren duijsent vijffhon-
dert ende drie ende vijfftich opten yersten dach der maent octobris
Hierbij de getransfigeerde transportbrief d.d. 21 mei 1622, waarin Johan Hanricksz en Hanrick van Bommell schepenen in Driel oorkonden, dat Catalyna de Bye wed. van Mr. Johan Dircksz de rentebrieven voor 10 pond heeft overgedaan aan Lysbet Willems.
Geschenk van Völcker van Soelen (aanwinst 1921 XXIII.6). De zegels af.
Regest: uit de aantekeningen van Mr. Rueb, nr. 56.
Transfix.
Hangt aan: 22-09-1551
Bron: Diverse charters/diverse aanwinsten, inv. 1101-2
17 ) 22-09-1551. Claes Korstensz en Jan Jan Sarss schepenen in Driel oorkonden dat Cornelis Jan Sarss drie Kar. guldens thijns heeft geloofd op sunte Lambertsdach aan Lambert Bakensz uit huis en hofstad te Driel tot Uutwijck tussen N. Jan van Malsen en Z. Dirck Claesz, met een boetebeding van 1,5 stuivers per week achterstand.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 17-9-2018.
Wij Claes Korstens ende Jan Jansz Sarss scepen in Driell tugen dat voer ons comen is Cornelis Jan Sarss
ende heefft geloofft Lambert Bakensz thijns drie keijsers carolus gulden tweyntich stuver Brabb.
nae der valuatie van Brabant voerden gulden voersz. op sunte Lamberts dach toecomende ende soo
voert jaerlicx opten voersz termijn dach euwelicken the betalen den voersz. Lambert Bakensz the
heffen ende the bueren uuth huijss ende hoffstat gelegen inden gericht van Driell tot Uutwijck
noortwaert Jan van Malsen ende suytwaert Dirck Claesz .... etc ...
.... Inne
oirconde onser litteren Gegeven inden jare ons heren duijsent vijffhondert
ende eenen vijfftich op sunte Mauritius dach
Geschenk van Völcker van Soelen (aanwinst 1921 XXIII.6). De zegels af.
Regest: uit de aantekeningen van Mr. Rueb, nr. 56.
Transfix.
Aanhangend: 01-10-1553
Bron: Diverse charters/diverse aanwinsten, inv. 1101-1
18 ) 13-03-1555. Akte waarbij schepenen van Driel getuigen dat Adam en Goert van der Elst de nalatenschap van hun ouders in gebruik genomen hebben, 1555. 1 charter
N.B. Aanwinst 1960.17.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 17-9-2018.
Wij Dirck Jan Lambertsz ende Aert Aertsz scepen in Driell tugen dat wij daer bij aen den over
geweest zijn daer mester Adam ende Goert vander Elst gebruederen als erffgenamen hoer selige
vaders ende moeders hem int gebruijck gegeven ende aengevangen hebben hoer gerechtich-
heijt van eenen gehelen uuterwerdt gelegen inden gericht van Driell opten Roden
Noch aengefangen ende hem int gebruijck gegeven in sess mergen lants gelegen inden
voersz. gericht van Driell int Leech Broeck oick hoer gerechticheijt, Noch drie mergen
lants soe groot ende cleijn die gelegen sijn inden gericht van Driell aengevangen ende hem
int gebruijck gegeven geheel allet nae vermelden ende luijt hoerder scepen brieven
daer van wesende Inne oirconde onsser litteren gegeven inden jaere ons heren dusent
vijffhondert ende vijff ende vijfftich den darthienden dach der maent martij
Bron: Diverse charters/diverse aanwinsten, inv. 1373
19 ) 23-03-1530. Aert Janszoon van Henxtum en Egen Dirck Ariss., schepenen van Driell, oorkonden dat Aert die Haes aan Jan die Sterck van Teffelen ten behoeve van Johan van Kessel twee scharen weiland onder Driell op de achterste Corenwert verkocht heeft, 1530 maart 23 (des Woensdages post Oculi). Zie 1525, 10 maart = 101. 1 charter
N.B. Oorspronkelijk. Met de zegels van de beide oorkonders.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 16-9-2018.
Wij Aert Janssoen van Henxstum ende Egen Dirck Arissen scepen in Driell tugen dat voer
onss coemen is Aert die Haes ende heeft vercoft ende opgedragen voer twe hondert pont
gever penningen goet ende geve die hij ghijede dat hem betaelt sijn twe schaeren weijden
met gewyn ende verlies poetinge heindinge ende toebehoeren gelegen inden gericht van
Driell bueten diexs opten afftersten Corenwert tussen allen den genen die allomme
met recht naestlantgelegen sijn Jan die Sterck van Teffelen tot behoeff Johans
van Kessel in enen eijgendom sonder dieck ende sonder thijns erffelicken Ende Aert die
Haes voersz. verteech op dese vercoffte weijde met hoeren toebehoeren .... etc ...
....
... In orconde onsen letteren gegeven int jaer onss heren dusent
vijffhondert ende dartich dess woensdaeges post Oculi
Met beide zegels.
Bron: Diverse charters/diverse aanwinsten, inv. 107
20 ) 07-03-1529. Peter van Oever en Wilhem Loye, genaamd van Driell, Lambertss., schepenen van Driell, oorkonden, dat Jan die Sterck van Teffelen aan Thys Korstenss. ten behoeve van Johan van Kessell 4 kalverscharen onder Driell op den achtersten Coerenwert heeft verkocht, 1529 maart 7. 1 charter
N.B. Oorspronkelijk. Met de zwaar geschonden zegels van de beide oorkonder.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 16-9-2018.
Wij Peter van Oever ende Willem Loije genaemt van Driell Lambertsz scepen in Driell tugen
dat voer ons coemen is Jan die Sterck van Teffelen ende heeft vercoft ende opgedragen voer vijff-
tich pont gever penningen goet ende geve die hij ghijede dat hem betaelt sijn vier kalver schaeren
gelegen inden gericht van Driell bueten diexs opten afftersten Coerenwert met gewyn ende verlies
poetinge heijndinge ende toebehoeren welck vier calver schaeren gelegen sijn tussen allen den genen
die alomme met recht naestlantgelegen sijn Thijs Korstensz tot behoeff Johans van Kessel
in enen eijgendom sonder dieck ende sonder thijns erffelick the besitten ... etc ...
...
... In orconde onsen letteren gegeven int jaer onss heren
dusent vijffhondert negen ende tweijntich den soevenden dach inden merte
Bron: Diverse charters/diverse aanwinsten, inv. 106
21 ) 15-03-1542. Herman die Bie en Freryck van der Steghen schepenen in Driel oorkonden dat honderd [fout] personen hebben verklaard dat van de schippers van Rossem te Hedel geen tol werd gevraagd en dat zij slechts de roeyertoll betaalden.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 16-9-2018.
Wij Herman die Bie end Frerijck vandr Steghen scepen
in Driel certificeren voir die gherechte waerheijt hoe
dat op datum van hueden voir ons gekompareret sijn in
hoirder eijgen personen end dat doir gerychtelick versueken
der heermeraeden des dorps van Rossem Gerit Jansz
Albert Goirtsz Goessen Gorisz Peter Artsz Jacop Jansz van Hel
inwoenende nabueren des kersspel van Rossem mannen
van goeder eeren end famen weerdych ghetuijchenisse
van hem toe geven end hebben getuijch ende geaffirmeert
bij hoer man waerheijt end beswoiren als hijr nae
bescreven staet Gherit Jansz een man vier off vijffenses-
tych iaeren die mennygen tijt met sijnen vader nae
bij hem selver gevaeren heeft end van hem noch
van sijnen vader bij sijn weetenheijt toe Heedel toll
geeijst is dan roeder toll van Rossemssen guderen
Albert Goirtsz als van den alsten bynnen Rossem tuijcht
als dat hij dat hij dies niet en heeft hoiren seggen dan
nu bynnen vert.....ch of drie weeken gheschijt
Goessen Goerisz Peter Artsz die met alden scippers
gevaren hebben Gerit Goirtsz saliger Jan Gerit saliger
en hebbens niet gehort off geweeten dat hem
anderen toll geeijst is Jacop Jansz als nu inder
tijt die scipper affirmeert dat van hem ghe-
nen toll geeijst is dan roeijer toll buijten dan bynnen
drie weeken gedaen is End wantmen die wair-
heijt getuijchenisse behoirt toe geven sonderlingen
almen dair gerychtelick toe versoecht woirt soe heb-
ben wij voirsz dat getuijch end met beswoeren voir
scholt van Rossem end voir scepen voirsz. End want men
die waerheijt getuijchchenisse hoert toe gheven sonder-
lingen alsmen die goettenlick gesynnenenden is soe hebben
wij doer doechtelick begheerten der heemeraden
voirsz. onssen segel beneden op spatium van desen gedruckt
Geschijt int iaer ons heeren dusent vijffhondert
tweeenfeertych den vijftynsten dach meert
Regest is uit de aantekeningen van Mr. Rueb, nr. 56 (is fout)
Bron: Familie Van Randwijck 3, inv. 790
22 ) 22-01-1450. Akte waarbij Jan van Rossem heer Jansz., heer tot Zoelen, de veerstad tussen veer en de veerstad van Vauderick boven en beneden het veer en de veerstad van Opijnen en die van Heerewaarden en Oensel aan Walraven van Haeften verkoopt, 1450. 1 omslag
N.B. Gecoll. afschrift uit dezelfde tijd, en een modern afschrift, benevens een certificatie van Peter Jansz. en zijn zoon Gijsbert en anderen over het gebruik van het veer te Heesselt, 1517.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-9-2018.
Wij Egen Eghens soen ende Brant Hanricks soen scepen in Drijel tugen dat voer ons comen is Jan van Rossem heren Jans zoen here tot Zoelen heeft vercoft ende opgedragen voer drije hondert gouden aude scilde munten des conincks van Vrancrijcks goet ende geve dije hij ghijede dat hem betaelt sijn, Dat voerstat ende voer ende alle alsulcke recht als daer toe hoert ende van audt toe gehoert mach hebben dat gheleden is tusschen dat voer en voerstat van Vauderick boven Ende beneden dat voer ende voerstat tot Opijnen, soe dat tusschen den ghericht van Vauderick ende van Opijnen aen een sijde, Ende den gericht van Herwaerden ende den ghericht van Oensel aen dander sijde aldaer gelegen is Ende gheen ander recht en sal wesen daer over te waren in voerstats rechts off anders dat desen veir off veerstat dat Walraven voerss. aldus gecoft ende betaelt heeft {1}. Dat den voer tegen ganghen mach Dat geheijten is dat Rossemste ende Hecelste veerstat met sulker aen waert allet ghericht van Rossem doer tot verten? orber? inder tijt sonder argelist, Walraven van Haeften voerss in enen eijgendom sonder dijck ende sonder thijns erffliken te besitten Ende Jan van Rossem heren Jans zoen voerss. gheloefde Walraven van Haeften voerss Dit veer ende veerstat voerss. the waren van sijnre wegen jair ende dach als recht is tegen alle dije gene die then recht comen willen Ende van sijnre wegen alle woerplicht aff te doen vanden selven Woert soe heeft Jan van Rossem Goeswijns soen weertegen op dyt voer ende veerstat als voerss. is Ende gheloefde dat Walraven van Haeften voerss. eerffliken ende eweliken the waren in alle all sulcken rechten ende ghewoenten ende auden heercomen ghelijck als hij ende sijn vader ende sijn auder vaderen dat heerghebracht hebben ende alle voercommer aff te doen als recht is Inder enyngen van Drijel ende inden ghericht van Rossem met wolre waerscappen In orkonden onsen heren gegeven int iaer ons heren M CCCC ende wijftich des donredaeghs nae sinte Agnetis dach der heiliger joncfrouwen

Collationatum est presente copia cum suis origi-
nalibus litteris et concordat de verbo ad verbum
quod protestatur Jo. Leonis notarius
1. Er is waarschijnlijk een stuk tekst verdwenen want Walraven is nog niet eerder genoemd.
NB. Zoals uit het Latijnse naschrift blijkt is de tekst een notariele kopie bij het origineel. Het origineel ontbreekt echter. De indruk bestaat dat bij het kopiëren fouten zijn gemaakt, zowel in sommige woorden als dat er waarschijnlijk een deel van de tekst ontbreekt. Het regest zegt "uit dezelfde tijd" maar ook dat valt te betwijfelen.
Bij dit archiefstuk bevindt zich een latere transcriptie, waarin ook fouten zijn gemaakt.
Bron: Familie Van Randwijck 1, inv. 825
23 ) 30-05-1540. Akte waarbij Gherit Peetersz. aan jonker Johan van Rossem, heer tot Bruyckhuysen, een executiebrief op de goederen van Herbert de Cock q.q. en van Frans en Hubert van Culenborch, onder Driel in het kerspel Hurwenen gelegen, overgeeft, 1540 2 charters. N.B. Met de executiebrief, 1540.
Herman die Bie, Willem Loei Lambertsz, meyster Jan die Sterck, Jacop van Lith en Dirck Jan Lambertsz schepenen in Driel oorkonden dat Gherit Peetersz is gericht in de goederen van Herbert die Cock voor diens overleden vrouw en als erfgenaam zijnder overleden dochter, en van Frans en Hubert van Culenborch na te zijn verkocht door jonker Johan van Rossum heer tho Bruyckhuysen.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-9-2018.
Wij Herman die Bie ende Willem Loei Lambertsz meyster Jan die Sterck Jacop van Lith Dirck Jan Lambertsz schepenen
inne Driell tuygen dat wij daer over geweest hebben daer Gherit Peetersz nae ingehaut zijnre schepenen
gerichtsbrieve ende coop-brieve van Driell ruerende van goederen Herberts die Cocks mombaer zijnre huijsfrauwen
zeliger ende erffg. zijnre dochter zeliger, Ffrans van Culenborch ende Hubert van Culenborch, ingeset
is overmits den gesworen richter ons heeren van Gelre in Bommelreweerdt nae onse vonnisse tot
allen recht in alle die guederen Herberts, Ffrans ende Huberts vurscr. dat inder enonge van Driell
ende inder kerspelen van Horwenen gelegen is daer wij schepenen overstaen tuijghen ende
wijsers over zijn welcke guederen vurscr. joncker Johan van Rossum heer tho Bruyckhuysen Gherit Petersz
vurscr. vercoft ende opgedragen heeft gelijck als die schepene brieven dat volcomenlicker begrepen
ende inhouden die wij daer op gemaect gesien hebben Ende die richter vurscr. verboet voerts een
yegelicken den aenvanck vanden guederen vurscr. op sijn lijff ende op sijn goet dat nyemants
zijn handen daer aen en sluege? noch hem des en onderwonde hij en dede dat van wegen Gherit
Petersz vurscr. off hij en dede dat myt enen beteren rechte, beheltelicken oick enen gelicken sijns goets
recht. Die superscriptie van Rossum loven wij goet Inne oirconde onsser litteren Gegeven inden jare ons
heren duijsent vijffhondert ende veertich den dartichsten dach des maents maij
Met de zegels der oorkonders 1, 3, 4 en 5. (1. als De Bye, met 3 bijen en helmteken drie naar elkaar her. re. buigende ...?; 3. manskop; 4. in twee rijen geschakeerde linkerschuinbalk; 5. Chatillon met een vos, Rs. DIRCK IAN LAMBERT SOIN).
Het tweede regest is uit de aantekeningen van Mr. Rueb, nr. 56.
Transfix.
Aanhangend: 01-06-1540
Bron: Familie Van Randwijck 1, inv. 1128
24 ) 01-06-1540. Akte waarbij Gherit Peetersz. aan jonker Johan van Rossem, heer tot Bruyckhuysen, een executiebrief op de goederen van Herbert de Cock q.q. en van Frans en Hubert van Culenborch, onder Driel in het kerspel Hurwenen gelegen, overgeeft, 1540 2 charters
N.B. Met de executiebrief, 1540. Getransfigeerd.
Herman die Bie en meyster Jan die Sterck schepenen in Driel oorkonden dat Gherit Petersz voor 10 pond de doorstoken verwinbrief d.d. 30 maart 1540 heeft verkocht aan Johan van Rossum heer tho Bruyckhuysen.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-9-2018.
Wij Herman die Bie ende meyster Jan die Sterck schepenen inne Driell tuijgen dat voer
ons comen is Gherit Peetersz ende heeft vercoft ende opgedragen voer thien pont
ghever penningen die hij gieden dat hem betaelt sijn den brieff daer desen te-
genwoerdigen brieff doergesteken is ende alle tgehauts des brieffs als daer in
gescreven steet joncker Johan van Rossum heer van tho Bruyckhuysen erffelicken
the besitten Ende Gherit Peetersz vurscr. tot behoeff joncker Johans vurscr.
hij geloeffden van zijnre weghen oick alle voerplicht aff te doen vanden
selven Inne oirconde onssen litteren gegeven inden iare ons heeren duijsent
vijffhondert ende veertich den iersten dach in junio
Met de zegels der oorkonders.
Tweede regest is uit de aantekeningen van Mr. Rueb, nr. 56.
Transfix.
Hangt aan: 30-05-1540
Bron: Familie Van Randwijck 1, inv. 1128
25 ) 06-04-1558. Akte waarbij de familie De Gier aan Johan van Rossem, bastaard, ten behoeve van Jan van Rossem, zoon van wijlen Johan, den zoon van Johan, heer tot Broeckhuysen, 10 hont land te Rossum op de Twee Mergen aldaar, overdraagt. 1 charter.
Dirck Egenssz en mester Cornelis de Gier schepenen in Driel oorkonden dat Wouter Jansz als man van Arijken Peter sGieren en mr. Cornelis vnd. als momber der kinderen van Robbert de Gier, te weten uit diens eerste huwelijk Stynken, voor wie Jacob die Cock mede consenteert als alde vader en Lyn, Metken en Alith Robben uit het tweede huwelijk, voor wie Lys Hacken als alde moeder voor 200 pond 10 hont land hebben verkocht te Rossem op de Twee Mergen aldaar op Ghoon weyde tussen O. Henrick Jacopsz Schocbant, Z. joffer Oeyde en N. Jonge Johan van Rossums soen aan Johan van Rossum bastaard t.b.v. wijlen Jongen Johan van Rossum zoon te Broickhuysen soen ook genoemd Jan van Rossum
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-9-2018.
Wij Dirck Egensz ende mester Cornelis de Gier scepenen in Driell tugen dat voer ons comen sijn
Wouter Jansz als mombaer Arijken Peter sGieren sijner huijsfrauwen, ende ick mester Cornelis
voersz als mombaer Robbert de Giers kijnder te weten Stijnken Robberts voerdochter daer
consenteerdt Jacob die Cock mede voer als alde vader, ende Lijn Metken ende Alith Robben
nae kijnderen daer consenteerden mede voer Lijs Hacken als alde moeder, ende hebben vercoft
ende opgedragen voer twe hondert pondt gever penningen die zij gieden dat hem betaelt
zijn thien hont lants ....
.....
Met de zegels der oorkonders (1. drie balken, waarvan de bovenste beurtelings gekanteeld; 2. drie gieren 2-1)
Tweede regest: uit de aantekeningen van Mr. Rueb, nr. 56.
Het wapen van Dirck Egensz wordt (foutief gedateerd) beschreven in: Wapenalbum Bommelerwaard, P.v.d.Zalm: 2007, Nr. egon/ 864 (website Regionaal Archief Rivierenland, url: https://regionaalarchiefrivierenland.nl/archieven?mivast=102&mizig=210&miadt=102&micode=3508&milang=nl&mizk_alle=schepen%20driel&mibj=1100&miej=1600&miview=inv2)
Bron: Familie Van Randwijck 1, inv. 761
26 ) 09-05-1449. Schepenen van Driel, Ude van Tefelen en Mercelis Cameren, oorkonden, dat broer Henrik Frank Stapelszn, convers van Mariëndonk, verkocht heeft aan Everard, prior klooster, voor 50 pond: akte van 1442 juli 15 (regestnr 702), waardoor deze was gestoken.
Kopie in groot cartularium (inventarisnr 120) pagina 54.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 10-9-2018.
Sequitur litteram transfixa hunc prime littere. subp. suppri... rechts: 54

Wij Ude van Tefelen ende Mercelis Cameren in Driel tugen dat voirss voir ons comen is brueder Henrick
Vranck Stapels zoon convers des cloesters van Sunte Mariendonck buten Huesden ende heeft vercoft ende opgedragen
voir L pont ghever penninge die hij ghiede dat hem betaelt zijn den brieff daer desen tegenwoerdigen brieff
doersteken is ende alle 't gehaut des briefs als dair in gescreven staet heren Everaet prior des cloesters voirss.
tot behoeff sijns selfs ende des convents des selven cloesters voirss. erflick te besitten. Ende brueder Henric voirss.
verteech opten brieff ende op 't gehaut des briefs voirss. Hij geloefde daer op doen te vertijen alle die ghene
die van sijnre wegen dair mit recht op vertien sullen. Hij geloefde oec te waren van sijnre wegen heer
Everaet prior voirss. tot behoef sijns selfs ende des convents voirss. den brieff ende 't gehaut des briefs voirss.
jaer ende dach als recht is tegen alle die gene die then recht comen willen. Ende van sijnre wegen alle voir-
plicht aff te doen vanden selven. In alsulker manieren ende met sulker voirwaerden toe gedaen dat een
vanden monnicken off bruederen woonachtich inder tijtt inden cloester voirss. mit guede wittaftigen bethoen
volmechtich van den prior ende convent voirss. den thijns mit sinen peen die inden principalen brieff
gescreven staet daer desen brieff doorsteken is na ingehaut des brieffs voirss. mit allen recht sal
mogen innen ende winnen jaerlix. In orconde onser litteren. Gegeven int jaer ons Heren M CCCC ende XLIX opten
negende dach in meije etc
Scan 78
Transfix.
Hangt aan: 15-07-1442
Bron: Kloosters Mariënkroon en Mariëndonk in Heusden, 1245 - 1631, inv. 120 (f. 41) - Regest nr. 826
27 ) 11-11-1562. Akte van pachterkenning door Thomas Crethier van 17 hond land in de Vliert te Driel, 1562 nov. 11
Ingevoerd of laatste wijziging op: 10-9-2018.
Gezegeld door o.a. schepen Mr. Cornelis de Ghier (bron: DNL 1943, k. 96).
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 308
28 ) 19-02-1468. Opdragt voor schepenen van Driel van 11½ hont lands aldaar, ten behoeve des hertogs, 1468 februari 23 (1468. des dinxdaechs na St. Petersdach apost. ad Cathedram). 1 charter
N.B. 0001 Graven en hertogen van Gelre, graven van Zutphen.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 10-9-2018.
Wij Sander Jacops soin van Veltdriel ende Henrick Brants soin scepen in Driel tughen dat voir ons comen is
Henrick Willem Stouten soin ende heeft vercoft ende opgedraghen voir hondert gouden gulden goet ende gheve
die hij ghiede dat hem betaelt siin twelleftalff hont lants geleghen inden ghericht van Driel int Driel-
sche broick tusschen die erfgenamen Dirck Jansz vanden Eynde aen d'een sijde westwaert ende erfnisse des
prijors ende convents des Regulier cloesters bijder stat van Zautbomel geleghen aen d'ander sijde Jan Teets
Gherits soin in enen eyghendom sonder dijck ende sonder thiins erflijck the besitten Ende Heinrick Willems
soin voirsz. verteech op dit lant voirsz. hij geloefde daer op doen the vertijen alle die ghene die daer op
mit recht vertijen sullen hij geloefde oick the waren Jan Teets voirsz. dit lant voirsz. jaer ende dach als
recht is teghen alle die ghene die then recht comen willen ende alle voirplicht aff the doen vanden
selven In orconde onssen litteren Gegheven int jaer ons heren dusent vierhondert ende achtendetsestich des vrij-
daechs nae sunte Valentijns dach
Met beide aanhangende zegels, welke gescand online staan.
Transfix.
Aanhangend: 23-02-1468
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 786
29 ) 23-02-1468. Opdragt voor schepenen van Driel van 11½ hont lands aldaar, ten behoeve des hertogs, 1468 februari 23 (1468. des dinxdaechs na St. Petersdach apost. ad Cathedram). 1 charter
N.B. 0001 Graven en hertogen van Gelre, graven van Zutphen.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 10-9-2018.
Wij Sander Jacops soin van Veltdriel ende Eghen Eghens soin scepen in Driel tughen dat voir
ons comen is Jan Teets Gherits soin ende heeft vercoft ende opgedraghen voir hondert gouden gulden
goet ende gheve die hij ghiede dat hem betaelt siin den brieff daer desen teghenwoerdighen brieff
doirsteken is ende alle tgehaut des briefs als daer in gescreven steet Gheeman Schoen tot behoeff
ons ghenedighen heren hertoghe van Gelren ende van Gulick ende greven van Zutphen erflijck the
besitten Ende Jan Teets voirsz. verteech opten brieff ende op tgehaut des brief voirsz. hij geloefde
daer op doen the vertijen alle die ghene die van siinre weghen daer op mit recht vertijen
sullen hij geloefde oick the waren van siinre weghen Gheeman Schoen tot behoeff ons ghenedigen
heren voirsz. den brieff ende tgehaut des briefs voirsz. jaer ende dach als recht is teghen alle die
ghene die then recht comen willen ende van siinre weghen alle voirplicht aff the doen vanden
selven In orconde onssen heren Gegheven int jaer ons heren M CCCC achtendetsestich des diinxdaechs nae sunte
Peters dach apostel ad cathedram
Met beide aanhangende zegels, welke gescand online staan.
Transfix.
Hangt aan: 19-02-1468
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 786-2
30 ) 01-05-1556. Afschrift van 1771, in "gemoderniseerde" spelling.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 7-9-2018.
Wij Aart van Tuijl en Cornelis Jan Saers schepen in Driel tuijgen dat voor ons comen zijn de ge-erfdens van den uijterweert en hebben gelooft gelijkelijk te maken en te onderhouden een iegelijk tegen zijn erf den kaijdijk van den hogen dijk af totter sluijsen toe. nog geloven de gemeijne erve die opten selven uijterweerdt ge-erft zijn den kaedijk van der sluijse af totten maasdijk toe nederwaarts te onderhouden op al sulken breette en hoogte als die van de nabeschreven heemrade of hare nacomelinge gekeurt zal worden nu of hiernamaals, ende dat deselven daar toe verordieneert zijnde dat eijnde zullen mogen bestede te maken om de minste penninck en dat te setten op de selvige die op geenen kaedijk en leggen parts parts gewijse en iegelijk na advenant. Nogh so isset voorwaart oft geviel dat daar een nieuwe sluijs gemaakt wierde of eenige coste aan de sluijs gelegt werde Geloven de gemeene erve die op den uijterweert ge-erft leggen binnen desen caijdijck parts parts gelijk te gelden en te betalen en overgegeven wie sulks niet en betaalden sal men uijt mogen panden met den scholtus of den landbode en dieselve daar toe verordieneert zijnde sullen den kaijdijk mogen keuren, alsoo hoog en breet als haar dat nut en oorbaar dunkt, en soo wie dan sijn kaijdijk soo niet gemaakt en heeft op eenen sekeren tijdt gelijk daar toe verordineert zijnde, dat gekeurt hebben sullen dieselvige dat mogen besteden om den minsten penn. ende twee fout mogen uijtpande als boven hier toe zijn geordieneert Arien Aarts Johan Gerrits Cornelis Jans Aert de duijster en Johan Gerrits braef begeert tot behoef den geenen diese nodigh sullen weesen. de superscriptie mijnst loven wij goet. in oirconde onser letteren gegeven inden jare ons Heeren Duijsent vijf hondert sesenvijftigh opten 1 dagh s maents maij
Bron: Archief van de Boven-Drielse Uiterwaard (1556) 1771 - 1885 en de Buitenpolder de Boven-Drielse Uiterwaard 1890 - 1964, 1771 - 1964 (RAR, toegang 3096), inv. 1 Register van de Boven - Drielse Uiterwaard, 1771-1885
Bron: Overigen
31 ) 23-11-1485. Aert Aert Egensz soin en Jan Spierinck van Wel schepenen in Driell oorkonden, dat de gezworen bode in Boemelrewert 17 h. lands heeft laten veilen op 17 Sept. (op sunte Lamberts dach bisscop) van Wouter Heymericxsz of wie ook, in Driell op de Gheerden, tusschen N. het H. Geestaltaar in de kerk te Driel, W. het gericht van Hedell en O. Wouter Heymericxsz voornoemd, wegens een thijns van 4 gouden overl. rijnsgld. 's jaars, schuldig aan Henrick die Bruyn en Jan Scoercap als gasthuismeesters, waarop het na afkondiging t.b.v. de gasthuismeesters Henrick die Bruyn en Claes Claes Sterckensz is verkocht aan Egen Claes Egenszsoin.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 2-9-2018.
Wij Aert Aert Egenss soin ende Jan Spierinck van Wel scepenen in Driell tugen dat voir
comen is die gesworen bode ons heeren van Gelre in Boemelreweert ende heefft gegiet
dat hij gemaent heefft van wegen des gasthuyss des dorps van Driell Wouter Heij-
mericxss. off zoe wie dat met recht besitter is van soventien hont lants gelegen
inden gericht van Driell op die gheerden tusschen erffenis des Heijligen Geest
altair gesticht in der kercken van Driell op zijde noortwaart ende 't gericht van Hedell
aen d'ander zijde streckende mitten eenen eijnde oostwaart op Wouter Heijmericxss.
voirsc. ende mitten anderen eijnde opt gericht van Hedell voirss. van thijns drie
gouden overlensche rijnsche gulden goet ende geve ende van peen die daer op met
recht gewassen ende gegaen is die den gasthuys voersc. onthouden is ende
nyet betaelt en is. Welcken thijns mit zijnre peen voirsc. men jaerlicx is
sculdich ende myt recht te betalen pleecht den gasthuys voersc. uut den
lande voerss. gelijck als die scepen brieff van Driell dat volcomelicker be-
grijpen ende inhouden die wij daer op gemaect gesien hebben. Daerna tugen
wij dat wij daer over geweest hebben daer Heijnrick die Bruyn Jansz. ende
Jan Scoercap Jacopss. als gasthuys mesters des dorps voirss. ende van namen
ende van wegen des gasthuys voerss. gericht sijn overmits den gesworen
richter ons heeren van Gelre in Boemelreweert tot allen recht in dit lant
voerz. dat inder enonge ende inden gericht van Driell gelegen is als voerden
thijns ende peen voerss. die den gasthuys voersc. onthouden is ende nyet betaelt
en is. Des vraichden ons die richter voersc. wat dat Henrick die Bruyn
ende Jan Scoercap als gasthuys meesters metten voerss. lande met recht sculdich
te doen weren. Daer op wijssden wij dat men dat lant voersc. verbieden
sall als recht is ende daer nae soe sullent Heijnrick ende Jan Scoercap als
gasthuysmesters voirsc. vercopen tot onser lantrecht. Dit gesciede int jaer
ons Heeren duysent CCCC LXXXV op Sunte Lamberts dach bisscop. Daer nae
wij scepenen voirsc. tugen dat voir ons comen is die gesworen bode voersc. ende heefft
gegiet dat hij verboden heefft als recht is drie sonnendaiche ter rechter
missen tijt inder kercken van Driell dat lant voersc. dat inden gericht van
Driell gelegen is dat dat the vercopen wert overmits Henrick die Bruyn ende
Jan Scoercap als voerden thijns voersc. ende peen voerss. die den gasthuys voorss.
onthouden is ende nyet betaelt en is. Daer na tugen wij dat voer ons comen is
sijn Henrick die Bruyn ende Claes Claes Sterckenss. als gasthuys mesters des
gasthuys voersc. ende van namen ende van wegen des gasthuys voersc. ende hebben
vercoft na alle formen ende manieren gelijck als ons lantrecht eijscht ende wijst
dit lant voersc. dat inden gericht van Driell gelegen is ende dat aldaer inder kerc-
ken van Driell verboden is als recht is ende datmen aldaer sculdich is ende met recht
te betalen pleecht verbieden Egen Claes Egenss soin voerden tijns ende pene voorss.
te hebben ende the besitten beheltelicken den gasthuys voirsc. zijns thijns.
ende peens voersc. ende sijnre scepen brieffe van Driell daer op gemaect voersc. hem
den voersc. thijns ende peen nae ingehout dier scepen brieve voersc. vanden
toecomende termijnen daer mede noch te mogen innen ende winnen, die rasuer
't gericht ende die superscriptie is approberen ende loven wij. In oirconde onser
litteren. Gegeven int jaer ons Heeren duyssen vierhondert LXXXV op
Sunte Clemens dach paus.
Transfix.
Aanhangend: 24-11-1485
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9 (f. 9v) - Regest nr. 29
32 ) 21-05-1566. Schepenakte van Driel betreffende een geschil tusschen den rentmeester Peter de Groot en Everardt Pannecoeck over de pacht van het schoutambt Driel, 1566. 1 charter.
N.B. Voorheen 0243 Charterverzameling, inv.nr. 2191.
Over deze zaak, die aan den momber zou worden voorgelegd, zijn geen andere stukken bewaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 27-8-2018.
Nae eischen coop Peter die Groot als rentmeister Co. Ma. onser aller gnedichsten heren op Egen
Egensz ende Thomas vanden Kretier als borghen Everardts Pannecoeck beruerende sijnre commissien
des richter ampts halven in Boemelreweert van zekere onbetaelde verschenen pennongen ende bij zekere
voir voirgebrachte exceptien ....
....
.... Verclaren wij Johan Geritsz Dirck Egen Andriesz Egen Egensz Merten Jansz Arnt
Arnt Egensz Lambert Loij Arntsz Thomas vanden Kretier ende Dirck Ffonck scepenen in Driell
mit gevolch den scepenen van Zuylichem ende mit goeden voirberaet der scepenen van Tuijll ende Deill
dat Peter die Groot als rentmeister int eisschen van desen coop supersederen opschoirten ende in still
stant laten staen sal ter tijt toe dese saicke voir mijn heren canceler ende raden bijden mombairs vuijt
....endich gemaict sal sijn Dat geschiet sijnde sullen die scepenen dair en teinden doin nae rechts behoeren
Die transliniatie ‘voir’ loven wij goet. Inne oirkonden onser letteren gegeven inne den iaere ons heren
duijsent vijfhondert sessendesestich opten eenendetwintichsten dach der maent meij
Bron: Geldersche Rekenkamer (toegang 0012), inv. 1006.
Bron: Overigen
33 ) 23-06-1566. Schepenen: Johan Geritsz en Lambert Arntsz
Ingevoerd of laatste wijziging op: 23-8-2018.
Wij Johan Geritsz ende Lambert Arntsz scepen in Driell tuijgen dat voir
ons comen is heren Bernaerdt van Driell Goeswijnsz priester mit sijnen
gecoren mombair ende heeft vercoft ende opgedragen voir hondert pont gever
pennongen die hij giede dat hem betaelt sijn die daghelixe heerlicheijt ende
gerichte van Driell mit sijnen toebehoeren vrij van allen last ende commer die
dair nu ter tijt op is ofte naemaels comen mocht Johan van Driell Wijllemsz
sijnen neve erffelicken to hebben ende to besitten ende dat doir zeekere scriften?
gerecht.... ende oirsaicken die heren Bernaerdt voirsz. bevonden heeft den
voirsz. Johan van Driell toestaenden Ende heren Bernaerdt voirg. verteech
tot behoiff Johan van Driells voirsz. op die heerlicheijt mitten gerichte voirsz.
hij geloeffden oick mede daer op te doen vertien allen den gheenen die met
recht dair op verthijen sullen end oick mede euwelicken mit volre¬ wair-
scappen tot onsen lantrecht to waren als recht is tegens allen des then
rechten comen wyllen Ende allen voircommer ende voirplicht aff te doen vanden
selven Ende alnoch geloeft heren Bernaerdt voirsz. den voirg. Johan van
Driell euwelicken tot onsen lantrecht te hantreijcken ende to leveren alle
brieffen ende bescheijt mentionerende ende aengaende die heerlicheijt ende
gerichte van Driell voirsz. tot allen tijden als Johan van Driell voirsz. den
voirsz. heren Bernaerdt dat eijschend ende gesinnende is Inne oirkonde onder
letteren gegeven Inne den iaer ons heren duijsent vijffhondert sessende
sestich opten drieendetwentichsten dach tsmaents junij
Zegels af.
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 5652 (nr. 1690/37)
34 ) 15-06-1567. Schepenen: Johan Gerardtsz en Egen Egensz
Ingevoerd of laatste wijziging op: 23-8-2018.
Wij Johan Gerardtsz ende Egen Egensz scepen in Driell tuijgen dat
voer ons comen is Lambert van Driell Wijllemsz ende heeft ver-
coft ende opgedragen voer hondert pont gever pennongen die hij
giede dat hem betaelt sijn dat daghelixse gericht ende scholt
ampt van Driell met allen sijnen toebehoren Johan van Driell
erffelicken to hebben ende te besitten met conditien toe gedaen dat
Lambert voersz. dese opdracht altijt bij sijne leven sal mogen vera-
lieneren ende wederroepen alst hem gelieven sall Inne oirkonde
onser letteren gegeven Inne den jaer ons heren duijsent vijffhondert
seven ende sestich opten vijfthiensten dach tsmaents junij
Met zegel van Johan Gerardtsz.
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 5652 (nr. 1690/37)
35 ) 09-03-1548. Schepenen: Claes Korstensz en Cornelis Jan Sarsz
Ingevoerd of laatste wijziging op: 23-8-2018.
Wij Claes Korstensz ende Cornelis Jan Sarsz scepen in Driell tugen dat voer ons comen is Alert van
Driell Alertsz ende heefft vercofft ende opgedragen voer hondert pont gever pennongen die hij giede
dat hem betaelt zijn / Inden yersten die heerlickheijt van Driell / ende alle zijn actie ende toeseggen
hij daer van heefft ende vercrigen mach tot eniger tijt Noch vercofft ende opgedragen alle zijn
gerechticheijt die hij heefft inder kercken van Driell / Noch vercofft ende opgedragen alle zijn ge-
rechticheijt ruerende op die selve percelen der selver actien ende gerechticheijden als voersz. to
weten oick mede alle actien ende toseggen van alle brieven slaende op die selve goederen ende actien
voersz. ende noch voerts in {1} alles gheens daer hij inne gerechticht mochte worden inder enonge van
Driell ende inden gericht van Driell / heer Berndt van Driell {... gewist ...} erfflicken te hebben ende te
besitten Ende Alert van Driell voerscr. verteech op alle die selve actien ende goederen gerechtich-
eijden ende brieven als voerscr. tot behoeff heren Berndts voerscr. / hij gelooffden daer oick mede
op the doen vertijen alle die ghene die myt recht daer op vertijden sullen / hij gelooffden oick
mede den voerg. heren Berndt euwelicken te waren als recht is tegens alle den ghenen die
des then rechten staen ende comen willen Ende alle voerplicht aff te doen vanden selven
ende sall idt selve erven ende versterven tgeens voerscr. steet altijt opt naeste bloet ende gerechte
erffg. / Na dode heren Berndts voerscr. salt tselve erven ende versterven op Alert van Driell Gosensz
Ende na dode Alerts van Driel Gosewijnsz salt tselve als voerscr. erven ende versterven op Jacop des
voersz. Alerts van Driel Alerts zoen Ende na dode Jacops voerscr. salt erven ende succideren op des
voerg. heren Bernts naeste bloet ende gerechte erffgenamen die superscriptie In loven wij goet Inne
oircondt onser letteren gegeven int jaer ons heren dusent vijffhondert acht ende veertich den negensten dach mertij
1. superscript
Met beide zegels
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 5652 (nr. 1690/37)
36 ) 26-01-1546. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 16-8-2018.
Wij Aert Loij Lambertsz ende Dirck Jan Lambertsz scepenen
in Drijell tuijghen dat voer ons comen is die gesworen
bode ons heren van Ghelre in Boemelreweerdt ende
heefft gegiet dat heer Roeloff Morinck priester ende
pastoer tot Heedel den weet gedaen heefft ...
....
... dat nyemonts
gebruijcken en soude die goederen die toe te be-
horen plaghen heeren Roeloff Morinck voersz. dan
van weghen Jan Egensz als mombaer sijns wijfs
off yemont en mochte dat doen met eenen beteren
rechte, allet na luijt ende vermogen den insetsbrieff
daer van wesende In oerconde onser letteren gegeven
int jaer ons heren duijsent vijffhondert ende ses
ende veertich des anderen daechs na sinte Pouwels
dach bekeeringe
Transfix.
Hangt aan: 27-10-1528
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
37 ) 27-10-1528. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 16-8-2018.
Copia

Wij Aert die Cock Arien Dulsen ende meister Jan die Sterck
genaemt van Teefelen Jansz scepenen in Drijell tuijghen dat
voer ons comen sijn meister Roeloff Morinck ende Ghijsbert
Morinck meister Jan Morincks zoon ende hebben bekent
hoe sij beijde verleken sijn ende verenicht als van gefallen
geresen tuschen hem beijde voersz. als vanden versterfft
off makinge gesaet bij meister Jan Morinck voersz., soe
beruerende Ghijsbert Morinck voersz. van sijn selffs wegen
als van Lijsken sijnre suster zelliger gedachten Ende
vorder van alle gescillen ende differentien tot desen dae-
ghe toe geresen. Oeck uut oerzaken der ruerender
goeden achter gelaten bij zalige meister Jan Morincks vsz.
ende dat in manieren end econditien hier na bescreven. Inden
eersten dat meister Roeloff voersz. Ghijsbert Morinck sijnen
neve voersz. zal van stonde aen geloven ende daer om heefft
geloofft voer scepenen voersz. eenen jaerlixen thijns van
acht gouwen hertoch Phs. gulden ...
... etc, etc ...
...
ende daer mede ghijet ende bekent Ghijsbert Morinck voersz.
alle geloofften voer desen gesciet int heijmelick off
int openbaer doot ende te niet te sijn Ende vorder sceldet
quijte meister Roeloff sijnen oem voersz. ende oeck die erffgena-
men van zalige Ghijsbert Morinck die alde ende Mechtelt
Morincks soe van sijn selffs wegen als oeck van Lijsken sijnre
suster zaliger gedachten voersz, van allen toeseggen
op enige van hem allen ....
....
.... Ende daer onder
te waerborghe gestelt alle sijne guederen die hij heefft
inder bancken van Drijell. In oerconde onser letteren
gegeven Int jaer ons heren duijsent vijffhondert acht
ende twyntich op sunte Simonis et Jude apostelen avont

Den voersz. brieff is getransfixeert met drije transfixen
besegelt waer van die laeste transfixs brieff ende op-
drachts brieff mij aenclager den laesten aff is
Transfix.
Aanhangend: 26-01-1546
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
38 ) 01-09-1505. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Schepenen: Jan Baukensz de oude en Egen Dircksz.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 16-8-2018.
Copia
A
Wij Dirck de Ghier ende Roeloff Morinck scepenen in Zaltboemel
tuijghen dat wij inden signaet van Drijel gesien ende gelesen
hebben, eenen scepenen brieff affgehaelt wesende luijdende
van woerde the woerde, als hier na bescreven steet. Meister
Jan Morincks soonen Gherit ende Dirck. Jan Baukensz die
oude ende Egen Dircksz qd meister Jan heefft gemaeckt
sijnen zoonen {1} voersz. post mortem eius een hofstadt mitten
huijs, ende een schuer, ende eenen berch, in Horwijnen
geleghen, in tali quantitate als hij dat van sijnre moeder
gebuert heeft ende van sijnen bruederen ende suster gedeijlt
heefft. Noch vier mergen lants inden gericht voersz.
teghen die selve stege over ende is geheijten die Woerden
Tuschen meister Roeloff ende den selven Woerden Ende
meister Roeloff leet oeck naestlantgelegen metten Bullick
aen d’ander sijde, off tuschen etc. Condicio dat het een opten
anderen sal sterven Storff enich van hem beijden sonder
levende geboerte, .... soe zal dan dit goet voerscr.
weder sterven opten erven meister Jans voersz. Anno
vijfftienhondert ende vijf den        dach septembris. Dat
getal des daechs en hebben wij scepenen Roeloff
ende Dirck voersz, overmits datter een cladde jynts
op lach nyet kennen lesen Ende want wij scepenen lest
voersz. desen onsen vidimus hebben bevonden tho
accorderen met den signaet voersz., soe hebben wij
des t’oerconde der waerheijt Aernt die Bije gesworen
scrijver der stadt Zaltboemel, geconsenteert dit tho
scrijven ende te beteijkenen. Twelck ick Aernt die Bije
voersz. alsoe gedaen, ende hebbe mijnen gewoentlicken
hantscryft hier onder geset. Gesciet den eersten dach
julij anno vijfftienhondert een ende vijfftich
A d B s Z
1. N.B. elders in het procesdossier staat dat Gherit en Dirck bastaardkinderen zijn.
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
39 ) 21-09-1565.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-8-2018.
..... Item thijnsbrieve van twe keijser ca. gl. sulcx Jan Egensz aen Wolter Ariensz tot behoef van Flitsken Delfs wedue anno 1547 ipsa dominica quinquagesima tot huijs ende hofstadt gelegen innen den gerichte van Driel aende Cromsteech tusschen Cornelis Egensz oostwaert ende Gerit Jan Artsen westwaer gelegen gelooft heeft ende naerderhant opden St. Mathijs dach anno 1565 {1} bij Jan Elissen aen Aert Jansz van Henxtum ende bij d’erven van Willem ende Jan van Henxtum opden XIII Novembris jonxtleden aen mij almede getransporteert ...
Bron: ORA Driel, inv. 976, f. 195 (14-8-1648)
1. St Mathias apostel valt op 24-2-1565, maar waarschijnlijk gaat het om St. Matheus, 21-9-1565.
Transfix.
Hangt aan: 20-02-1547
Bron: Overigen
40 ) 04-05-1545. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-8-2018.
Wij Jacop die Cock ende Frederick vander Steghe scepenen in Drijell
tuijghen dat voer ons comen is Goris die Bruijn ende heeft vertegen
opten brieff daer desen tegenwoerdighen brieff doersteken is
ende op allet ingehouts sbrieffs als daer inne gescreven steet tot
behoeff Henrick Morinck erffelicken te hebben ende te besitten ....
...
... In oerconde onser litteren gegeven inden
jaere ons heeren duijsent vijffhondert ende vijff ende veertich des
anderen daechs na den heijlighen cruijs dach invencionis

Hier na volget den aenvanck brieff van Hanrick Korstensz ...
hoff op Horwenen {zie 21-09-1545}
Transfix.
Hangt aan: 24-03-1545
Aanhangend: 21-09-1545
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
41 ) 21-09-1545. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-8-2018.
Wij Frederick Verstege ende Peter die Ghier Petersz scepenen
in Drijell tuijghen dat voer ons comen is Hanrick Morinck
ende heeft aengevangen alle alsulke guederen als Hanrick
Korstensz the besitten ende the gebruijken placht, genaemt Hanrick
Korstensz hoff inden gericht van Horwenen, allet na luijt
ende vermogen der brieven die welck Goris die Bruijn
opgedraghen heefft ...
...
In oerconde onser litteren gegeven Inden jaer ons heren duijsent
vijffhondert ende sesendeveertich op sunte Mathijs dach
apostel
Transfix.
Hangt aan: 04-05-1545
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
42 ) 24-03-1545. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-8-2018.
Wij Egen Egensz, Herman die Bije, Aert de Ghier, Jacop die Cock
Aert Loij Lambertsz, Claes Korstensz, Frederick vander Steghe ende Jan
Egen Dirck Arisz scepenen in Drijell tuijghen dat wij daer
over geweest hebben daer Goris die Bruijn overmits den ghe-
sworen richter ons heeren van Ghelre in Boemelreweerdt na
ingehalt sijnen scepenen brieff van Drijel ruerende van eenre
hofstadt gelegen op Horwijnen bij onser vrouwen cappelle geheijten
Hanrick Korstensz hofstadt groet wesende twee merghen lants
met hoere bepotinghe ende hop die daer op is geleet, welke hostat
potinge mitten lande voersz. meister Roeloff Morinck priester ende
pastoer tot Heedel in handen gestelt heefft ende opgedragen
heefft den voersz. Goris die Bruijn, gelijck als dat den scepen
brieff van Drijell volcomelicker begrijpt ende inhelt ...
... etc ...
.... Inne oerconde onser litteren gegeven Int jaer
ons heeren duijsent vijffhondert ende vijffendeveertich den
vier ende twijntichsten dach martij ----- Ende is getransfix-
eert met eenen scepenen opdrachts brieff luijdende van
woerde te woerde als hier na volcht
Transfix.
Aanhangend: 04-05-1545
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
43 ) 29-11-1547. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-8-2018.
Wij Wilhem Loij Lambertsz genaemt van Drijell ende Goessen
Gorisz scepenen in Drijell tuijghen dat voer ons comen is
die gesworen bode ons heren van Ghelre in Boemelerweerdt
ende heefft gegiet dat hij den weet gedaen heefft van wegen
Hanrick Morinck, acht daech voer sunte Andries dach nement-
lick Willem Morinck Ghijsbert Morinck Jan Gorisz ende
Ghijsbertken vanden Poll als erffgenamen meister Roeloff Mo-
rincks zelliger memorien aengaende vanden aenvanck
Hanrick Morinck vsz. gedaen heefft op alle guederen op
Horwenen ... etc ...
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
44 ) 02-12-1546. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-8-2018.
Wij Frederick vander Steghe ende Goessen Gorisz scepenen in
Drijell tuijghen dat voer ons comen is Lambert Mathijsz
ende heefft vercofft ende opgedragen voer thien pont ghever
penninghen die hij ghieden dat hem betaelt sijn die brieven
daer desen teghenwoerdighen brieff doersteken is ...
...
... Tot behoeff Hanrick Morinck vsz.
....
Inden jaere ons heeren duijsent vijffhondert ende sesende
veertich opten derden dach nae sunte Andries dach
apostel ---- Ende hier na volcht dijen aenvancks brieff {zie 29-11-1547}
Transfix.
Hangt aan: 30-11-1546
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
45 ) 30-11-1546. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-8-2018.
Wij Frederick vander Steghe ende Goessen Gorisz scepenen in
Drijell tuijghen dat wij daer over geweest sijn, daer
Lambert Mathijsz na ingehaut sijnen scepen gerichts brieff
ende coep brieff van Drijel ruerende van goede meister
Roeloff Morinck hij affter getlaten heefft ende alle goets
Jan Gorisz Willem Morincks Ghijsbert Morincks ende Ghijsbertken
vande Pol als erffgenamen meister Roeloff Morincks vsz.
in geset is overmits den gesworen richter ...
...
... welke goederen voersz. Hanrick Morinckl vercofft
heefft ende opgedraghen den voersz. Lambert Mathijsz ...
... etc ...
.... In oerconde
onser litteren gegeven Inden jare ons heeren duijsent vijff
hondert ende ses ende veertich op sunte Andries dach des heijlige
apostels ------ Ende den anderen transfixs brieff is hou-
dende van woerde te woerde als hier na volcht
Transfix.
Hangt aan: 30-11-1546
Aanhangend: 02-12-1546
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
46 ) 30-11-1546. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-8-2018.
Wij Jan Egen Dirck Arisz ende Aert van Tuijl scepenen in Drijell tuijgen
dat voer ons comen is die gesworen bode ons heren van Ghelre in
Boemelreweerdt ende heeft gegiet dat hij gemaent heefft van wegen
Hanrick Morinck, Jan Gorisz Willem Morinck Ghijsbert Morinck
Ghijsbertken vanden Pol, als erffgenamen zellige meister Roeloff
Morinck als voert gebreck van hondert Phus. gulden sculden die
meister Roeloff voersz. nae sijnen doot beloofft heefft gehadt te betalen
tot onsen lantrecht, ende te boeren vanden gereetsten goede die hij
affter laten zal .... {zonder datum!}
Daer na tuijghen wij Frederick vander Stege ende Goessen Gorisssen
scepenen in Drijell dat wij daer over geweest hebben daer Han-
rick Morinck voersz. gericht is overmits den gesworen richter ons
heren van Ghelre in Boemelreweerdt tot allen recht in alles
goets meister Roeloff Morinck voersz. affter gelaten heefft Ende in
alle goets Jan Gorisz Willem Morinck Ghijsbert Morinck ende
Ghijsbertken vande Poll dat gelegen is inder enighe van Drijel
ende inden gericht van Horwijnen als voer tgebreck der hondert
Phs. gulden voersz ...
... etc ...
... Dit
gesciede int jaer ons heren duijsent vijffhondert ende sesende
veertich opten eersten dach in augusto {1-8-1546} Daer na wij Jan Egen
Dirck Arisz ende Aert van Tuijll scepenen in Drijel tuijgen dat
voer ons comen is, die gesworen bode voersz. ende heeft gegiet
dat hij verboden heefft als recht is drije sonnendaghen ter rechter
missen tijt inder kercken van Horwijnen alles goets meister Roeloff
Morincks hij affter gelaten heefft, ende alles goets Jan Gorisz
Willem Morinck Ghijsbert Morinck ende Ghijsbertken vanden
Pol, als erffgenamen meister Roeloff Morincks voersz. dat inden
gericht van Horwijnen geleghen is, dat dat te vercoepen
weere ... {zonder datum!}
... Daer na tuijghen wij Fre-
derick vander Steghe ende Goessen Gorisz scepenen in Drijel
dat voer ons comen is Hanrick Morinck voersz. ende heefft
vercofft na alle formen ende manieren gelijck als ons lant-
recht eijscht ende wijst, alles goets meister Roeloffs vsz.
ende alles goets Jan Goris Willem Morinck Ghijsbert Morinck
Ghijsbertken vanden Poll voersz. dat gelegen is inder
gericht van Horwijnen Ende dat aldaer inder kercken
van Horwenen voersz. verboden is ...
...
.... In oerconde onser litteren
gegeven inden jare ons heeren duijsent vijffhondert
ende ses ende veertich op sunte Andries dach des heijlige
apostels {30-11-1546} ----- Ende is getransfixeert met twee
brieven waer van den eenen is houdende van woerde te
woerde als hier na volcht
Transfix.
Aanhangend: 30-11-1546
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
47 ) 28-01-1511. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-8-2018.
Wij Aert Jansz van Henckstem ende Egen Dircksz scepen in Drijell tuijgen
dat voer ons comen is heer meister Roeloff Morinck priester ende pastoer
der kerken van Hedel, ende heefft geloofft Ghijsbert van Ghent tot
behoeff Marien dochter mijns Aert Jansz voersz, thijns vierdal-
ven gouwen Phs. gulden
...
...
... Die superscripti voersz. loven
wij goet In oerconde onser letteren gegeven Int jaer ons
heren duijsent vijffhondert ende ellef des sonnendachs
na sunte Matheus dach ------ Ende dese brieff is getrans-
fixeert met eenen opdrachtsbrieff in welcke tvoersz.
vol verwin in specificatie Henrick Morinck opgedragen
is Ende is luijdende van woerde te woerde als hier na volcht
NB. Zondag na 21/9 = 28-1-1511
St Matheus valt in 1511 op een zondag! Klopt dit wel?
St Mathias valt op 24/2, Zondag erna is 2-3-1511.
Transfix.
Aanhangend: 18-07-1546
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
48 ) 18-07-1546. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-8-2018.
Wij Peter die Ghier Petersz ende Aert van Tuijll scepenen in
Drijel tuijghen dat voer ons comen is Jan Egen Dirck Arisz
ende heefft vercofft ende opgedraghen voer hondert gouden gulden
goet ende gheve die hij gieden dat hem betaelt sijn inden
eersten eenen thijns brieff daer desen teghenwoerdigen
brieff doersteken is ende allet ingehaut des brieffs als daer
inne gescreven steet Noch soe heefft Jan voersz. vercofft ende
opgedragen alle Alle gerichten, coepen insettings brieven
aenfancks brieve ende bestorincks brieve die gesproten
ende geresen sijn uuth den selven voersz. thijns brieff daer desen
teghenwoerdighen brieff doersteken is, op zellighe meister Roeloff
Morinck gelijck als die selvebrieven voerg. dat breeder ende
vorder inhalden, daer op gemaeckt sijnde Hanrick Morinck
erffelick te hebben ende the besitten Ende Jan voerscreven
verteegh opten voersz. thijns brieff ...
... etc ...
... Inden jaer ons heeren duijsent vijffhon-
dert ende sesende veertich den achtiensten dach
julij
Transfix.
Hangt aan: 28-01-1511
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
49 ) 04-02-1546. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-8-2018.
Wij Aert Loij Lambertsz ende Dirck Jan Lambertsz scepenen in
Drijell tuijghen dat wij daer over hebben geweest daer Jan
Egen Dirck Arisz na ingehout sijnen scepenen gerichts brieffe ende
coep brieve van Drijell ruerende van goederen meister Roeloff
Morinck, bestoert ende aengevangen heefft alle guederen voersz.
die sijn scepenen brieve vsz. begrijpen ende ingehouden ende die ergent
inder enonghe van Drijel ende inden gericht van Horwenen
geleghen sijn, welke goederen voersz Aert Egensz vercofft ende
opgedragen heefft den voersz. Jannen {1} gelijck als dat die
scepenen brieffen voersz. dat volcomeliker begrijpen ende ingehou-
den, die wij daer op gemaeckt gesien hebben. Inne oerconde
onser litteren gegeven Inden jare ons heren duijsent vijffhondert
ende sesendeveertich den vierden dach februarij

Hier na volcht den thijns brieff uut welcken tvoersz.
verwin off coep brieffen uut gesproten sijn {zie 28-1-1511}
1. Jan Egensz, zie 12-02-1545.
Transfix.
Hangt aan: 12-02-1545
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
50 ) 12-02-1545. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-8-2018.
Wij Herman die Bije ende Aert die Ghier scepenen in Drijell
tuijghen dat voer ons comen is Aert Egensz ende heefft vertegen
op die brieven daer desen teghenwoerdighen brieff doersteken
is Ende op allet ingehalt der brieven als daer inne gescreven
steet, tot behoeff Jan Egensz erffelicken the hebben ende the
besitten ... etc ...

Hier na volcht den aenvancks brieff ende bestoerincksbrieff {zie 4-2-1546}
Transfix.
Hangt aan: 10-02-1545
Aanhangend: 04-02-1546
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1533/31)
51 ) 10-02-1545. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 14-8-2018.
Wij Herman die Bije ende Aert de Ghier scepenen in Drijell tugen
dat wij daer over geweest hebben daer Aert Egensz na inge-
hauts sijnen scepenen gerichts brieff ende coep brieff van Drijell rue-
rende van goede heer Roeloff Morinck priester ingeseth is over-
mits den gesworen richter ...
... in alle goets heer
Roeloff Morincks voersz ...
... etc ...
... In oer-
conde onser litteren gegeven inden jaer ons heren duijsent
vijffhondert ende vijff ende veertich den thienden dach in
ffebruario – Ende den tweeden voersz. brieff was
luijdende van woerde te woerde als hier na volcht
Transfix.
Hangt aan: 10-02-1545
Aanhangend: 12-02-1545
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
52 ) 10-02-1545. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 14-8-2018.
{vervolg van 2-12-1544} Daer na wij Herman die Bije ende Aert die Ghier scepenen
in Drijell tuijghen dat voer ons comen is die gesworen bode
voersz. ende heefft gegiet dat hij verboden heefft als recht is
drije sonnendach ther rechter missen tijt inder kercken van Horwij-
nen alle goets heer Roeloffs voersz. dat inder eninghe van
Drijell ende inden gericht van Horwenen gelegen is, dat dat
the vercoepen weere ....
... In oerconde onser litteren gegeven inden jare
ons heren duijsent vijffhondert ende vijff ende veertich den thienden
dach februarij Ende is getransfixeert met twee brieven waer-
vanden eenen luijdende is van woerde te worde als hier na volcht.
Transfix.
Hangt aan: 02-12-1544
Aanhangend: 10-02-1545
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
53 ) 02-12-1544. Henrick Morinck contra Jan Gorissen c.s., Land in Bommelerwaard.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 14-8-2018.
Wij Aert die Ghier ende meister Jan die Sterck scepenen in Drijel
tuijghen dat voer ons comen is die gesworen bode ons heren van
Gelre in Boemelreweerdt ende heefft gegiet dat hij gemaent heefft
van weghen Jan Egensz als mombaer sijns wijffs, heer Roeloff
Morinck priester, pastoer tho Hedel van gebreck van vierdalven
gouwen Phs. gulden jaerlixs thijns, die heer Roeloff voersz.
den voergenaemden Jan Egensz sculdich was, in eene scepenen
brieff van Drijell, ....
.... Daer nae tuijghen
wij dat wij daer over geweest hebben Daer Jan Egensz mombaer
sijns wijfs vsz. gericht is overmits den gesworen richter ons heren
... tot allen recht in alles goets
heer Roeloffs voersz. dat gelegen is inder eninghe van Drijell
ende inden gericht van Horwijnen als voer tgebreck des thijns
voersz .... etc ...
... Dit gescieden inden jare ons heren
duijsent vijffhondert ende vier ende veertich den tweeden dach de-
cembris {zie vervolg op 10-2-1545}
Transfix.
Aanhangend: 10-02-1545
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4929 (nr. 1553/31)
54 ) 25-05-1569. Schepenen: Egen Egensz en Adam vander Elst
Ingevoerd of laatste wijziging op: 11-8-2018.
C       Copie

Wij Egen Egensz ende Adam vander Elst scepenen
in Driel tuijgen dat voir ons comen sijn dese nabescr. deposanten
alle van goeden famen ende namen ende hebben met rechte daer toe
versocht ter instantie ende versouck Hillebrant die Ghier
als heemraet des kerspels voirsz. bij den eet die hem die
scoltz tot Driel gerichtelicken gestaeft heeft getuijcht
ende deposeert gelijck folgens naebescr. Inden iersten tuijchden
Joest Jansz aut ontrent achtendevijftich jaeren ende Henrick
Willemsz aut ontrent een ende vijftich jaeren eendrechtlicken
dat geleden ongeweerlicken thien ende die van thien of elf
jaeeren dat eener genaemt Wauter van Geffen sijn beesten
gaende op die Empelse weerden sijn gecomen
inden Regulierenss conventz van Saltboemel stick...
op oiren vuijterweert tegen Huesden Driel oever die
Maeze gelegen Ende die van den Regulieren
convent die beesten gescuth hebbende, hebbense
gebrocht oever die Maize tot Huesden Driel
eenre herberge den weert genaemt sijnde Jan van
Goer, ende dat die voirsz. deposanten riepen tegen die
vande Regulieren, dat sij die beesten opwaerts brengen
souden so souden sij se gemecklicker scepen, waer op
sij antwoorden ....en? want weeren sij van oiren weert
soe weeren sij vanden Drielsche gront, ende hebbense so met
grooten arbeijt inder schuijten gesleept ende also over
die Maeze in der voirsz. herberge gebrocht. Daniel
Jansz alt ontrent een ende vijftich jaeren tuijchden
in aller maten als boven, dan dat hij bij idt roepen
van den voirsz. deposanten niet geweest en is, ofte idt
overscepen niet gesien en heeft Doch tuijchden hij deponent
alnoch, dat nae den mael die vanden Regulieren vanden
schutten der beesten gecontenteert ------ sijn geweest, hij
deposant des selvige daechs tegen den avont vanden
geschutten beesten een koebeest weder om oever nae
Empel gefuert heeft Ende wantmen der waerheijt
getuijchgenisse behoort te geven daer to versocht sijnde
soe hebben wij scepenen voirsz. onsen segelen onder
op spatium van desen gedruct aº XVc negenendesestich
opten XXVe May

Dese copie gecollationneert zijnde tegen oire rechte originael mit
twe opgedruckten segelen bekrechticht Is daermit
accorderende
T Roos
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4962 (nr. 1569/12)
55 ) 03-03-1568. Schepenen: Arnt van Tuijl en Adam van der Elst
Ingevoerd of laatste wijziging op: 11-8-2018.
B        Copie

Wij Arnt van Tuijl ende Adam van der Elst schepenen
in Driel tuijgen dat voir ons comen sijn dese naebescr. deposanten
alle van goeder famen ende namen ende hebben met recht daer toe
versocht ter instantie ende versouck Arnt Arnt Egensz ende Johan
Arntsz als hemraeden des kerspels voirsz. Driel en bij den eet
dat hen die scholtz tot Driell gerichtelicken gestaeft heeft
getuijcht ende disponeert gelijck folgens naebescr. Inden
iersten tuijchden Jacop Jansz alt ontrent vijfendeveertich
jaeren, tuijchden dat geleden ongeweerlicken drie of vier
ende dartich jaeren dat hem well kennelick ende indechtich
was dat sijnen vader genaemt Jan Mercelisz een ingesetenen
des kerspels voirscr. heeft opten Regulieren convents weert
binnen Zaltboemel tegen Huesden Driel oever die Maeze
gelegen besating ofte arrest gedaen aen Empelse peerdden
oonsaecken? halven dat die van Empel van voirg. Johan
Marcelisz idt vierendeel weerdeel vanden thiende gecoft hadden opten
selvigen Regulierenssen weert Ende die voirg. van Empel
hebben Johan Marcelisz voirg. wael te wil ende te dank
betaelt ende dat doir die besating / Johan Geritsz alt ontrent
sestich jaeren, tuijchden dat he als schatbuerder des
kerspels ontrent achtien of negenthien jaeren geleden vanden
prior des Regulieen convents binnen Saltboemel ofte
oiren conventualen gebuert heeft alsulcke ongelden ende
schattonge gesaten was op des voirsz. conventz weert, tegen
Huesden Driel oever die Maeze gelegen in allen
manieren als anderen mitnabueren die ongelden ende
schattonge betaelt hebben, ende gelijck idt convent voirsz.
oeck betaelt heeft van oiren anderen guederen onder
den voirsz. kerspel gelegen Ende wantmen der waerheijt
getuijch behoort te geven daer toe versocht zijnde
soe hebben wij scepenen voirsz. onser segelen onder op
spatium van desen gedruct aº LXVIII opten dorden dach
smaentz Marty

Desen copie gecollationneert zijnde mit oiren
rechten originale, met tweeen groenen
opgedruckten zegelen bevestigt?
Accordeert Bij mij
T Roos
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4962 (nr. 1569/12)
56 ) 03-03-1568. Schepenen: Arndt van Tuijll en Adam vander Elst
Ingevoerd of laatste wijziging op: 11-8-2018.
A            Copie

Wij Arndt van Tuijll ende Adam vander Elst schepenen in
Driell tuijgen dat voir ons comen zijn die nabescr. deposanten
alle van goeder famen ende namen / ende hebben mit recht
daertoe versocht ter instantie und versouck Arnt Arnt
Egensz, ende Johan Arntsz als hemraden des kerspels voirsz.
Driel bijden eedt, die hen die scholts tot Driel gerichtelijcken
gestaefft heeft getuijcht, ende deposeert gelijck folgens
nabes. Inden iersten tuijchden Henryck Adriaensz alt omtrent
acht ende vijfftich jaeren, dat he van Malborch gebruijckt
heeft geleden ongeveerlijcken drie ende dartich oft vierendartich
jaeren zeekere thiende gnat. de Gemensche Thiende onder welcke
thiende he inden voersz. jaere vercoft heeft die thiende, van des
Regulieren Convents weerdt binnen Zaltboemell tegen Huesden Driell
over die Maze gelegen tot zijnre quooten toe eener gnat. Jan die Snijder
wonende op die Asmont? onder den gerichte van Empell, ende heeft hem
deponent tgewas vander thiende desselvigen jaers weel betaelt /
Oick affirmeerden Henryck Ariensz voersz. dat omtrent den jaere
van dryeendedartygh ofte vierendedartygh als voirsz. eener gnant
Michiel van Pameren, Egen de Gier, den auden richter, Egen Egensz
den auden ende Arnt Egensz getuijcht hebben then gerichtelijcken
versouck sijns deponants voirsz., dat den Regulieren weerdt tegen
Huesden Driel over die Maze gelegen weer Gelderschen grondt
Then anderden affirmeerden Henryck Ariensz voirgen. ende
Peter van Orthen alt omtrent achtendevijftich jaeren een-
drechtelijck dat oir weel kennelijck was, dat naeden Cleeffse
krijch, off naeden tractait voir Venlo, int jaer van twee ende
dryeendeveertigh, doe zeekere vier schattingen bijden Lantscapen oeverge-
geven waeren omtrent inden jaere soeven off acht ende veertich,
dat sij deponenten voergen. mitten auden Art Egensz ende mit
Nicolaes Reijersz diewelcke altehandt ter zielen gecomen zijn
als gecommitteerden inden naeme ende van weeghen den
gemeijnen nabueren des kirspels vursz. geordineert ende
gemaict hebben een claer schatboeck eenen yederen nae quantiteijt
sijns erfftaels, In welcken schatboeck den vursz. weert
gestalt is, ende vanden selvige weert t’voirsz. convent in die
vier voirsz. jaeren gecontribueert heeft, ende voirt tot
noch toe als van andere guederen t’voirsz. convent heeft
onder Driell voersz. / Ende wantmen der waerheijt getuijch
behoirt to geven daertoe versocht zijnde, Soe hebben wij
schepenen voirsz. onse segelen onder op spacium van
desen gedruckt aº LXVIII opten dorden dach smaents
Martij

Desen copie gecollationneert zijnde mit
oire rechte originael, met twee opgedruckte
zegelen bekrefftigt Is daermit bevonden
Accorderende Bij mij
T Roos
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4962 (nr. 1569/12)
57 ) 08-12-1545. Schepenen: Aert Loeij Lambertsz en Jan Egensz
Ingevoerd of laatste wijziging op: 11-8-2018.
        Copia
Wij Aert Loeij Lambertsz ende Jan Egensz scepen in Driel certificeren vur die gerechte waerheijt hoe dat op huijden datum van desen vur ons erschenen ende gecompareert sijn in oeren propren personen Bartholomeus Dircksz ende Aert Egensz ingeseten nabueren der kerspelre tot Driell, ende hebben ter instantie ende durch versueck der hemeraden van Driell gedeposeert ende gerichtelick daer toe versocht sijnde getuijcht ende geaffirmeert bij oiren eedt gesworen aen handen des gesworen scholtus tot Driell lijffelick aen godt ende sijnen heijligen gesworen volstaeffs eedts gelick volgens hier na bescreven steet, toe weten als dat Bartholomeus vurg. met Aernt Egensz aen die Steenbrugh zelige memorien hemeraet is geweest eertijts des derps Driell vurden jare van XXXIJ vurleden ind Aert Egensz vursz. oick eertijts vurden jare van XXXIJ met enen genamt Dirck Woutersz hemeraet is geweest, ende dat doen elcx in sijnder tijt in des heren scattynge die Nederbancke tegen die Overbanck met Herwaerden effen hoech plach getaxeert to worden Ende die ingeseten ende geerffden van die Overbanck ende Herwaerden plegen hen toegelachte taxe offt quote met malkanderen mynlick toe deijlen / In sulcker manieren ende voegen dat die een helfft van hen toegelachte taxe off quote plegen te contribueren die van Driell Ende die ander helfft plegen op te brengen die van Rossem / Herwarden ende Horwenen Ende die opg. deposanten en weten niet offte en hebben oeck niewelt? hoeren seggen dat die van Driell enige vanden vurg. dorpen vur die jaere van XXXIJ van des heren scattynge te baten zijn gecomen niet? meer? dan? eens? Dwelck oeck nochtans die van Driell in dier tijt werdt overdrongen? ende datter cause want op die selvige tijt niemant meer dair ther eenre plaetse contribuerende was ende voell vanden uijtheimsche op Rossum gerofft wesende alleen golden op Driell ende niet op Rossum, Herwaerden ende Horwenen Insgelicx hebben oeck met volstaeffs eets gegiet ende getuijcht Egen Egensz den alden, Willem Loeij Lambertsz genamt van Driell ende ick Aert Loeij Lambertsz als scepen vsz. tselve alsoe geschiet toe zijn woe dit leste punct begreept ende inhelt toe weten / dat sij oeck anders niet en hebben hoeren seggen anders geschiet toe zijn Ende wantmen? dan sculdich is van alle oprechte warachtige saicken getuichnissen den rechten waerheit toe geven ende toe dragten besonders alsmen des daer toe gerichtelick gerequireert ende versocht worden hebben wij scepen vsz. onse segelen onder op spatium van desen gedruyckt Actum anno XLV-tich Ipso die conceptionis beate Marie virginis
Geen zegels.
Bron: Hof van Gelre en Zutphen, Procesdossiers, inv. 4926 (nr. 1545/37)
58 ) 02-03-1540. N°. 73. Eduard van Gelre beveelt zijnen ambtlieden en reglers, zich te gedragen naar den inhoud der brieven, door zijnen vader ten behoeve der abdij van S. Paulus te Utrecht gegeven. 1 Februarij 1356.

Naar het door schepenen van Driel (in Bommelerwaard) den 2 Maart 1540 geautentiseerd afschrift, voorkomende onder de perkamenten brieven, N°. 379a; gecollationeerd met het afschrift, voorkomende in de Veertien Registers, deel III. fol. 52
Ingevoerd of laatste wijziging op: 11-8-2018.
N.B. (Verblijfplaats onbekend). Oorspronkelijk ingevoegd als 379a.

Regest: Nijhoff, deel 2, pag. 34.
---
In het boek "Acten betreffende Gelre en Zutphen 1107-1415, naar de drie handschriften etc." komt deze vermelding voor op blz. LVIII:
29 Maart 1403. Woe dat die abdt, prior ende convent van Sunte Pauels tUtrecht mynen genedigen here van Glich ende van Gelre hoere gerichte te Lyenden ende te Dreyl syne levedage uytgedaen hebben etc.
Komt ook voor in een door schepenen van Driel gewaarmerkt afschrift van 2 maart 1540 (perk. brief no. 379f) en in Lib. Copiarum II, fol. 70, Rijksarchief te Arnhem.
Vermeld als regest Nijhoff III, no. 264, naar een door schepenen van Driel geautentiseerd afschrift van 2 Maart 1540.
blz. 81.
Op p.81 en 82 staat een transcriptie van deze akte uit 1403.
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 379
59 ) 27-02-1547.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 27-7-2018.
... Noch eenen thijns van twe keijser ca. guldens tot laste van Arien Jansen aende Cromsteech bij Jan Egensz anno 1547 dominica quadrigesima {1} tot behoef Flisken Delfs uut huijs ende hofstadt gelegen inne den gerichte van Driel aende Cromsteech daer Cornelis Egensen oost ende Gerit Jan Artsz west gelegen is, ....
Bron: ORA Driel, inv. 976, f. 151 (23-11-1647)
1. Datum is Invocavit en valt op 27-2-1547.
Bron: Overigen
60 ) 20-02-1547.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 27-7-2018.
..... Item thijnsbrieve van twe keijser ca. gl. sulcx Jan Egensz aen Wolter Ariensz tot behoef van Flitsken Delfs wedue anno 1547 ipsa dominica quinquagesima {1} tot huijs ende hofstadt gelegen innen den gerichte van Driel aende Cromsteech tusschen Cornelis Egensz oostwaert ende Gerit Jan Artsen westwaer gelegen gelooft heeft ende naerderhant opden St. Mathijs dach anno 1565 bij Jan Elissen aen Aert Jansz van Henxtum ende bij d’erven van Willem ende Jan van Henxtum opden XIII Novembris jonxtleden aen mij almede getransporteert ...
Bron: ORA Driel, inv. 976, f. 195 (14-8-1648)
1. de datum is Esto Mihi = 20-2-1547.
Transfix.
Aanhangend: 21-09-1565
Bron: Overigen
61 ) 24-05-1560. Schepen: Daniel Spirinck
Ingevoerd of laatste wijziging op: 22-7-2018.
Sch. Vos et Spirinck tuijgen dat sij gesien hebben eenen thijnsbrief van drie gl. Brabants jaerlicx sulcx als Daniel Spirinck sich selven als schepen aftuigende 1560 den 24 dach in meij aen Jan Delfsoy {1} tot behoef van Fissien sijne moeder the bethalen gelooft, in dorso van welcken brief stont geschreven dat Niclaes Golsen als procuratie hebbende van Petronella van Braeckel bekende daer van bethaelt te sijn en oversulcx inde cassatie van dien consenteerde, sijnde den selvigen oock met twe sneden door sneden. Actum den 4 Aprilis 1642.
1. Schrijffout voor Delfsen
Bron: ORA Driel, inv. 975, f. 177v. Zie ook f. 50v.
Bron: Overigen
62 ) 14-05-1535. verwijzing naar een tijnsbrief voor de bank van Driel van 10 gulden, belooft door Johan Hoeijss aan Hendrick van Gorell.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 23-4-2018.
Schepenen Bommell et Dryell
marge: Ghijsbert Cuysten
Jan de Cock heefft uuyt crachte van procuratie hem bij Pierijntken doch-
tere wijlen Arnts van Aelst ende wettige weduwe Geraerts Janssen
vande Wiell voir Joris van Bernagien ende Jacob van Lanschot
schepenen inne 's Hertogenbossche den veerthyenden novembris deses lopenden
jaers XVIc vijff ende dertich verleent, ons schepenen in papiere behoir-
lijcken geschreven geteijckent ende besegelt gebleecken, vercoft ende opge-
dragen pro C. thijnsbrief van thien carolus gulden jaerlijcx als Johan
Hoeijss eertijts voor schepenen in Dryell heeft gelooft
te betalen aen Hendrick van Gorell uuyt Habra?ntken
wijrt gelegen inne den gerichte van Dryell, vermogens den schepenen
thijnsbryef der bancke van Dryellin date den veerthienden may 's jaers
XVc vijff ende dertich daeroppe gemaeckt, wesende getransfigeert
met noch twe andere schepene opdrachts bryeven, den yersten dateert
den XXIIIIen novembris 's jaert XVc twe ende vijftich, ende
den tweden den XIIIIen januarij XVc ende tsestich, ende daerbeneffens
noch eens voor schepenen in 's Hertogenbossche getransporteert bij
Beijrtken dochtere wijlen Peter Jonckers sone Cornelis sone Anthonis
Jonckers naergelaten weduwe Jans sone Willem Zebers in sijnen
leven raetsheer der voorss. stadt, aen Geraert Janssen vanden
Wiell vermogens den schepenen opdrachtsbryeff der stede voorss.
daeroppe gemaeckt van date den vyerden decembris 's jaers XVIc drije
ende twijntich, ende allet gehout derselve bryeven, etc.
aangehaald in transport van dezelfde brief op 17-11-1635 in loofsignaat van de bank van Driel, inv. nr. 974,
fol. 91 [scan nr. 95]
Van de twee transfixen die te Driel zijn gepasseerd is enkel de datum bekend. Die zijn vooralsnog niet in deze verzameling opgenomen.
Bron: Overigen, inv. 974
63 ) 11-05-1567. Jan Dircxsz. verkoopt een tijnsbrief aan Zebert Jansz.
Vervolgens verkoopt op 11-4-1598 Henderick Zepertsz. de tijnsbrief aan Willem Aritsz. van Henxtum.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 21-4-2018.
genoemd in loofsignaat Driel, inv. nr. 976, fol. 150 (scan nr. 154) dd.23-11-1647
Transfix.
Hangt aan: 29-07-1564
Bron: Overigen, inv. 976
64 ) 29-07-1564. Johan Spirinck Marcelissen belooft een tijns van 3 gulden jaarlijks uit 8 hont land gelegen in de gerichte van Driel in de bovensten Kivitsham.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 21-4-2018.
genoemd in loofsignaat Driel, inv. nr. 976, fol. 150 (scan nr. 154) dd.23-11-1647
Transfix.
Aanhangend: 11-05-1567
Bron: Overigen, inv. 976
65 ) 27-09-1395. Schepenen van Driel vestigen Johan van Rossem in het bezit, genaamd de Wolfwert, uit de abdij van Sint-Truiden, zoals hij had gekocht van Rolof Goeswijnsz.

[In de publicatie:]
Les échevins de Driel mettent Jean de Rossem en possession des biens, dits Wolfwert, provenant de l'abbaye de Saint-Trond, et dont il a fait l'acquisition de Rodolph, fils de Gossuin. (27 septembre 1395)
Ingevoerd of laatste wijziging op: 15-3-2018.
Wij Baudeken Hengenaer ende Jan Vanden Bosch, scepen in Dryel (1),
tughen ons daer over gheweest te hebben, waer na onsen vonnyssen, Johan
van Rossem, heren Goeswiins zoon van Rossem, rydders, na inghehaut
siinren scepenen ghericht bryeven, inghezet is bi den ghezworen rychter,
als tot allen recht in allen goeden des abts, des proeffts {2}, des pryors ende
des ghemeyn convents van Sentetruden, alzo ver als in der enynghen van
Dryel hem toebehoerende siin: als in den weert, die wileer plach te heyten
den Wolfs-Weert, ende in den Alemschen-Weert, also ver als sij daer to
gherecht siin, die ghelegen is in der Mazen, tuschen die Maze aen beyden
ziden. Welken wert Jan van Rossem voerscreve ghecoft heeft teghen Rolof,
Goeswiins zoon, gheliic als in den schepenen bryeve, die daer af ghemaect
is, volcomelec is bescreven; ende die rychter voerscreve verboet dat nye-
mant siin hande aen den weerden vorscreven slaen en soude, noch hem
dies onderwinden en soude, hi en mocht dat doen met beteren recht. In
orkonde onser letteren. Ghegeven in 't jaer ons Heren M. CCC. XCV, des
manendages na sente Matheus dach.

Original, sur parchemin, muni de deux sceaux indechiffra-
bles en cire brune, a doubles queues de parchemin.

Origineel, op perkament, met twee onherkenbare zegels
in bruine was aan een dubbele perkamenten staart.


(1) Driel, province ge Gueldre, canton de Bommel.
2. Dat zal een verschrijving zijn voor 'proessts'.

Akte uit het boek: Cartulaire de l'Abbaye de Saint-Trond.
publie par Charles Piot
archiviste adjoint aux archives generales de royaume
tome II, Bruxelles, 1874.
Ingezien via: http://scans.library.utoronto.ca
http://scans.library.utoronto.ca/pdf/1/17/cartulairedelabb02sainuoft/cartulairedelabb02sainuoft.pdf
boek pagina 135
pdf pagina 249
Bron: Overigen
66 ) 15-05-1566. Akte van aanstelling door Johan van Rossem, heer van Poederoijen, Meinerswijk enz., als collator en stichter van het Manhuis te Rossum, van mr. Johan van Rossem, deken te Rossum, en Egen Henrickssz. als provisoren van het Manhuis. Met een afschrift (19e eeuw), 1566. 1 charter en 1 stuk
N.B. Bovenzijde van het charter beschadigd; begin van de tekst daardoor verminkt.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 18-2-2018.
bron: Gelders Archief, 0334 Manhuisfonds te Rossum, inv. nr. 2.
---
Dat dit een schepenakte van Driel was blijkt uit de omschrijving in het boek: "Het manhuisfonds te Rossum 1567-2017", door Ester Vink. Een online versie is hier in te zien:
http://manhuisfondsrossum.nl/wp-content/uploads/2017/01/Manhuisfonds-van-Rossum-bw-150dpi.pdf
---
Op 15 mei 1566 werd een akte uitgevaardigd door de schepenbank van Driel, die in beschadigde vorm bewaard is. Daaruit blijkt dat de stichting van Johan van Rossum in dat jaar volop functioneerde. Voor de schepenen van Driel liet Johan van Rossum de benoeming van twee provisoren bevestigen, namelijk zijn naamgenoot (en buitenechtelijk familielid?) deken Johan van Rossum en een zekere Egen Henrickssz. Zij moesten de goederen en renten beheren van het Manhuis te Rossum dat Johan van Rossum ‘nu opgericht und gesticht heeft’. Deze moesten aan de ‘armen luyden’ die in het Manhuis woonden ten goede komen. (4
---
voetnoot 4 zegt:
4). GA, 0334, 2, schepenakte van 15 mei 1566. De naam Egen Henrickssz als provisor van het Manhuis komt ook voor in een kwitantie uit vermoedelijk 1566: GA, 0334, 151
---
Bron: Overigen, inv. 2
67 ) 24-11-1517. Akte van 24 november 1517 waarbij schepenen van Driel de uitspraak bevestigen van schepenen van die plaats d.d. 19 november 1496 {1} inzake de eigendom van de Wolfsweerdt te Hoensaet met de aanwas.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 1-2-2018.
Wij Arndt van Henxtem, Adriaen van Tuijll, Herman de Bije Hermans, Peter van Oever, Willem Loeij genaemt van Driel Lamberts, Egen de Gier, Dirck Gijsbert soen ende Jan van Tillegen {2} schepenen in Driel tuijgen dat voor ons comen sijn, Jan van Lidt ende Henrick Boeth als mede geerfde tot Hoensaet van wegen haer selffs ende volm. van deels der naburen van Hoensaet daer wij metten geswooren richter onses heren van Gelre in Boemelreweert in der dingbancke van Driel tot gedinge ende the gerichte geseten waren, ....
....
Gegeven int jaer onses Heeren 1517 op Sunte Catharinen avent.

Onder stondt, is bevonden ac-
corderen met den originael be-
segelde vonnis brieff van
Driell van woorde te woorde
twelck ick Willem Aertsen
van Maren secretaris van Driel
inder tijt getuijge, onder mijn
....eijn gewoonlijck handt
teijcken, dus the wesen ....
1. Dat moet zijn: 1476.
2. Verschrijving voor: van Teffelen ?
Bron: R. A. Rivierenland, toegang 3020, Archieven van de stad Zaltbommel, (1293) 1327 - 1815, inv. nr. 1144.
Afschrift (c. 1600) in 2e ged., fol. 35.
Was regest 89 in de gedrukte inventaris van Van de Ven.
Transfix.
Hangt aan: 19-11-1476
Bron: Overigen, inv. 1144
68 ) 25-07-1514. Egen Dircxsz en Egen de Gier schepenen in Dryell oorkonden, dat Arien Hubertsz en Jan Sander Egensz als gasthuismeesters van Driell voor het gericht hebben geklaagd over Aelbert Jansz van Maren, Yewijn Cuysten als man van Agniese, Mathijs Lambertsz als man van Ermgaerde en Floris Geritsz als man van Margriete, allen dochters van Jan van Maren, als erfgenamen van Heylwig, destijds vrouw van Ott Schaepert, wegens 100 brab. gld. geleend geld, zijnde 50 gld. per persoon, van welke zaak op 11 Juni 1514 (des sonnendaichs voir sunte Odulphusdach) de eerste klacht geschiedde, waarna Henrick Jansz van Dryell, Aert Jansz van Hencxstum, Egen Dircxsz, Herman die Bye Hermensz, Peter van den Oever {1}, Merten van Tuyll en Egen die Gier, schepenen in Driell hebben getuigd, dat Arien Hubertsz en Jan Sandersz als gasthuismesters hun tweede klacht voor het gericht hebben gebracht, gevolgd door dagvaarding op 17 Juni, derde klacht op 12 Juli en tenslotte de vierde klacht en het eischen van vervolg.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 1-2-2018.
Wij Egen Dircxss. ende Egen de Gier scepenen in Dryell tugen dat voerden gesworen
richter ons heren van Gelre in Boemelreweert ende voer ons scepenen voorss. comen zijn Arien
Hubertss. ende Jan Sander Egenss. als gasthuysmeijsters inder tijt des gasthuys
van Driell ende hebben geclaicht op ende over Aelbert Janss. van Maren over Yewijn
Cuysten als mombaer zijns wijffs Agnese over Mathijs Lambertz. als momner
zijns wijffs Ermgaerden ende over Floris Geritss. als mombaer zijns wijffs Marge-
rieten dochteren Jans van Maren als erffgenamen Heijlwygen die weleer wijff
was Ott Schaepert als dat zij erffg. voersc. den gasthuys voersc. sculdich zijn
the betalen hondert brabantsche gulden off zoe veel min off meer als zij met
malcanderen berekenen m?enen. Welcke penningen voorss. die gasthuyss meijsters
voorss. der voirsc. Heijlwigen geleent ende voer hoer betaelt hebben ende soe dan die voorss.
personen zo sij all genoeteert ende voorss. staen die voorss. penningen den gasthuys voirss.
nyet weder gegeven off betaelt en hebben, zoe hebben sij elcx bysonder den voorss.
gasthuyss daer aen gescaedt vijfftich gulden als voorss. staen off zoe veel als die scepenen
wijsen voer recht ende is den gasthuys meijsters voirsc. hoer yerste claich die
gesciet is als recht is. Dit gesciede int jaer ons Heeren M vijffhondert ende XIIII
des Sonnendaichs voer Sunte Odulphus dach. Daer nae wij Hanrick Janss. van
Driell Aert Janss. van Hencxstum, Egen Dircxss., Hermen die Bye Hermenss., Peter van
Oever, Merten van Tuyll ende Egen de Gier scepenen in Driell tugen dat voerden
gesworen richter voirsc. daer wij mede inder dinghbancken van Driell te gedinge
ende the gericht geseten waren ende voer ons comen zijn Arien Hubertss. ende
Jan Sanderss. als gasthuysmeijsters voerz. ende hebben geclaecht op ende over Ael-
bert Janss. van Maren, op Yewen Cuysten, op Mathijs Lambertss. ende op Floris
Geritss. als mombers ende erffg. voersc. hoer anderde claich gelijck vander
yerster clagen voirsc. steet. Waer aff dat die geworen bode ons heeren van
Gelre in Boemelreweert gieden dat hij gedaicht hadde die voirz. personen soe
die all gem?elt? ende gescreven staen van wegen des gasthuys meysters voirsc.
als recht is. Dit gesciede int jaer ons Heren dusent vijffhondert ende XIIII den
XVII dach in junio. Daer nae wij scepenen laest voersc. tugen dat voerden geswo-
ren richter voerss. daerwij mede inder dinghbancken van Driell the gedinge
ende the gericht geseten waren, ende voer ons comen zijn die gasthuyssmesters voorss.
ende hebben geclaeicht op ende over Aelbert Janss. van Maren, op Yewen Cuysten, op
Mathijs Lambertss. ende op Floris Geritss. als mombaers ende erffg. voersc. hoer dorde
claich gelijck van der yerster clage ende vander anderde clage voorss. die gesciet is als
recht is. Dit gesciede int jaer ons Heren duysent vijffhondert ende XIIII den XII dach
in julio. Daer nae wij scepenen laest voirsc. tugen dat voerden gesworen richter daer
wij mede inder dinghbancken van Driell the gedinge ende the gericht geseten waren
ende voir ons comen zijn die gasthuys mesters ende hebben geclaicht op ende oever Ael-
bert Janss. van Maren, op Yewen Cuysten, op Mathijs Lambertss. ende op Floris Geritss.
als momberts ende erffg. voerss. hoer vierde clage als van der yerster, anderde ende
vander dorder clagen geschreven steet zoe die personen soe die all genoemy ende
geschreven staen den gasthuys voirsc. elck bijsonder aengescaedt hebben vijfftich gulden
als voerz. staen oick als sij seechden off also veel als die scepenen wijssden voer
recht, ende die gasthuys mesters van wegen des gasthuys voersc. also lange
voer ons geclaecht hebben over die voersc. personen. Soe die all genoemt ende voirss.
staen gelijck als inder yerster, inder anderde, inder dorde ende inder vierde clagen
voorss. geschreven ende begrepen staen dat zij allen oir clagen daer over gedaen ende
volbracht hebben als recht is gelijck als ons landtrecht eijscht ende wijst wair
aff wij scepenen laets voirsc. tugen den gasthuys mesters tot behoeff des gasthuys
voirsc. vervollicht to zijn op die voersc. personen zoe die all genoeteert ende voorss.
staen voer hondert gulden als voerss. staen hoofftgelts ende voir vijfftich gulden
scaden van elcken persoon voersc. zoe dit all voirss. ende genoeteert staen als mom-
bers ende erffg. voerss. gelijck als ons landtrecht eijscht ende wijst, die sup-
scriptie hebben, tugen steet loven wij goet. Dit gesciede int jaer ons Heren
dusent vijffhondert ende veertich XIIII op Sunte Jacops dach apostell.
1. Fout: Van Oever.
Transfix.
Hangt aan: 12-07-1514
Aanhangend: 05-11-1514
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9 (f. 12v) - Regest nr. 37
69 ) 19-11-1476. Akte van 19 november 1496 {1} waarbij schepenen te Driel uitspraak doen inzake de eigendom van de Wolfsweerdt te Hoensaet met de aanwas.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 1-2-2018.
Copia
     Extract uijt signaet tot Driel 1476
Wij Gijsbert van Haeften, Arndt vande Poll Willems {2}, Baucken de Sterck Janssen, Egen Egensoen, Gerit Sanders, Henrick Bransen, Gijsbert Haeck {3} ende Maes Claesen scepenen in Driel, tuijgen dat voor ons comen is Goesen Storm Brues Bijenssoen daer wij metten geswooren richter ons heeren hertoge van Bourgoignen ende van Gelre in Boemelreweert in die dinghbanck tot Driel, to gedinge ende the gerichte geseten waren ende begeerden een vonnis vande schepen voornt., off den Wolfssweerdt tot Hoensaet met sijnen sande ende aenworp, keeren, eijnden ende blijven sall, gelijck ende als die scepenen van Suijlekom ende Driel dat geraijt en gepaelt hebben, ende van daer voorts nederwaerts Bruens Bijens erffgen. ende die gebuer van Hoensaet daer dat sandt ende aenworp tegens haer hoffstede leget, ijgelijcke behouden hebben, ende gebruijcken sall tegens sijn hoffstadt off watter van rechts wegen aff wesen sall, waerop wij schepenen van Driel voorn. met eenen goede berade te vorens gehadt met den schepenen der enge {4} van Suijlecom voorn. ende nae vragen des geswooren richters voorss. eendrachtel. gewijst hebben naer onsen besten vijff sinnen, datten Wolfsweerdt gelegen inden gerichte van Driel tot Hoensaet met sandt ende aenworp, keren ende eijnden ende blijven sall, gelijck ende alsoo den schepenen van Driel ende van Sulekom voornoemt dat geraijt ende bepaelt hebben, ende dat d'erfgenamen Bruens Bijens voorn. ende den naburen van Hoensaet voorss. voortaen dat sandt voorss. ijgelijcken behouden, besitten ende gebruijcken sullen, tegens haer hoffsteden voorss. totter tijt toe wij sagen beter brieven off beter betoon, dan wij noch gesien hebben. Anno 1496 op Sunte Elisabeths dach
1. Het jaartal aan het begin en aan het eind zijn strijdig en het regest is niet correct. Het juiste jaartal is 1476.
2. Patroniem moet zijn: Hillensz.
3. Achternaam moet zijn: Hack.
4. Moet zijn: eninge
Bron: R. A. Rivierenland, toegang 3020, Archieven van de stad Zaltbommel, (1293) 1327 - 1815, inv. nr. 1144.
Afschrift (c. 1600) in 2e ged., fol. 34.
Was regest 79 in de gedrukte inventaris van Van de Ven.
Transfix.
Aanhangend: 24-11-1517
Bron: Overigen, inv. 1144
70 ) 11-11-1476. Akte van verhuur door Arnt Egenszone, proost van de kapel van Driel, aan Jacob Merceliszone van een hofstede bij de Kapelweg te Ovendorp.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 1-2-2018.
... Gerit Sanders Goiswijns soen ende Egen Egenss schepenen in Driel ....
... tot Ovenderp tusschen thijnsgoet metten hellen aen deen sijde zuijdtw. ende ene gemeijnen wech geheten Capelwech aen dander sijde off tusschen den genen die met recht langs gelegen sijn aen beyde sijden streckende mit beyden eynde op die gemeijn steghen ...
N.B. de eerste schepen heette aanvankelijk 'Aert' maar dat lijkt gebaseerd op een foute transcriptie.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 293
71 ) 11-05-1345. Cristianus Godefridi en Sanderus Godefridi schepenen in Driel oorkonden dat Johannes Stoutinch voor 20 Lb zijn gerechtigheid heeft verkocht te Onsel in de weerd van St. Kylianus aan heer Gyselbertus Koc, ridder, t.b.v. de kerk van St. Kylianus van Onsel en dat Theodericus Knyf van Zautbomel hiervoor borg is gaan staan.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 20-1-2018.
Universis presencia visuris Nos Cristianus Godefridi et Sanderus Godefridi scabini in Driel notum facimus protestantes
quod veniens coram nobis Johannes Stoutinch vendidit et optulit pro viginti libris denariorum legalium eidem ut fatebatur
persolutis talem hereditate qualem de jure habet suam in jurisdictione de Onsel in Insula Sancti Kyliani domino Ghiselberto
Koc militi ad opus ecclesie Sancti Kyliani de Onsel in allodio sine censu et aggere hereditarie possidendam et Johannes
Stoutinch predictis hereditati predicte renunciavit promittens renunciare omnes qui hereditati predicte de jure renunciare
tenentur promittens eciam warandiam facere domino Ghiselberto Koc predicto ad opus ecclesie predicte super hereditate predicta
per annum et diem ut juris est adversus omnes juri comparere volentes et deponere omne plegium quod voerplicht
dicitur de eisdem Inde est Theodericus Knijf de Zautbomel fideiussor Nostrarum testimonio litterarum Datum anno domini
Mº CCCº quadragesimoquinto feria quarta post ascentionem domini
Met het zegel van de eerste oorkonder (drie adelaartjes; in het midden zespuntige ster); het zegel van de tweede oorkonder is verloren.
Datum: woensdag na hemelvaart (5 mei) = 11 mei.
Regest uit de aantekeningen van Mr. Rueb, nr. 56.
Zie ook inv. 1823.
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1822
72 ) 25-11-1406. Acte van afstand door Jan van Apelteren als momber van zijn vrouw Margriete Jansdr. van Rossem van alle goederen haar aangekomen na dode harer moeder vrouwe Fey in de eninge van Driel, ten behoeve van haar vader Jan van Rossum.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 19-1-2018.
Wij Wouter van Haeften ende Roeloff Goeswinis soen scepen in Dryel tugen dat voir ons comen is Jan van Apelteren als
momber ende wittaftige man siins wiifs joncfrauwe Mergrieten dochter heren Jans van Rossem d.... ende heeft vertegen
op alle rede? guets rurende ende onrurende op alle erfnis ende op alle tymmeringe? op alle p.....e
dat joncfrauwe Margrieten sinen wive aen comen ende bestorven is overmids dode vrouwe Fyen haere
moder die wiif was heren Jans voirscr. dat gelegen is inder eninge van Drijel tot behoeff heren Jans
van Rossem voirscr. erfliken te besitten Ende Jan van Apelteren als momber siins wiifs joncfrauwen
Mergrieten voirscr. geloefde van siinre wegen alle voirplicht aff te doen vanden selven In oirconde
onser litteren gegeven Int jaer ons heren dusent vier hondert ende sesse op sunte Katherinen dach
Bron: Charterverzameling RDO, inv. 2873
73 ) 04-10-1410. Heer Jan Bout, kapelaan de Dryel, Jan die Scout Deric Goedertszoonszoon, richter in Bomelrewert, Deric Jan Berwuyszoon en Deric Goedertszoon, schepenen te Driel, verklaren, dat Mechtelt, dochter van Wouter van den Berghe, zuster en erfgenaam is van Lijsbette, dochter van Wouter van der Berghe, overleden ter Elborch, en verzoeken scholt, schepenen en raad dier stad, haar behulpzaam te willen zijn in het verkrijgen van de erfenis.
Ghescreven tot Dryel int jair ons Heren dusent vyerhondert ende tien des Saterdaghes na Sente Remeys' dach.
Oorspr. (Inv. no. 35) met fragmenten van de zegels der eerste twee oorkonders en het zegel van den vierden oorkonder in groene was. Het zegel van den derden oorkonder is verloren.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 19-1-2018.
Ic heren Jan Bout pryester capellaen tot Dryel, Jan die Stout Deric Goederts zoens zoen rychter miins liefs ghe-
nedighen heren van Ghelren in Bomelrewert, Deric Jan Berwiins zoen ende Deric Goederts zoen scepen tot Dryel maken
cont mit desen openen bryeve als dat Mechtelt Wouters dochter vanden Berghe ....
NB. meerdere fouten in het regest.
Bron: Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe, Stadsbestuur Elburg 1320-1813 (toegang 1001), regest 142.
Bron: Overigen
74 ) 09-07-1573. Aert Aert Egense en Johan Barten, schepenen van Driell, oorkonden, dat op verzoek van Otgen van Malssen, eenige personen verklaringen afleggen omtrent de levering van raapzaad door dezen Otgen naar Hedel.
Opten IX dach Julii anno 1573.
Oorspr. op papier (Inv. no. 5396), onderteekend door de oorkonders.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 19-1-2018.
Wij Aert Aert Egensz ende Johan Barten schepen in Driell doen kont ende contschappe?
enen ijghelicken voer die gerechte waerheijt, hoe dat voer ons schepen voerg. gecompereert
ende erschenen sijn in properen persoenen enen genampt Wijlm Evertsz ende
enen genampt Reijnier Jansz allet mannen van goeder namen ende famen
inwoenders ende goede geboeren, nabueren in Driell, Ende hebben eendrachte-
lick bekent verclaert ende getuicht dorch gerichtelick versueck van Otgen
van Malsen ende myt den scholt gedacht sijnde, bij den eedt die hem den
scholt voirg. voer ons schepen .... etc ....
Bron: Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers, Huis Bergh (toegang 0214), inv. 5396; regest nr. 3176.
Bron: Overigen
75 ) 19-02-1544. Akte van afstand van rechten op een uiterwaard onder Driel door joffer Dirck. weduwe van Aert die Cock Diels aan Walraven van der Elst.
Claes Karatensz. en Dirck Jan, Lambertsz., schepenen te Driell, oorkonden, dat joffer Dirck, weduwe van Aert die Cock Diels, aan Walraven van der Elst een uiterwart onder Driell heeft overgedragen. Dinsdaichs voir Zinte Petersdach ad Cathedram
Oorspr. (Inv. no. 250). Met uithangend beschadigd zegel van Kerstensz. in bruine was en een verloren zegel.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 19-1-2018.
Nb. Het regest bevat fouten.
Schepenen: Claes Korstensz en Dirck Jan Lambertsz.
Diels zal moeten zijn: Duls.
Bron: Nationaal Archief, Familiearchief Pauw van Wieldrecht, toegang 3.20.43, inv. 250. Regest nr. 12.
Bron: Overigen
76 ) 22-02-1597. schepenen Dirck Fonck en Egen Dirck Egen Dirckss.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2018.
Transfix I anno 1597, Febr. 22

schepenen in Driel: Dirck Fonck, Egen Dirck Egen Dirckss.
Ghielis Moring als man ende momber Barbara Jacops synre echte huysvraus heeft in qualiteite vurs. vercoft ende opgedragen voer vyfftich pont geve penn. ... den bryeff daer desen tegenwoirdigen bryeve doirsteken is etc. ... Mr. Johan de Bye als provisoer der aerme wesen binnen Bommell ende ten behoeve der wesen vurschr. etc. actum als boven.
E. Dirckssen S. in Driell.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 159-III
Transfix.
Hangt aan: 11-03-1589
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (159-3)
77 ) 03-06-1595. schepenen Hermen Claissen en Hanrick Ghysbertssen
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2018.
Transfix III. anno 1595 juni 3.
Wij, Hermen Claissen ende Hanrick Ghysbertssen, schepenen in Dryell tuygen dat voer ons commen is Peter de Ghyer Peterss als man ende momber Neesken Derck de Borchgreeffs dochter, synre echte huysvrou ende heeft in qualiteite voirss. vercoft ende opgedragen voir twentich pont gever penn. dye hy ghieden dat hem betailt syn dye briefen daer dese tegenwoerdigen bryeff doirsteken is ende allet gehauwt der briefen voers. gelyck daer inne geschreven staet, Elberten Maess. mit allen onbetaelden achterstell uuyt een constitutie thynsbryeff van twee gul. ende vierthyen st. jaerlix, dair desen brieff doersteken is, verscheenen in eenen eygendom erfflicken tho hebben ende to besitten. Ende Peter de Ghyer in qualiteite voers. verteech op den brieffen mit oiren inhalt ende den achterstell als vurs. ten behoeve Elberten Maessen voergnt. ende geloiffden daer op te doen verthyen allen dye mit recht verthyen sullen. enz. In oerconde etc. datum als boven.

Egen Dirckss. s. in Dr.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 089-IV+V
Transfix.
Hangt aan: 19-11-1541
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (089-4)
78 ) 21-03-1591. schepenen Egen Dirckss Egen Dirckss en Roeloff Mathijssen
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2018.
Driel, anno 1591, Maart 21

Wij Egen Dirckss Egen Dirckss ende Roeloff Mathijssen, schepenen in Dryell tuygen dat voir ons comen is Geertken Spierings, wedue Philips du Cock mit oiren gekoeren momber ende heeft vercoft ende opgedragen voir twentich pont gever penn. ... een schaer weyde gelegen in den gerichte van Dryell tot Hoenzaet in Hanrick Uden Oisterbroeck gelegen in de schaer aldair gebruyct worden, Willem Janss, dyck ende thyns vry in eenen eygendom erffelycken to hebben ende te besitten ende Gheertken ... verteech etc.
datum als boven.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartje 042
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (042)
79 ) 05-03-1591. schepenen Dirck Fonck en Egen Dirck Egen Dirckss,
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2018.
Transfix I. anno 1591, maart 5.

Wij, Dirck Fonck ende Egen Dirck Egen Dirckss, schepenen in Driell, tuygen dat voir ons comen sijn Heer Huyman van Rossem, priester, mit synen gekoeren momber ende Aernt Jansoen als man ende momber van Mechtelt van Rossem, syne echte huysvrouw ende hebben gerenuncieert ende vertegen opten bryeff dair desen tegenwoirdigen bryeff doirsteken is ende op allet tgehaut des bryeffs gelyck dair inne gescreven staet tot behoeff Elbert Maess erffelicken te hebben ende to besitten mit allen onbetailden achterstel uuyt den constitute thynsbryeff dair desen doirsteken, verscheenen. In oirc. etc. datum als boven. Egen Dirckss. secr. in Dryell
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 105-III+IV
Transfix.
Hangt aan: 04-03-1554
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (105-3)
80 ) 11-03-1589. schepenen Willem Loy Willemss van Driell en Hermen Claess.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2018.
Driel, anno 1589, Maart 11

Wy, Willem Loy Willemss van Driell ende Hermen Claess. schepenen in Dryell tuygen dat voir ons commen is Dirck Claessen ende heeft geloift Mr. Jan de Bye tot behoiff Barbara Jacops nagelaten wedue Hanricks van den Berghe zal. thyns twaelff carolus gul. tot twintich gefalueerde stuyver den carolus gul. gerekent op Corsmis toecomende, ende dair nae voirth jairlix ende alle jaer ewelyken thyns twaelff carolus gul. als vurscr. staen, op vurscr. termyndach uuyt alle syne goederen ende ellix van dyen insunder tot optie ende kuer van Barbare Jacops vurs. tot onsen lantrecht te betalen, allet vry gelt sunder ennigerhande cortinge van schattonge inbreuck van dycken, desolatie der lenderijen, verschooten, branth, sheeren reede off andersins lantschapp, ritterschappen off gerichten g verdrachten, dair van hy nu als dan, dan als nu renuntieert ende expresselyken verthyt. Wellecken thyns wairt saicke dat hy jairlix alsoo op den vurscr. termyndach nyet gegheven off betaelt en werden soe sall alle weken dair naistvolgende op den vurscr. thyns wassen ende gaen een peen van ses stuyveren der munte vurs., wellecken peen te gader mitten thyns vurs. Barbara Jacops voirgenoemt uuyt alle syne guederen ten lantrecht wie voirseet, sall mogen verhaelen soe wanneer sys nyet langer en sall willen verbeyden. Ende Dirck Claessen vurnt. geloiffden oick meede den thyns mitten pene voirs. uuyt de geuderen voirs. jaer ende dach ende voertz eewelyken met volre waerschappen te waren als recht is tegens allen des te rechten commel sullen willen, voir behauden etc. Datum als boven. E. Dirckss s. in D.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 159-I+II
Transfix.
Aanhangend: 22-02-1597
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (159-1)
81 ) 07-12-1588. schepenen Willem Loy Willemss van Dryell en Lambert Aerntss
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2018.
Driel, anno 1588 December 7.

Wy, Willem Loy Willemss van Dryell ende Lambert Aerntss, schepenen in Dryell, tuygen dat voir ons commen is Johan Cornelis Bakenssoen ende heeft geloift Aernt Cornelis Reynensoen, sijnen swager dye summe van negen ende tsestich carolus gul. tot twintich stuyvers gefalueert den carolus gul. gerekent, in dryen termynen ten lantrechte to betalen, dair van een rechte dordendeell verschynen sall op St. Jacopsdach in den somer in den jare negen ende tachtentich het tweede dordendeell op St. Jacopsdach tnegentich ende her dorde offte leste dordendeell op St. Jacops dach anno een ende tnegentich alle toecomende ende voir St. Martensdach in Novembri nae ellicken termyndach vurs. waell betaelt te syn sonder langer vertreck. Inne oirconde onsser letteren gegeven in den jaere ons Heeren duysenth vyffhonderth acht ende tachtentich op den sevenden dach decembris. Ende sall Johan voernt. aen den voergenoemden aen den iersten termyn van wyn cop ... .XXXVL.
Egen Dirckss. s. in Dr.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 246-I+II
Zie ook: ORA Driel, inv. 968, folio 102v.
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (246-1)
82 ) 03-06-1566. schepenen Johan Geritss. en Merten Janss.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2018.
Transfix I. anno 1566 Juni 3.
Wij, Johan Geritss. ende Merten Janss. schepenen in Driell tuygen dat voir ons comen is Wyllem Art Everitss. ende heeft vercoft ende opgedragen voir vyftich pont gever penn. die hy gyede dat hem betaelt syn den brieff daer desen tegenw. br. doersteken is .... Sebert Janss. in eenen eygendom erffelicken te hebben en te besitten. enz. Datum als boven.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 104-I+II
Transfix.
Aanhangend: 13-09-1601
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (104-1)
83 ) 17-08-1561. schepenen Dierick Egen Dierick Andriessen en Cornelis de Ghier
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2018.
St.Marienacker, 't Convent van, te Rossum, anno 17 aug. 1561

Transfix I. anno 1561, Aug. 17.
Wij Dierick Egen Dierick Andriessen ende Cornelis de Ghier, schepenen in Driell tuygen dat voir ons comen syn broeder Wouter van Beers, pater, suster Godt van Broickhoeven, moeder ende suster Henrick van Maren, procuratris O des Convents van Sant Marienacker binne Rossem ende hebben inden naem ende van wegen des convernts voers. mit wil ende consent van Iken Dircks., puerlick uyt goeder vruntschappen vergu?nnen uyt beweechelycke oirsaicke vercoft ende opgedragen den brieff dair desen brieff doersteken is ende allet ingehaut des brieffs voers. als daer inne geschreven steet, Jan Brantss. tot behoeff suster Metken Tonis dochter nae dode Ikens voers., Metkens voers. leven lanck ende soe lange als Metken voirs. in den convent voirs. woenen sal end dair
inne bliven sal ende niet langer, erffelicke te besitten; ende die transportanten in qualiteyt als voirs. geloeffden oick mede alle voircommer ende voerplicht van hoire wegen van den selven aff te doin, mit voirwaerde toe gedaen, dat ter stont nae dode Metkens off terstont nae dat sij uytten convents mocht ingelyff gegaen syn, desen thynsbrieff ende allet ingehaut van dien weder comen ende bliven sal aen dat convent voirgenoemt; ende off desen thynsbrieff voirs. gelost worden in den leven van Metken ende terwylen sy int convent voirscr. woent, soe salmen die penningen weder beleggen tot behoeff Metken voirgen. waer van men den brieff sal maken nae vurwaerden voirs. die supscription sal loven voir goet. Inne orconde onser lettere gegeven inden jaer ons Heeren vyfftienhondert een en tsestich, den soeventhiensten dach Augusti.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 121-IV+V+VI
Transfix.
Hangt aan: 22-06-1544
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (121-4)
84 ) 15-06-1561. schepenen Cornelis de Ghier en Daniel Spiering Janss
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2018.
Driel, anno 1561, Juni 15.

Wy, Cornelis de Ghier ende Daniel Spiering Janss., schepenen in Driel tuygen, dat voir ons comen is is Jan Matthyssen ende heeft vercoft ende opgedragen voir hondert pont gever penningen, die hy gieden dat hem betaelt syn, twee mergen lants off soe groet ende cleyn die mit recht gelegen syn aen drie acker mitten halven graeff boven gelegen, gelyck die nu opgegraven sal werden, gelegen in den gericht van Driel op die alde wey naest Jannen voirs. boven, ende Wauter Janssen beneden, streckende noort op Bolscamp ende suydt op die gemeyn straet Aert Cornelissen in eenen eygendom ende Dielis Cornelissen tsamen erffelicke te hebben ende te besitten. Ende Jan voirs. verteech op dat voirs. vercofte goet ende hy geloeffden oick mede dair op te doin verthyen allen den ghenen die dair mit recht op sullen verthyen ende hy geloeffden oick mede tselve vercofte goet te waren jaer ende dach als recht is tegens allen den ghenen die dair mit recht comen willen ende alle voircommer ende voirplicht aff te doin van den selven mit vurwaerdt toe gedain oft geviel tot enniger tyt, dat dit voirs. vercofte goet den coperen voirs. mit ennige recht ontwaert worden ende tselve niet toe en queem van hoiren wegen soe geloeffden Jan Matthyssen voirs. binnen een halff jaer nae der ontwaringe den coperen voirss. sess hondert ende darthien gulden brabantz valueert min een oort guldens te betalen tot onsen lantrecht - die superscripti tyt loven wy goet ende die superscripti verthyen loven wy oick goet. Inne oirconde onser letteren gegeven in den jaere ons heeren duysent vyffhondert eenentsestich opten vyffthienden dach junii.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 306-I+II
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (306-1)
85 ) 04-03-1554. schepenen Jacop die Cock en Gosen van Avesaeth
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2018.
Hurwenen anno 1554 Maart 4.

Wij, Jacop die Cock ende Gosen van Avesaeth, scepenen in Driell tugen dat Aert Henrickss. Coesters heeft geloefft mester Jan van Rossem twee gulden tweyntich stuver munte van Brabant tstuck voerden gulden, op Bammis dach toecomende ende soe voert jaerlicx opten voers. termyndach ewelicken the betalen, the heffen ende the bueren uuth huyss ende hoffstat daer hy nu op woint in den gericht van Horwenen gelegen metten bogaert zuytwrt den bogaert lantgelegen mester Jan van Rossem, noorden idt Gasthuyss tot Bommell, westwaert Dirck Morinck; ind die hofstatt lant gelegen die gemeynstraet oostwaert, Ghysbert Jacopss. noortwaert; ind noch uuyt eenen mergen lants so die gelegen is tot Horwenen inden Breert boven Goert die Snyder tot Rossem, beneden Gosen van Avesaet voerscr. ende voert die gemeyn straet off soe wie dat mit recht all rontssomme naest die voers. onderpanden gelegen mogen syn. Welcke thyns voersc. off he jaerlicx opten voers. termyndach nyet betaelt en worde soe soude dan daer op gaen ende wassen alle weken daer naest volgende eene peene van eenen stuver brabants der munten voers., welcken peene metter thyns voers. mester Jan van Rossem voers. uuth die onderpanden voers. sall mogen verhalen wanneer dat hys nyet langer beyden en sall willen. Ende Aert Henrickss. voers. gelooffden oick mede den voergen. mester Jannen den thyns mitten peene voers. tot die onderpanden voers. jaer ende dach te waren als recht is tegens alle den ghenen die des ten rechte comen willen. Beheltelicken den voerg. Aert Henrickss. op ennigen termyndach voers. altyt synre eywiger lossen die hondert der voers. gulden gerekent tegens yesse en met alle verscenen onbetaelde thynssen daer by te leggen ende te betalen. Ind Aert voers. gelooffden oick mede als mombaer zyns wyffs, voer zynen huysfrauen voerkynder. Ind hier mede is gedoyt {=vernietigd} eenen scepen brieff van enen Bommelse gulden, den ryder gerekent tegen vyff ende tweyntich stuver ende noch eenen scultbrieff van vyff gulden voers. ind alle affterstedigh des tyns voers. hercomende van alts van Aelbert Aertss. zyner huysfrauwen voerman. Inne oirconde onsser litteren gegeven inden jaere ons Heeren duysent vyffhondert ende vier ende vyfftich op ten vierden dach Martii.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 105-I+II+III
Transfix.
Aanhangend: 05-03-1591
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (105-1)
86 ) 25-01-1552. schepenen Willem Loei Lambertss. gnt. van Driell en Jacop die Cock
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2018.
Driel: Velddriel anno 1552

anno 1552 Sunte Pauwelsdach confessionis {25 jan.}.
schepenen van Driell: Willem Loei Lambertss. gnt. van Driell. Jacop die Cock
Jan Bock heefft geloeft Arien Geritss. thyns twelff Keysers Carolus gul. euwelicken the betalen uuth huyss ende hoffstat gelegen inden gericht van Driell tot Veltdriell, daer Jan voers. nu tertyt inne ende op woenachtich is, ende met acht hont lant daer teynden aen gelegen ostwaert erffenis Sante Katharinen altaer tot Veltdriell etc.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 237-I
Er zijn nog twee transfixen genoteerd van 1617 en 1641, die hier niet zijn overgenomen.
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (237-1)
87 ) 19-11-1541. schepenen Meester Jan die Sterck en Claes Kustenssen
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2018.
Transfix II. anno 1541 November 19.
Wy Meester Jan die Sterck ende Claes Kustenssen schepenen in Driell tugen, dat voir ons comen is Johan Herberenss end heeft vercoft ende opgedragen voer hondert pont gever penningen die hy gieden dat hem betaelt zyn die brieven daer desen tegenwoerdigen brieff doersteken is ende allet ingehaltess brieffen als daerinne geschreven steet, Herman die Bie erffelicken the besitten. Ende Johan Herberenss voers. verteech op die brieven enz. Inne oirconde enz. datum als boven.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 089-III+IV
Transfix.
Hangt aan: 1536
Aanhangend: 03-06-1595
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (089-3)
88 ) 1536. schepenen Egen Egenss. en Jacop die Kock
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2018.
Transfix I anno 1536
Wij, Egen Egenss. ind Jacop die Kock, schepenen in Driell tuygen, dat voir ons gecomen is Reyer Artssen ind heefft vercoyfft ind opgedragen voer hondert pont gever penn. die he gieden dat hem betaelt sijn, den brieff dair desen tegenwoirdigen brieff doirgesteken is ind alle gehalt des brieffs als dair inne geschreven steet, Johan Herberenssen erfflichen the besitten. Ind Reyer vurs. heefft dair op vertegen, geloiffende dair op doen verthien alle die gheen met recht van syner wegen dair op verthien sullen. Ind van synre wegen te waren jaer ind dach als recht is tegen alle die gheen ten rechten comen wyllen. Ind alle voircommer ind voirplicht daer aff tdoen van synre wegen. Inne oirkont onser letteren gegeven in den jaer ons Heeren dusent vyffhondert ind ses ind dartich.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 089-III
Transfix.
Hangt aan: 24-08-1533
Aanhangend: 19-11-1541
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (089-3)
89 ) 26-05-1534. Egen Dirck Arrissz en Egen Dirck Gijsbertssz schepenen in Driell oorkonden, dat Hanrick Artsz van Heell aan Baken van Goer en Hanrick Arienz als gasthuismeesters tot Driell 1 gld. thijns ad 20 stv. en een geldersche snaphaan van 6 stv. 's jaars op Paaschdag heeft beloofd uit het door hem bewoond huis met hofstad tusschen O. Durck Jacop Egens en Z. de straat.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2018.
Wij Egen Dirck Arriss. ind Egen Dirck Arriss. Gijsbertss. scepenen in Driell tugen
dat voer ons gecomen is Hanrick Artss. van Heell ende heefft Baken van Goer
ind Hanrick Ariensz. als gasthuyssmeijsters ind tot behoeff des gasthuys binnen
Driell thijns eenen gulden tweijntich stuvers voerden gulden ind eenen goeden
gelresen selveren snaphaen vanden besten ijser gerekent voer sess stuver
ind alle payment gerekent na advenant, thoe paeschen tocomende ind so
voert jaerlicx opten paeschdach ewelicken the betalen uuuyt huys ende
hoffstat getymmer potonge ind alle sijnen toebehoren gelegen inden gericht
van Driell daer hij to hantz op woent daer aen d'een zijde naest lant
gelegen is oistweert Dirck Jacop Egens, suyden die gemeijn straet off
wie all omme met recht naest lant gelegen mach sijn. Welcken thijns
off he ewelick opten paeschdach vursc. nyet gegeven off betaelt en worden
soe sall alle weken daer naestvolgende daer op gaen ende wassen enen
peen van eenen halffen stuver vuersc. ter weeck welcken peen mytten
thijns voersc. die gasthuyss meijsters tot behoeff des gasthuys voerss. ver-
halen mogen uuuyten onderpande voersc. als sij's nyet langer beijden en
willen. Ind Hanrick Aertss. voersc. gelooffden den thijns ind peen voersc.
uuth den onderpande vursc. ewelick te waren tegen alle die geen die
des then rechten comen willen. Bij alsoe dat hij den thijns voersc. euwelicken
sall mogen lossen op eenige termijn voersc. die hondert gerekent tegens
sess ind mitten verscenen thijnss. In oirconde onsser litteren. Gegeven
inden haere ons Heren duysent vijffhondert vier ind dartich des dinxda-
gas nae pinxter dach.

marge:
Desen brief
Hanrick Aert
tijns?
Hanrick bet.
Baken van Goer
Potlood aantekening in marge: 1534
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9 (f. 10v) - Regest nr. 42
90 ) 03-01-1535. Aert de Ghier en Jacop die Cock schepenen in Driell oorkonden, dat Aert Henricxen aan Baken van Goer en Hanrick Ariensz als gasthuismeesters een thijns heeft geloofd van 1 gld. ad 20 stv. en een geldersche snaphaan ad 6 stv. 's jaars op Kerstdag uit huis en hofstad te Huesden Driell, tusschen O. en W. Aert die Bruyn, Z. de dijk en N. de straat.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2018.
marge: Jan Peters. van Orten

Wij Aert de Ghier ind Jacop die Cock scepenen in Driell tugen dat voer ons gecomen
is Aert Henricxen ind heefft geloofft Baken van Goer ind Hanrick Arienss.
als gasthuyssmesters inder tijt tot behoeff des gasthuys binnen den dorp
van Driell thijns eenen gulden tweijntich stuvers voerden gulden ind den
goeden goelresche selveren snaphaen gerekent voir sess stuvers to
korssmis tocomende ende zoe voert jaerlicx ewelicken the betalen
uuth huys ende hoffstat gelegen tot Huesden Driell daer aen beijde eijnden
Aert die Bruyn naestgelant is, suyden den gemeijnen dijck, noirden die gemeijne
straet off wie allomme met recht naest lant gelegen mach zijn. Welcken
thijns off jaerlicx nyet gegeven off betaelt en worde opten termijn voerss. soe
sall alle weken daer naestvolgende daer op gaen ende wassen eenen peen van
eenenhalffen stuver voirsc. welcken peen metten thijns vurss. die gasthuys
meijsters inder tijt verhalen mogen wuyten onderpande vursc. als sij's niet
langer beiden en willen. Ind Aert Henricxss. geloeffden den thijns ind peen
voersc. uuuyt den onderpande vursc. ewelicken the the waren tegen alle
die gheen die des then rechte comen willen. Bij also hij mach den thijns voorsc.
euwelicken lossen op enygen termijn vursc. die hondert gerekent tegens
zess ind mytten verschenen thijns. In oirkonde onser litteren. Gegeven inden
jaere ons Heeren duyssent vijff hondert vijff ind dartich opten dorden dach
januarij
Potlood aantekening in marge: 1535
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9 (f. 10v) - Regest nr. 43
91 ) 26-06-1426. Gerechtsbrieven van Driel, houdend een fictieve schuldbekentenis voor Dirc Goeswijn Stormsz. op de proost ten bedrage van 500 Franse kronen per jaar zes jaren lang, met een vermoedelijk bijbehorende borgtocht.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2018.
Wij Engbert Haghen ende Herman van Beesde scepen in Dryel tugen dat Lambert
Alarts soin als zaecwout Jan Accrijns soin Aert Accrijns soin Dirc Loef Wil-
lems soin ende Gerit die Bye Jans soin als borgen ongesceiden hebben geloeft
Dirc Goiswiin Storms soin hondert ende acht ende tseventich gouden aude
vrancrijcsche vrancken goet ende ghenge of voir elken vrancken voirss. an-
derhalven gouden reijnaldus arnems rijnsgulden goet ende ghenge of ander
goet payment in geliker weerde dair voir, die een helft des ghelts
voirss. op onser liever vrouwen dach purificatio naestcomende. Ende de ander
helft des voirss. ghelts op sente jans dach baptistus nativitas dairnaest
comende tot onsen lantrecht te betalen. In orconde onser litteren. Gegeven int jair
ons Heren M CCCC ende ses ende twentich des woensdages nae Sente Jans dach baptistus
nativitas.
Met de twee aanhangende schepen zegels. Scan beschikbaar.
Bron: Kapittel van Oudmunster te Utrecht, inv. 1832-3
92 ) 07-11-1514. Egen Dircxsz en Egen de Gier schepenen in Driell oorkonden, dat Arien Hubertsz en Jan Sandersz als gasthuismeesters zijn ingezet in het goed van Aelbert Jansz van Maren en zijn zusters.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2018.
Wij Egen Dircxss. ende Egen de Gier scepenen in Driell tugen dat wij daer over ge-
weest hebben daer Arien Hubertss. ende Jan Sanderss. als gasthuys mesters inder-
tijt des gasthuys van Driell nae ingehout hoere scepenre vervolch gericht ende
coop brieff van Driell ruerende van goederen Aelbert Janss. van Maren Yewen Cuysten
als mombaer zijns wijffs Agness. Mathijs Lambertss. als mombaer zijns wijffs Erm-
gaerden ende Floris Geritss. als momber zijns wijffs Mergarieten ingeseth sijn over-
mits den gesworen richter ons heren van Gelre in Boemelreweert nae onsse vonnisse
tot allen recht in alle goets der voerz. personen soe die all gemelt ende geschreven staen
datinden gericht van Driell gelegen is. Welck voerz. goet Gijsbert van Genth den
gasthuys meijsters voorss. tot behoeff den gasthuys voirss. vercofft heefft gelijck als
die scepenen brieffen dat volcomelicker begrijpen ende inhouden die daer op gemaect
zijn. Ende die richter voersc. verboet voert eenen yegelicken den aenvanck
vanden goede voersc. op zijn lijff ende goet dat nyemant zijn hande daer aen
en sloege noch hem des en onderwonde. Hij en dede dat van wegen des gasthuys
voersc. off hij en dede dat van wegen des gasthys voersc. off hij en dede dat met
eenen beteren recht. In oirconde onsser litteren. Gegeven inden jare ons Heren
duyssent vijffhondert ende XIIII des dynssdaichs nae Sunte Huberts dach.
Potlood aantekening in marge: 1514
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9 (f. 13v) - Regest nr. 40
93 ) 05-11-1514. Egen Dircxsz en Egen de Gier schepenen in Driell oorkonden, dat de gasthuismeesters krachtens hun -doorgestoken- vervolgbrief zijn gericht in het bezit van Aelbert Jans van Maeren en zijn zusters en dat deze panding voor 5 schillingen is verkocht aan Ghijsbert van Genth.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2018.
Wij Egen Dircxss. ende Egen de Gier scepenen in Driell tugen dat wij daer over gewest
hebben daer Arien Hubertss. ende Jan Sander Egenss. als gasthuys mesters indertijt des gasthuys
van Driell gericht zijn na vermogen hoerre vervolch brieff overmits den geswoeren
richter ons heeren van Gelre in Boemelreweert tot allen recht in alle goets Aelbert
Janss. van Maren Yewen Cuysten als mombaer zijns wijffs Agniesen Mathijs Lambertss.
als mombaer zijns wijffs Ermgaerden ende Floris Geritss. als mombaer zijns wijffs
Margarieten Jans van Maren als erffg. Heijllen Ott Scaepert wijff was
dat gelegen is inder enonge van Driell ende inden gericht van Driell als voer het ver-
volchde hooft ende scade gelt gelijck den vervolch brieff dat beter begrijpt ende in-
holt die daer op gemaect is. Des vraichden ons die richter voerz. wat dat die gast-
huys mesters voirz. mytten goeden myt recht sculdich te doen waren daer op wijsden
wij datmen dat goet voirz. verbieden sall als recht is ende daer nae sullent die gast-
huys meijsters vercopen tot onssen landtrecht dit gescietde inden yaer ons Heeren
dusent vijffhondert ende XIIII des sonnendaichs voer sunte Bartolomeus dach.
Daer na tugen wij scepenen voirz. dat voer ons comen is die gesworen bode ons heren
van Gelre in Boemelreweert ende heefft gegiet dat hij verboden heefft als recht
is drie sonnendaich ther rechter missen tijt inder kercken van Driell alle goets
der voerz. personen dat inden gericht van Driell gelegen is dat dat the vercopen were
overmits den voirz. gasthuys mesters als voer hoer vervolchde hoofft ende scade gelt
voirss. Daer na tugen wij dat voer ons comen zijn die gasthuys meisters voirsc. ende
hebben vercofft na alle formen ende manieren als ons lantrecht eijscht ende wijst alle
goets der voerz. personen dat inden gericht van Driell gelegen is ende dat aldaer inder kercken
van Driell verboden is als recht is ende datmen aldaer sculdich is ende met recht the verbie-
den pleecht Ghijsbert van Genth voer vijff schillinge gever penningen voer elck goets
der voorss. personen zoe die all genoemt als erffgenamen voersc. saen the hebben the
besitten. In oirconde onsser litteren. Gegeven int jaer ons Heren dusent vijffhondert ende
ende XIIII des sonnendaichs nae Sunte Huberts dach.
Potlood aantekening in marge: 1514
Transfix.
Hangt aan: 25-07-1514
Aanhangend: 06-11-1514
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9 (f. 13) - Regest nr. 38
94 ) 01-12-1512. Schepenen: Aert Janss. van Henxstum en Wouter Dircksz
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2018.
marge: Transfixbrief
Wij Aert Janss. van Henxstum ende Wouter Dirckss.
scepenen in Driell tugen dat voir ons comen is heer
Huyghman vuyten Weerd priester ende heeft vercoft
ende opgedragen voir thien pont gever penningen goet ende
geve die hij giede dat hem betailt zijn den brieff daer
deesen brieff tegenwoerdich doersteken is ende allen 't gehout
des brieffs als dair inne geschreven steet heer meester
Folpairt priester tot behoiff des gasthuys geheyten Frerick
Moliairts gasthuys priester gelegen binnen Bommell opten
kerckhoff tegen den put erffelick the besitten. Ende heer
Huychman voirss. verteech opten brieff ende op allet 't ge-
houdt des brieffs voirss. Hij gelooffde dan oick mede
van sijnre wegen dair op doen the verthijen alle die
ghene die dair op met recht verthijen sullen. Hij ge-
looffden oick the waren van sijnre wegen den voirss.
meester Roeloff Folpaert tot behoiff des gasthuys voorss.
den brieff ende allen 't gehoudt des briefs voirss. jair ende
dach als recht is tegens alle den ghenen die then rechte
komen willen. Ende van zijnre wegen alle voirplicht
aff te doen vanden selven. In oirconde onser litteren.
Gegeven inden jare ons Heeren duysent vijffhondert
ende twelff op Sunte Eligius dach.
Sint Eligius = 1 december
Deze akte is doorgehaald.
Bron: Gelders Archief, Handschriftenverzameling, toegang 0508, inv. nr. 440
Cartularium van het Gasthuis van Frederik Moliaert aan het Kerkhof te Zaltbommel, 1395-1566.
Transfix.
Hangt aan: 09-01-1502
Bron: Overigen (f. 10v+11)
95 ) 30-11-1505. Egen Dircxsz en Jan die Sterck Baukensz die oude schepenen in Driell oorkonden, dat Egen Sander Egensz aan Lambert Sander Egensz 1 gouden Rijnsgld. of 25 Bossche stv. thijns heeft beloofd op Kerstdag uit zijn huis en hofstad te Driell in Martwijck tusschen Gherit Peterssz en Egen Sandersz zelf en van straat tot straat.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2018.
Wij Egen Dircxss. ende Jan die Sterck Baukenss. die Oude scepenen in Driell tugen
dat voer ons comen is Egen Sander Egenss. ende heefft geloofft Lambert Sander
Egenss. thijns eens gouwen rijnsche guldens off vijff ende tweijntich bossche
stuvers voerden gouwen gulden voirsc. opten Heiligen Korssdach naestcomende over
een jair. Ende daer nae voert alle jaer enen gouwen philips gulden erffelicx thijns
off payment daer voer als voirsc. steet den voirsc. Lambert alle jaer opten
Heijligen Korssdach 't welicken the betalen ende heffen ende the bueren uuten
eenen huysse ende hoffstadt met alle hoere tymmeringe potinge ende
toebehoren gelegen inden gericht van Driell tot Martwick tusschenn
Gherit Peterss. aen d'een sijde ende Egen Zanderss. voersc. aen d'ander sijde
streckende vander gemeijnre straten op die gemeijne straet. Wolcken thijns voorsc.
off he alle jaer opten termijn der betalinge voirsc. nyet betaelt en worden
soe soude dair op dan wassen ende gaen alle weken daernaest volgende
eenen peen van enen halffen kaerlscen bingoensche stuver. Welcken peene
ende thijns Lambert voirsc. uuth den huysse ende hoffstat voirsc. sall mogen
verhalen wanneer dat hij's nyet langer beijden en sall willen. Ende Egen
Sanderss. voirsc. gelooffde den voersc. Lambert den thijns mytten pene voirsc.
euwelicken the waren uuth den huysse ende hoffstadt voirsc. tegen alle
die ghene die then rechte comen willen. Met alsucker vorwaerden voirt
toegedaen wanneer ende tot wat tijden dat Egen Zanderss. voirsc. geve
ende betaelde den voersc. Lambert op enyge Korssdach voirsc. darthien gouden
philips gulden off vijff ende tweijntich bossche stuver voer elcken gulden voersc.
soe sall alssdan daer en teijden deessen tegenwoerdigen brieff doot quijt
ende gelost zijn. In oirconde onsser litteren. Gegeven int jaer ons
Heeren dussen vijffhondert ende vive des sonnendaichs nae Sunte
Clemens dach.
Potlood aantekening in marge: 1505
Transfix.
Aanhangend: 13-06-1508
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9 (f. 6v) - Regest nr. 34
96 ) 09-01-1502. Schepenen Dirck Dirck Gijsbertss. en Dirck Dirck Andriess. te Driel.
Henrick Goertss. belooft een tijns van anderhalve gouden rijns gulden aan
Ghijsbert van Gent Wilhemss. tot behoeff van heer Huychman uuten Weerdt priester canonick te Zaltbommel
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2018.
doorgehaalde akte
Wij Dirck Dirck Gijsbertss. ende Dirck Dirck Andriess.
scepenen in Driell tugen dat Henrick Goertss. heeft geloeft
Ghijsbert van Gent Wilhemss. tot behoeff heeren Huych-
mans uuten Weerdt priester canonick tho Zaltboemell
anderhalven gouden rijnsche gulden goet ende geve twee
hoerns gulden postulaers voer elcken gulden voirss. goet
ende geve off ander goet payment daer voer in gelijker
weerde op onser liever vrouwen lichtmis dach
naestcomende ende dair nae voert alle jaer euwelicken
then euwigen dage anderhalven gouden rijnsche gulden
als voirss. staen off payment dair voir als voirss.
steet den voirss. Gijsbert van Gent Willemss tot behoiff
heeren Huychmans voirss. alle jair euwelicken op onser
liever vrouwen lichtmis dach voirss. tot onser lantrecht
the betalen. Ende oft zaick weert dat Hanrick Goertss.
voirss. die voirss. anderhalff gouwen rijnsche gulden
nyet en betaelde opten termijn der betalinge voirss. soe
soude dan daer op wassen ende gaen alle weken dairnae
volgende eenen peene van eenen stuver current
welcken peene Hanrick Goertss. voirss. oick gelooft
Gijsbert van Gent voirss. tot behoeff heeren Huychmans
voirss. euwelicken tot onsen lantrecht the betalen. Met
vorwaerden voirt toegedaen dat Hanrick Goertss. voorss.
die voirss. anderhalven gouwen gulden vanden voorss.
heeren Huychman op enige onser liever vrouwen licht-
mis dach then euwigen dagen sall mogen vrijen quijten
lossen ende affleggen myt tweijntichsten halven gouden
rijnsche gulden als voirss. staen off payment daer voer
als voirss. steet in oirconde onser litteren. Gegeven int
jair ons Heeren duysent vijff hondert ende twee des
sonnendaichs nae darthien dach.
dertiendag = 6 jan. Dat is in 1502 op donderdag; dus zondag daarna is 9 januari.
Bron: Gelders Archief, Handschriftenverzameling, toegang 0508, inv. nr. 440
Cartularium van het Gasthuis van Frederik Moliaert aan het Kerkhof te Zaltbommel, 1395-1566.
Transfix.
Aanhangend: 01-12-1512
Bron: Overigen (f. 10)
97 ) 14-03-1475. Gosewijn van Driell, Aert van den Poll Hillensz, Gherit Sandersz, Hanrick Brantsz, Maes Lottum Jacopsz en Maes Claesz schepenen in Driell oorkonden, dat Jan Jan Scoercap Heinrickxszsoin, Jacop Jan Maessz, Bauken Dircxsz en Alert Hubertsz onder eede hebben verklaard, dat de beide nu door Andries Marcelissz en Marcelis Bauken Dircksz bewoonde hofsteden ongedeeld goed waren, geheeten "Jan van Huesselinge zijn eygen erff", belast met 3 gouden Engelsche nobelen 's jaars aan het gasthuis te Hoensaet en dat het door Mercelis Baukensz bewoonde huis hier later is gebouwd i.p.v. een bouwvallig klein huisje, dat een arm man, Comen Ghijs van Jan Huesselinge huurde, maar dat het thijnsgoed was.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2018.
marge: drye noebelen
Wij Gosewijn van Driell Aert vande Poll Hillenss. Gherit Sanderss.
Hanrick Brantss., Maes Lottum Jacopss. ende Maes Claess. scepenen in
Driell tugen dat voir ons comen zijn Jan Jan Scoercap Heinrickxss. soin
Jacop Jan Scoercap Jacopss., Jan die Bruyn Heinricxss. Jan Aertss. van
Uden Claes Maessz. Bauken Dircxss. ende Alert Hubertss. ende hebben
then heijligen gesworen met opgerecte vingeren aen handen des ge-
sworen richters 's Hertoichen van Bourgondyen ende van Gelre
in Boemelreweerdt gelijck zij geloofft hadden in eenen scepenbrief
van Driell die wij daer op gemaect gesien hebben dat die hoer rich-
te kond is nae horen besten vijff sinnen gelijck die brieff voirsc.
dat begrijpt ende inhelt. In welcken brieff zij getuycht hebben
dat hem kondich is ende waell gedenct dat beijde die hoffsteden
daer teser tijt op wonen Andries Marceliss. ende Marcelis Bauken
Dirckss. een goet ende een hoffstat ware ongedeijlt ende ongesceijden
ende was geheijten Jan van Huesselinge zijn eijgen erff met thijns
drie gouden engelsche nobell die Jan van Huesselinge voirsc. uuten
voerss. goede jaerlicx sculdich was. Welcken thijns der drije nobelen
voirsc. teser tijt toebehoert den gasthuys gelegen inden gericht van
Driell tot Hoensaet ende dat huyss daer Mercelis Baukenss. voerss.
teser tijt in woent dat is daer getymmert nae datum des gasthuys thijns
brieff voirsc. mer daer plach een quaet cleijn huysske te staen
daer een arm man geheijten Comen Ghijs the hueren plach tegen
Jan van Huesselingen voirsc. mer het was een thijns goet
der drije nobelen voersc. die superscriptie cleijn approberen ende loven wij
goet. In oirconden onsser litteren. Gegeven inden haere ons Heeren
duyssent vierhondert LXXV des dynssdaichs nae den sonnendach alssmen
singet inder heijliger kercken Judica.

onderschrift een vrijwel onleesbare regel in een ander handschrift:
?Ing... gesch... .... tijn.... D....
Potlood aantekening in marge: 1475
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9 (f. 14v) - Regest nr. 21
98 ) 16-08-1472. Schepenen: Henrick Brants soen en Ott van Driell
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2018.
bovenschrift: Horwijnen

marge: 1472

Transfixa supra predicta

Wij Henrick Brants soen ende Ott van Driell scepen in Driell tugen dat voir ons komen is
Henrick van Berendonck als wittafftige man ende momber sijns wijffs Mergrieten voert
als erffgenaem hairs brueders Here Henrix die Man Wilms priester ende heefft vercofft
ende opgedragen voir veertich gouden gulden goet ende geve die hij giede dat hem betailt
sijn die brieve daer desen tegenwoirdigen brieff doirsteken is ende alle 't gehaut der
brieve als daer in gescreven steet alsoe ver als hij als momber sijns wijffs voirss. daer
toe gerecht is Here Ghijsbert Loye priester erfflijck te besitten. Ende Henrick van Be-
rendonck voirss. verteech op die brieve ende op 't gehaut der brieve voirss. Hij geloeffde
dair op doen te vertien alle die gene die van sijnre wegen dair op mit recht vertien sullen.
Hij geloeffde oick te waren van sijnre wegen Here Ghijsbert voirss. die brieve ende
't gehaut der brieve voirss. jaer ende dach als recht is tegen alle die gene die ten
recht komen willen. Ende van sijnre wegen alle voirplicht aff te doen vanden selven. In
orkonde onser litteren. Gegeven int jair ons Heren M CCCC twe ende tsoeventich des
sonnendaechs nae Onse Vrouwendach Assumptio.
des sonnendaechs nae Onse Vrouwendach Assumptio (15 aug.) = 16 aug.
Transfix.
Hangt aan: 27-09-1463
Aanhangend: 07-12-1479
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f. 119v / s. 200)
99 ) 05-05-1465. Zondag Jubilate 1465.
Dirck de Ghier draagt over voor de hooge schepenbank van Driel aan Maas van Zeelem twee hond lands onder het gericht van Driel, -- waarover als schepenen waren Hendrik die Bije Hermanszoon en Hendrik Brantszoon.
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2018.
Wij Heinrick die Bye Hermans soin ende Heinrick Brants soin scepen in Driel tughen dan voir ons comen is Dirck de Ghier ende
heeft vercoft ende opgedraghen voir twehondert gouden aude schilde goet ende gheve die hij ghiede dat hem betaelt sijn dat
een vierdedeel van enen waert geheiten den nedersten koirenweert geleghen inden ghericht van Driel tusschen die ghene die daer
aff al omme mit recht lantgeleghen sijn mitten enen vierdedeel des alinghen weerts voirss. potinge winninge ende verlies ende
mit enen wech mede te moghen gebruicken doir off over die erfnisse geheiten oversten koirenweert vanden nedersten koirenweert
voirss. totten gemeinte toe uytgescheiden dordalve schare weijen inden alingen nedersten koirenweert voirss. den rectoir des Heijlichs
Cruys altairs gesticht inden kerken van Driel mit recht toebehoirende Maes van Zeelem Jacops soin in enen eijghendom sonder
dijck ende sonder thijns erflijck the besitten. Ende Dirck de Ghier voirss. verteech op dat vercofte vierdedeel alle des goets voirss.
als weerts, potinge winninge verlies mitten wech mede te mogen gebruicken uytgescheiden die dordalve schare weijden voirss. Hij
geloofde dair op doen the vertijen alle die ghene die daer op uut recht vertijen sullen. Hij geloofde oick the waren Maes
voirss. dat vercofte vierdedeel alle des goets voirss. jaer ende dach als recht is teghen alle die ghene die then recht comen willen.
Ende alle voirplicht aff the doen vanden selven vercoften vierdedeel alle des goets voirss. In orconde onser litteren. Gegeven int jaer
ons Heren M CCCC vijfendetsestich opten sonnendach alsmen singt inden Heijligen Kercken Jubilare.

met twee aanhangende zegels in zwarte was
Zondag Jubilate 1465 = 5 mei
boek: Analytische Catalogus der oorkonden met opgave der handschriften berustende in de boekerij van het
provinciaal genootschap van kunsten en wetenschappen in Noord-Brabant,
uitgegeven 1875.
p.29, nr. 131 (ingezien via google books)
---
Zondag Jubilate 1465 = 5 mei
---
De originele akte berust in:
BHIC
archief 221 Charters Provinciaal Genootschap van K & W, 1303 - 1845
Charters en handschriften, inv.nrs 1 - 499
inv. nr. 258: Akte van verkoop, verleden voor schepenen van Driel, door Dirk de Gier aan rector van
Heilig-Kruisaltaar in kerk van Driel van deel van Nederste Korenwert in gerecht van Driel, 5 mei 1465
De scan van de oorkonde is in te zien via bhic.nl
Bron: Overigen
100 ) 27-09-1463. Schepenen: Henrick die Bye Hermans soen en Aert vanden Poll Hillynssoen
Ingevoerd of laatste wijziging op: 9-1-2018.
bovenschrift: Horwijnen

marge: 1463

Transfixa supra predicta

Wij Henrick die Bye Hermans soen ende Aert vanden Poll Hillijnssoen scepen in Driell
tugen dat voir ons comen is Demode die wijff was Goeswijn Baerts mit hoeren gecoren
momber ende heefft vercofft ende opgedragen voir tsestich gouden gulden goet ende geve die
sij giede dat hoir betailt sijn die brieve daer desen tegenwoirdigen brieff doirsteken
is ende alle 't gehaut dier brieve als daer in gescreven steet Here Ghijsbert Loyt ende
Here Henrick die man priesteren erfflijck te besitten. Ende Demode mit hoeren gecoren
momber voirss. verteech op die brieve ende op 't gehaut dier brieve voirss. Sij geloeffde
dair op doen te vertien alle die gene die van hoerre wegen daer op mit recht vertijen
sullen. Sij geloeffde oick te waeren van hoerre wegen Here Ghijsbert ende Here Henrick
voirss. die brieve ende 't gehaut der brieve voirss. jaer ende dach als recht is tegen
alle die gene die ten recht komen willen. Ende van hoerre wegen alle voirplicht aff
te doen van den selven. In orkonde onser litteren. Gegeven int jair ons Heren M CCCC
drie ende tsestich des dynxdaechs nae Sunte Matheus dach apostell ende ewangelist.
des dynxdaechs nae Sunte Matheus dach apostell ende ewangelist (21 sept) = 27 sept.
Transfix.
Hangt aan: 07-07-1461
Aanhangend: 16-08-1472
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f. 119 / s. 199)